Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

 

Een woensdagmiddag in de zomer van 1955

 

Het zal in de zomer van 1955 zijn geweest dat ik voor het eerst kennis maakte met iemand waarvan ik toen niet eens de naam kon onthouden: Henk van der Linden. Dat lag niet aan van der Linden, maar aan mezelf. Ik was net 10 jaar oud en als jeugdige broekenman had ik wel wat anders aan mijn hoofd dan namen onthouden.

 

Pikante films

Als jochie had ik een grote belangstelling voor bioscopen. Maar meer nog eigenlijk voor al het moois dat er in die bioscopen werd vertoond. Hoewel de strenge dames en heren bij de ingang er altijd voor waakten dat ik, als 10-jarige, alleen werd toegelaten bij films die van de Katholieke filmkeuring het plakkaat "Alle Leeftijden" had meegekregen. En de meeste films hadden in die jaren toch al gauw het predikaat “14+”. Zodat er niet veel te bekijken viel voor filmhongerige jongens van mijn leeftijd. De meer pikante films kon ik pas jaren later bekijken en dan bleken die films helemaal niet zo pikant te zijn als de voorfilm wilde doen geloven.

 

Slimme paarden

De Hollandia bioscoop in de Saroleastraat in Heerlen had vaak een jeugdmatinee op zondagmiddag. Meestal werden dan stoere westerns vertoond, waarvan ik nu weet dat ze de kwalificatie B-westerns hadden. Maar voor ons maakte dat geen bal uit. Als er een film met Roy Rogers, Gene Autry of Hopalong Cassidy draaide was de zaal (a raison van 35 cent per persoon) volledig uitverkocht. En gevuld met jongens die droomden ooit over de wijde vlaktes van het Wilde Westen achter schurkachtige boeven en ander onbetrouwbaar tuig aan te galopperen. Gezeten op mooie paarden met welluidende namen als “Trigger” en “Silver” (“Heigh Ho Silver”, juichten we dan, staande op de bioscoopklapstoeltjes). Zulke slimme paarden als Trigger, tja, die stonden helaas niet voor de karren van de Zuid-Limburgse melkboeren en bakkers.

 

Ander probleem en oplossing


Het V&D magazijn aan de Klompstraat in Heerlen. In de kantine op de
tweede etage vonden de filmvoorstellingen plaats.
Foto: Ryckheit, Stadsarchief  Heerlen.

Afgezien van die filmkeuring was er nog een ander beletsel om films te bekijken: de bodem van mijn portemonnee was akelig vaak zichtbaar. Zakgeld kregen we niet. Met folders rondbrengen en andere klusjes moest ik mijn bioscoopkaartjes bij elkaar schrapen.

In de zomer van 1955 maakte de Heerlense vestiging van Vroom en Dreesmann reclame voor een voorstelling voor een film genaamd “Drie jongens en een hond”. De film zou vertoond worden op een woensdagmiddag in de kantine van het V&D magazijn aan de Klompstraat in Heerlen. Iedereen die voor 10 gulden bij V&D gekocht had, kon met die kassabonnen als toegangsbewijs naar die film. Nu kochten mijn ouders in die tijd weinig bij V&D, dus dat leek een beletsel te zijn. Maar waar een wil is, is de weg gauw gevonden. En zo stond ik op elke vrije woensdag- en zaterdagmiddag, samen met nog 20 jongens, bij de uitgang van de V&D vestiging aan de Bongerd te schooien om de kassabonnen van de dames en heren die net hun aankopen hadden gedaan. Dat je ook op die manier aan 10 gulden kassabonnen kon komen, verspreidde zich als een lopend vuurtje langs de lagere scholen van Heerlen, waardoor de concurrentie moordend werd. Dat was nog niets vergeleken met de concurrentie op de betreffende woensdag dat de film vertoond zou worden.

 

De dag suprème

Een gratis filmvoorstelling, dat liet zich in 1955 geen kind ontzeggen. De Klompstraat zag dan ook zwart van de kinderen en begeleidende ouders. De portier van het V&D magazijn moest assistentie inroepen om de toegang in goede banen te leiden. Er werd wat geduwd en gescholden naar die snoodaards die stiekem probeerden vóór te kruipen.

Er was voor zoveel volk totaal geen plaats in de kantine en in der haast werden nog een aantal voorstellingen ingelast. Waardoor de pechvogels en hun ouders die niet meer in de kantine konden worden geperst, tot rust kwamen. Gelukkig waren de lontjes toen wat langer dan nu, zodat de ouders genoegen namen met een uitgestelde voorstelling. Anders zouden waarschijnlijk alle ruiten aan diggelen zijn gegaan.

 

Testpersonen

De kantine was afgeladen vol met opgewonden jongens en meisjes. Hier en daar stond ook nog een vader of een moeder die als begeleider was meegekomen. De meute van drie-vierhonderd kinderen veroorzaakte een enorm kabaal. In afwachting van de voorstelling vulden de jongens hun tijd met nuttige testjes. Bijvoorbeeld om te kijken of de vlechten van de meisje ook wel echt waren. Of wie nu werkelijk de sterkste was of het hardste kon schreeuwen. Het verhoogde de feestvreugde alleen maar.

Ik zelf had meer aandacht voor de twee personen die in het midden van de zaal bezig waren met het opzetten van het projectiescherm en een joekel van een projector met grote armen. Aan de bovenarm kwam een grote spoel met film. De film werd met veel krullen en draaien door gleuven en gaten geleid. Mijn bewondering voor de heren was enorm. Om zó nauwkeurig precies te weten hoe je dat moest doen, die mannen moesten wel geniën zijn, dacht ik.

Na een halfuurtje gingen de lichten langzaam uit en leek het erop dat de film zou beginnen. Het lawaai van de meute nam iets af. Het leek of de heren dachten dat het helemaal stil zou worden.

Dat bleek ijdele hoop te zijn. Eén van de heren waagde een poging en riep om stilte. Dat stond ongeveer gelijk aan een verzoek aan de bewoners van een megakippenstal om niet te kakelen. Na een paar minuten zag de man in, dat dit niet ging lukken. Ze smoesden wat onder elkaar en toen zette hij ‘n schakelaar om. De projector begon met veel geratel langzaam op gang te komen. En de eerste beelden verschenen op het aan het eind van de zaal hangende witte doek.

 

Drie jongens en een hond


Foto: Henk van der Linden

De film was een 16 millimeter film die opgenomen was op de Brunssummerheide, een groot natuurgebied in Zuid-Limburg. De man die de film draaide was ook de maker van de film: Henk van der Linden. De film had, niet ongewoon in die tijd, geen geluid. Maar dat hinderde totaal niet. Onder de projectie vertelde hij het verhaal en maakte de geluiden er gewoon zelf even bij. En dat maakte de film nog spannender. De jeugd leefde intens mee met wat er verteld werd. De drie jongens uit de titel van de film werden aangekondigd met “Dit zijn de hoofdrolspelers en hun hond. Ze gaan de hond trainen op de heide”. Bij “Daar komen de boeven” hield iedereen de adem in. Dat was wel héél eng. Er volgden wilde achtervolgingen en knokpartijen. Onder de film werden de hoofdrolspelers vanuit de zaal gewaarschuwd voor bedreigende situaties en aangemoedigd tijdens de vele worstelpartijen. Met commentaar als: “Paaf, boem, auw, hela, kijk uit” (jaren later zag ik dat terug bij de films van Batman en Robin: “Wow, Bang. OOOH!!”).

De jeugd vond het prachtig en leefde intens mee. Meestal was het commentaar niet of nauwelijks te horen.

 

Hoogtepunt

Er was maar één projector en dus moest er na ruim twintig minuten een nieuwe spoel worden opgezet. Dan ging het licht aan en kon iedereen even op adem komen. Waarna het verhaal verder ging. In die pauzes hield de jeugd zich bezig met voorspellingen over het verder verloop van de film en het na-apen van de al getoond vechtscènes.

Eén van de hoogtepunten uit de film was tijdens een worsteling met de boeven. Eén van de jongens plantte in close-up een vork met volle vaart in het achterwerk van één van de boeven. De vork kwam er kompleet krom weer uit. De jeugd reageerde met een enorm goedkeurend gejuich en gebrul, dat tot in Keulen tot horen moet zijn geweest. Háá, dat gingen we vanavond op onze broertjes uit proberen.

Met rode konen verlieten we na afloop de zaal. Ik zelf wilde die film best nog wel eens zien en zo stond ik weer weken achter elkaar bij de uitgang van Vroom & Dreesmann te bedelen om kassabonnen. Ik hield nog even vol en zo zag ik de film ook nog een derde keer.

 

Andere dromen

Voor mij was er daarna wel iets veranderd. Mijn dromen om brandweerman, piloot of treinmachinist te worden, werden die middag in de Dreksemmer (een zink metalen emmer met in het deksel de gemeentenaam en een nummer gestanst, ook wel bekend onder de naam: vuilnisemmer) gekieperd. Vanaf nu wilde ik filmmaker worden, net zoals die man bij die projector. Ik tikte een soort van diafilmprojector op de kop. Daarmee kon je stilstaande beelden, die op een lange strook 35 millimeter film stonden, projecteren. En een acht millimeter projector met aan de zijkant een zwengel. Daar moest je aan draaien om de film in beweging te brengen. En, bij gebrek aan geluid bij de film, moest ik onder het zwengelen zelf een spannend verhaal bedenken. Door héél langzaam te draaien kon de voorstelling héél lang gerekt worden. Zo organiseerde ik in onze kelder enige jaren filmvoorstellingen voor de jeugd uit de buurt. Eén van de meeste trouwe toeschouwers was een jongetje dat twee deuren verder woonde en dat jaren later wereldberoemd zou worden: Heintje.

Het bleek echter lastiger te zijn om de filmvoorstellingen op de lange termijn te kunnen volhouden. Want om steeds toeschouwers te trekken, moest je wel steeds nieuwe films en dia’s hebben. En die kostten geld. Toen de kosten van de films niet meer werden gedekt door de inkomsten uit de verkoop van de tickets (2 cent eerste rij  en 5 cent op een verhoogde (“balkon“) plaats per voorstelling) was het snel afgelopen met de Blokker Bioscoop.

 

Nieuw leven

Nadat onze eerste dochter zich in 1971 aankondigde, zag ik mijn kans schoon om mijn filmregisseurs dromen opnieuw leven in te blazen. Alles van de kleine meid moest op film worden vastgelegd. Ik schaftte een Super-8 camera aan en hield me de eerste jaren bezig met het vastleggen van het eerste badje, pasje, plasje en al het andere wat zo’n nazaat pleegt te doen.

Na verloop van tijd wilde ik meer en hield ik me als amateur bezig met het maken van speelfilms en documentaires. Ik werd lid van Smalfilmclub Brunssum en behaalde met m’n films een paar Provinciale en landelijke amateur Filmprijzen. Helaas is het me nooit gelukt om één van mijn filmacteurs zover te krijgen, in volle vaart een vork in zijn achterwerk te laten planten.

Filmen was toch iets meer dan alleen maar naast een projector staan en een verhaaltje vertellen. Toen de kosten sterk opliepen, leek het me verstandiger er maar een punt achter te zetten. En zo werd deze droom uit 1955 na 30 jaar bij zijn collega’s in de Dreksemmer gedeponeerd.

 

Ars Gratia Artis

In datzelfde jaar 1985, las ik in de krant een bericht dat van der Linden zijn 38e speelfilm had gemaakt en een punt achter zijn carrière zette. Toen moest ik direct weer terug denken aan een onvergetelijke woensdagmiddag in de zomer van 1955. Henk van der Linden, alsnog bedankt voor die geweldige middagen in 1955!

 

Kees Blokker. Voerendaal, 25 januari 2012.

 

 

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.