Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

Wapens van de Verbindingsdienst

Een belangrijk onderdeel van de militaire opleiding bestond uit lessen in wapenkennis. Als soldaat is het nu eenmaal van een zeker belang dat je weet hoe een wapen er uit ziet en wat je er mee kunt doen. Voor soldaten van de gevechtsonderdelen als infanterie en cavalerie is een wapen zelfs het belangrijkste onderdeel van hun PSU. Zij moeten kunnen aanvallen en een eventuele vijand buiten gevecht stellen.

 

De Verbindingsdienst behoort tot de Wapens van het leger, maar heeft geen aanvallende taak. De wapens die wij bij de Verbindingsdienst kregen, waren alleen bedoeld voor de persoonlijke zelfverdediging. Onze wapens waren dan ook veel minder stoer dan die van de infanterie. Zij hadden de Mag en FAL, stoere Rambo achtig wapens. Het zien van de wapens van onze infanterie was vaak al voldoende om een eventuele vijand direct op de vlucht te laten slaan. Ik was daar overigens niet jaloers op.

 

Winchester .30-M1 Karabijn


Winchester Karabijn .30-M1 zoals wij die in de basisopleiding kregen. Compleet met magazijnen,
patroontassen, bajonet, draagriem en pompstok.
Foto: Charley Knijff en Frans Veltman, Museum van de Verbindingsdienst.

Een paar dagen nadat we met onze basisopleiding waren begonnen, kregen we ook een wapen uitgereikt. Een Winchester .30-M1 karabijn. Dit wapen was in 1941 door de Amerikaanse Winchester company voor het Amerikaanse leger ontworpen. Vrijwel alle G.I.'s werden er mee uitgerust. Het was het favoriete en meest succesvolle wapen van het Amerikaanse leger. Tussen 1941 en 1945 zijn en meer dan zes miljoen van de M1 gemaakt.

Het was een semi-automatisch wapen dat op gasdruk werkte. Het was geschikt voor .30" oftewel 7,62 mm patronen.

Dit type wapen wordt ook wel geweer genoemd. Maar er is verschil tussen een geweer en een karabijn. En dat verschil zit in de lengte van de loop. Is de loop langer dan 56 centimeter (22") dan noemen we dat wapen een geweer. Is het korter dan is het een karabijn.

 

Schiettenten

Het mooie van de M1 Karabijn was, dat het zo verdraaide veel leek op de luchtbuksen van de schiettenten op de kermis. Daardoor had je bij de Karabijn al direct zo’n vertrouwd gevoel. Zo van: “Hier heb ik al eens mee geschoten. Mij kunnen ze hier niets meer van leren”.

Maar luchtbuksen waren redelijk ongevaarlijke wapens. Je kon er op nauwelijks twee meter afstand niet eens het aardewerken pijpje van een papieren roos mee raken.

Om een luchtbuks te laden, moest je een klein magazijn vullen met ronde loden kogeltjes, vervolgens de loop haaks op de kolf knikken om de lucht in de kogelkamer samen te persen en dan kon je richten en schieten. Waarna je voor het volgende schot weer de loop en kolf moest knikken.

 

Wapenrekken


Rekruten in de basisopleiding showen hun Karabijn M1.
Links op de voorgrond het wapenrek met de Karabijnen.
Foto: Ger Vossen.

Dat was bij deze karabijn wel anders. Om daar mee te schieten vulde je een magazijn met maximaal vijftien 7.62 mm patronen. Dan trok je de grendel aan de rechterkant van het wapen naar achteren.

Daarmede wordt een patroon in de kamer geschoven. Door de trekker over te halen, slaat de slagpin in het slaghoedje. Daarbij ontstaat een kleine vonk die voldoende is om het slagsas in de patroon te ontsteken. Dit ontsteekt onmiddellijk het kruit. In de patroon ontstaat een explosie. Waardoor de kogel wordt afgevuurd.

Ook ontstaat er een grote terugslag, die de afsluiter naar achter beweegt. Daarbij wordt de lege huls uitgeworpen en een nieuwe patroon vanuit het magazijn in de patroonkamer gebracht. Dat gebeurt allemaal in een fractie van een seconde. Met een eindloos magazijn zou je ongeveer 650 schoten per minuut kunnen afvuren. Het magazijn dat wij hadden, kon maar 15 patronen herbergen en daarom was het handig om het wapen niet in de stand “automatisch” te zetten. Anders zat je na een halve seconde al zonder munitie.

De M1 was een betrouwbaar wapen. Het had een 45 cm lange loop en daardoor was het tot ongeveer 250 meter zeer nauwkeurig. Althans voor nauwkeurige schutters. Mij lukte het pas na drie schietlessen om er een schietpop op 100 meter mee te raken.

Het wapen was ongeveer een meter lang en paste niet goed in onze PSU kasten. Daarom stonden alle karabijnen in wapenrekken direct vooraan midden in de kamer. Meer informatie over de Winchester .30-M1 karabijn vind je in de verhalen Sex and de Schutter en De zaak van de vermiste UZI.

 

UZI


Een  in- en uitgeklapte UZI met een geplaatst en een los magazijn.
Foto: Charley Knijff en Frans Veltman, Museum van de Verbindingsdienst.

Na de basis gingen we naar de vervolgopleidingen. Daar kregen we een  machinepistool dat geheel van metaal was. Wat je vooral in de winter merkte. Als je geen handschoenen aan had, vroor je ongemerkt aan het wapen vast.

Dit wapen was ontworpen door een Israëlische legerofficier Uziel Gal. Uziel zat als wapenmonteur bij de Palmach, de ondergrondse beweging die zich bezig hield met het bevrijden van Israël. In 1943 werd hij gesnapt door het Britse leger, dat toen Palestina bezet hield. Hij werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf.

In de gevangenis studeerde hij wapentechniek en maakte de eerste schetsen voor zijn wapen. In 1946 werd hij vrijgelaten. Nadat Israël in 1948 een zelfstandige staat werd, ging hij naar de officiersopleiding en hij toonde daar zijn ontwerp. Hij kreeg toestemming om het wapen verder te ontwikkelen.

Het wapen moest superbetrouwbaar zijn, onder alle omstandigheden en in elke toestand werken. Het mocht maar uit een paar onderdelen bestaan, met gesloten ogen uit elkaar kunnen worden gehaald en in elkaar worden gezet. Het moest geschikt zijn voor de aanval en de verdediging op de korte en middellange afstand. En zo had hij nog wat eisen voor zich zelf opgesteld.

Na twee jaren van denkwerk en proeven kwam hij met het wapen. Dat door de Israel Defence Forces werd geadopteerd. Zij gaven het de naam UZI door de eerste drie letters van Gal's voornaam te nemen. Meer informatie over de UZI vind je in het verhaal Een telg van Lucky Luke.

De UZI werd het meest succesvolle wapen dat er ooit in Israël is gemaakt. Er zijn meer dan twee miljoen van vervaardigd. Het werd uiteindelijk in diverse versies geleverd. Er waren versies met een vaste en een inklapbare metalen kolf. Voor de Koninklijke Luchtmacht was er een versie met een vaste houten kolf. Ook was het mogelijk om een langere loop in het wapen te gebruiken, waardoor het op langere afstand nauwkeuriger was. Bij de Verbindingsdienst hadden wij de versie met de inklapbare kolf. Waardoor je het wapen mooi om de nek kon hangen en er eigenlijk niet echt veel last van had.

Met uitgeklapte kolf was het wapen ongeveer 65 centimeter lang, je kon dan mooi aanleggen, het in de schouder drukken en schieten.

De UZI kun je direct herkennen door de karakteristieke korrel-beschermvleugels vooraan en achteraan op het huis van het wapen.

 

Browning HP-35 pistool


Browning High Power 35, gefabriceerd door FN. Foto: X.

Officieren en vaandrigs van de Verbindingsdienst kregen voor hun persoonlijke verdediging geen UZI, maar een Browning HP-35 pistool. Dit pistool werd in 1926 ontworpen door John Browning. De Belgische fabriek Fabrique National (FN) in Herstal bij Luik verwierf de productierechten en modificeerde het wapen diverse malen. Uiteindelijk kwam het in 1935 op de markt onder de naam Browning HP-35. HP stond voor High Power. In het Nederlandse leger heette het pistool Browning FN 9 mm. Het pistool had een magazijn voor dertien 9 mm patronen en was bedoeld voor de persoonlijke verdediging op de korte afstand. De effectieve schootsafstand was 25 meter. Wat dat betekende zou ik spoedig ontdekken.

 

Mag ik ook eens?

Op een keer waren we met de compagnie naar de schietbaan voor onze regelmatige schietvaardigheidlessen. We hadden ons rondje schieten achter de rug en moesten wachten op de vaandrigs die met hun eigen wapen aan de beurt waren om ook hun eigen vaardigheid op peil te houden.

De meeste mannen waren het schieten zat en zochten de Cadi bus op voor een frisse neut koffie. Ik vond het wel leerzaam om te zien hoe de stippen het er vanaf zouden brengen en wandelde met hen mee naar de pistoolschietbaan. Die was anders ingericht dan de normale schietbaan.

Als wij met onze karabijn of UZI schoten, lagen we op onze buik op een schietbrits met het wapen aan de schouder. De afstand tot de schietpop was 100 meter.

Met de Browning moest je rechtop staan en de afstand tot de schietpop was maar 25 meter. Je kon, als het ware, het wit van de ogen van je a.s. “slachtoffer” zien.

De stippen, waaronder mijn toenmalige pelotonscommandant vaandrig Lanting, begonnen met hun schietoefening. Nadat er een paar aan de beurt waren geweest vroeg ik aan vaandrig Lanting of ik ook eens met de Browning mocht schieten. Het duurde nog een tijdje voor de busdienst ons weer kwam ophalen. Dus we hadden tijd genoeg. Lanting vond het prima en zei dat ik even wat munitie moest gaan halen bij de schietmeester. Ik kwam terug met een handvol patronen. Lanting leerde me hoe je het magazijn moest vullen, het wapen op scherp moest zetten, hoe ik het moest vasthouden, richten en schieten.

 

John Wayne


Wat John Wayne kan, kan ik ook. Foto: X.

De Browning werd niet aangelegd aan je schouder, maar moest je vanaf de heup afvuren. Nu had ik al zo vaak in cowboyfilms gezien hoe ze een revolver uit de holster trokken en er mee schoten. Dus mij hoefde Lanting dat niet te leren. En dan die afstand van 25 meter. Dat was toch een schijntje!?

In die cowboyfilms schoten John Wayne en Roy Rogers in volle galop met één schot maar liefst vijf of zes indianen naar de eeuwige jachtvelden. En stelden tegelijk ook nog even de paarden van die indianen buiten gevecht. Dus schieten met een pistool moest wel een fluitje van een cent zijn.

 

Hoe kan dat nou?

Maar na vijf schoten had mijn vertrouwen in het waarheidsgehalte van de Hollywoodfilms een flinke deuk opgelopen. Het vanuit de heup schatten van de schietrichting was een stuk moeilijker dan verwacht. Ook de terugslag van het wapen in de hand was een stuk heftiger dan je zou verwachten. Dat had ik bij John Wayne nog nooit gezien.

En zo waren alle vijf patronen mooi naast de schietpop gegaan. Als de schietpop een echte vijand was geweest, had hij waarschijnlijk het wit uit mijn ogen geschoten. In plaats van andersom.

 

Lanting had gezien dat de laatste twee schoten bijna in de benen van de schietpop waren gegaan en zei: “Je bent goed bezig. Haal er nog maar een paar”. We zochten de lege hulzen bij elkaar en ik ruilde die om voor vijf nieuwe patronen.

Lanting had gelijk. Het schieten ging een stuk beter. Dit keer raakte ik met drie van de vijf patronen de schietpop. Weliswaar niet genoeg om hem buitengevecht te stellen. Maar hij zou nu

1. met zijn rechterbeen hinken,

2. opnieuw moeten leren schrijven met zijn linkerhand en

3. vermoedelijk geen nakomelingen meer kunnen verwekken.


Kampioen Peter Sellers met een Browning. Foto: X.

“Prima” zei Lanting, “haal er nog maar een paar”. De oer-cowboy in mij ontwaakte. Dat liet ik me geen twee keer zeggen, dus haalde ik nog vijf patronen. Deze schietsessie werd niet beter dan de voorgaande: drie van de vijf patronen waren raak. Inmiddels was de busdienst gearriveerd en werd opdracht gegeven om de mannen uit de kantine te halen. Einde schietles met de Browning. We gingen terug naar de O.K.

 

Inspector Clouseau

Daarna heb ik nooit meer met de Browning geschoten. Maar die middag leerde ik veel over pistolen en revolvers.

Deze wapens hebben hele korte lopen. Dat maakt dat ze alleen op de korte afstanden nauwkeurig zijn. Zes meter nadat een kogel is afgevuurd en de loop heeft verlaten, begint de kogel al heel sterk van zijn oorspronkelijke baan af te wijken. Daardoor kan alleen een zeer geoefende schutter een stilstaand doel op 25 meter raken. Een bewegend doel raken is nog veel moeilijker en alleen een scherpschutter zal dat lukken. En als zowel het doel als de schutter bewegen, is het zelfs voor een scherpschutter vrijwel onmogelijk om met een pistool raak te schieten. Behalve als hij een hoofdrol in een Hollywoodfilm heeft. En dan moet hij ook nog John Wayne heten. Want Peter Sellers schoot altijd mis. Zelfs als hij een karabijn had!

 

Browning .50 M2 mitrailleur


Rinus Kweekel achter een Browning .50 in het
Logistiek. Foto: Rinus Kweekel.

Dit was een wapen waar de meesten van ons nooit mee te maken kregen. Het wapen werd gebruikt voor de verdediging van het Logistiek centrum. Het was een loodzware mitrailleur op een grote afuit. Het wapen had .50 patronen. Dat betekent dat de patronen een diameter van 12.7 mm hadden. Het waren joekels van kogels waarmee lichte bepantsering kon worden doorboord. En als er een mens mee geraakt werd maakte dat lelijke wonden. De patronen zaten op lange patroonbanden, die heerlijk automatisch konden worden afgevuurd. Heb ik me laten vertellen. Het wapen had een grote terugslag en dan zakte het wapen wel eens door de affuit.

Er werden in de compagnie slechts een paar mensen opgeleid om dit wapen te mogen af te vuren.

Die opleiding vond plaats in Den Helder maar ook wel op de marine opleidingbasis in Hilversum.

.50 schutters waren o.a. Dirk Mos en Han Neeskens.

Van Cees Fijan kreeg ik het volgende verhaal over zijn .50 cursus: “Bij foto KF 04 zag ik de .50 cursus weer voor me die we kregen. Nieuwkomers werden op tafel gezet achter een vuilnis vat. Door het handvat werd dan een bezem gestoken en moesten zij het geluid van een .50 mitrailleur nadoen.

En het echte .50 schieten gingen we oefenen op het IJsselmeer. Bij die oefeningen op Den Dolder schoten we met 10 patronen. Het doel was een zeiltje op het IJsselmeer. Als het affuit niet goed vast stond, ging die spagaat, zakte de loop voorover en schoot je de plaggen uit ‘t weiland. Tevens zakte het hete sluitstuk op je edele delen. Een plezierig uitje dus”.

 

De M20 Superbazooka

In dit verhaal over de wapens van de Verbindingsdienst is nu de M20 Superbazooka aan de beurt. In het Nederlands heetten die dingen Raketwerpers of Terugstootloze Vuurmonden (TLV). Maar wij hielden meer van het stoere woord Bazooka. En daar bedoelden we echt geen kauwgom mee!

De M20 was, net als de Browning .50, bedoeld voor de verdediging van het Logistiek centrum.

 

Weinig schutters

Er waren niet veel mensen die met de Browning .50 hebben geschoten. Er waren er nog minder die met de M20 mochten schieten. Jos van Kampen is er ééntje van. En ik zelf had ook het genoegen die M20 een paar keer te mogen afvuren. Jullie kunnen daar een relaas van lezen in het verhaal: Bazooka schieten.

Daarin kun je lezen dat het een hele bijzondere ervaring is om zo’n wapen af te vuren en dat de steekvlam die achter uit die “terugstootloze vuurmond” komt, enorm is. De heide van de Harskamp ging redelijk vaak in de fik na het afvuren van zo’n raket.

 

Brandt Parijs?

Onlangs kwam ik eindelijk in het bezit van de film: “Is Paris Burning?” In die film werd door het Parijse verzet uitbundig gebruik gemaakt van de M20 om Duitse tanks buiten gebruik te schieten.

Zelfs vanuit hotelkamers werd er mee op tanks geschoten. Gelukkig hebben ze in die film kennelijk steekvlamloze filmversies van de M20 gebruikt, want anders hadden ze na elke schot die hotels moeten herbouwen.

 

Kees Blokker, Voerendaal, 14 juli 2011. Met bijdragen van Frits Diks, IMI, Charley Knijff en Frans Veltman Museum Verbindingsdienst, Dirk Mos, Ger Vossen, X.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.