Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

Vrijwillig Nadienen 1966 - 1970

 

In de zomer van 1966 lieten Theo Beekenkamp, Nico Jongepier en ikzelf een wervingsofficier van het leger bij mij thuis komen om iets te vertellen over de carrièremogelijkheden in het leger. De officier vroeg naar de opleidingen van ons en de militaire functies die we al hadden vervuld.

Theo was van de lichting 63-5 en al in dienst geweest bij de 924e Afdeling Lichte Luchtafweer. Dit onderdeel was echter plotseling opgeheven en toen was hij, na zes maanden, vervroegd afgezwaaid. Nico had bij de Luchtmacht gezeten en ikzelf was als korporaal van de Verbindingsdienst op 25 november 1965 afgezwaaid. Theo en Nico kregen het advies om beroepsmilitair te worden en mij adviseerde de wervingsofficier om bij te tekenen als Vrijwillig Nadiende. Een contract met een looptijd van vier jaar. Ik zou dan bij mijn oude onderdeel terugkomen. Hoefde geen opleidingen meer te volgen en kreeg direct de rang van korporaal terug. En na afloop van het contract ook nog eens een premie. Mocht ik besluiten om in dienst te willen blijven, dan kon ik alsnog bijtekenen als beroeps, maar was dan wel de premie kwijt.

Na een keuring in Den Haag werd ik goedgekeurd en kreeg met ingang van 1 oktober 1966 een contract aangeboden.

 

Terug bij het 11Verbindingsbataljon

1 oktober 1966 was op een zaterdag en na een telefoontje naar het 11Vbdbat vonden zij het goed dat ik pas op maandag 3 oktober zou verschijnen. Ik meldde me op die maandag 3 oktober bij het 11Verbindingsbataljon op de Oranje-Kazerne in Schaarsbergen. Bij sergeant van Aggel van de sectie 1 personeel tekende ik het contract en ik moest me daarna bij de C-compagnie melden. Op de C-compagnie werd ik aan mijn aanstaande collega’s voorgesteld. Ik kreeg een bed op de korporaalskamer toegewezen.

 

Teleurstelling


De C34, hier nog van Aad Seesink, in
ernstige problemen. Foto: Aad Seesink.

De terugkeer in militaire dienst was in eerste instantie een grote teleurstelling. Alle oude bekende maten waren intussen afgezwaaid. Er waren nog maar een paar van de beroepsmensen aanwezig. Ook de verhoudingen tussen de verschillende groepen personeel waren compleet anders. De dienstplichtigen vonden dat je niet meer bij hen hoorde, maar bij het beroepspersoneel. En de beroeps zagen je niet als ééntje van henzelf. Je hoorde als korporaal niet bij de onderofficieren, maar ook niet bij de gewone korporaals. Je hing er maar een beetje tussen in en hoorde nergens bij.

Ik werd benoemd tot postcommandant van een radioschakelwagen en kreeg de C34 toegewezen.

 

Beheerder Boekwerken

Op donderdag 13 oktober kreeg ik van de sergeant van de week de opdracht dat ik me op de Sectie 1 van het Bataljon moest melden bij luitenant Jan Goverde en sergeant van Aggel. Ik meldde me daar en toen vroegen de beide heren of ik niet “Beheerder Boekwerken” wilde worden. Ik zou dan overgeplaatst worden naar de Staf- en Stafverzorgingscompagnie. Ik was dan ook niet meer paraat en kon elk weekend naar huis. Omdat er van mijn oude dienstmakkers niemand meer aanwezig was, vond ik dat een prima plan. Ik zou dan ook elk weekend mijn nieuwe en eerste liefde Rietje kunnen ontmoeten.

 

Organisatievorm

De organisatievorm van het Nederlandse Leger was gebaseerd op die van het Amerikaanse leger. Niet alleen het Leger was zo georganiseerd. Ook de staf van de 1 Divisie “7 December” en alle lager in de organisatie aanwezige staven werden in een viertal secties onderverdeeld: De S1 (organisatie en personeel), S2 (inlichtingen en veiligheid), S3 (operatiën) en S4 (logistiek). Informatie voorziening en formulierbeheer viel onder sectie 1, die onder leiding stond van 1e luitenant Jan Goverde. Sectie 2 stond onder leiding van majoor N.J. (Nick) Baden. Met de overige secties had ik niet veel te doen, dus die kende ik nauwelijks.

 

Kamer E127 bij Frits Boendermaker


Jack Post.

Ik werd overgeplaatst naar de Staf- en Stafverzorgingscompagnie (STSTVZG-CIE, kortweg Stafcie) en kwam op kamer 127 in gebouw E te liggen. Dit was een korporaalskamer waar al twee andere korporaals lagen: Frits Boendermaker en Jacob Post. Frits was korporaal der eerste klasse en al jaren beroepssoldaat. Hij was de chauffeur van de 10 ton breakdown. Dat is de DAF YB-626 takelwagen die moet uitrukken als een andere wagen zich heeft vast gereden en niet meer op eigen kracht kan loskomen.

 

Jack Post

Jacob of Jack Post kende ik nog wel. In het verleden waren we wel eens samen per trein naar Heerlen gereisd. Jack kwam uit Brunssum, hij was een zachtmoedige persoon die zich nooit op de voorgrond drong. Maar wel altijd van de partij was als het hem verstandig leek. Hij was van de lichting 64-4 en had enige maanden na zijn indiensttreding bijgetekend als Technisch Specialist. Het klikte direct tussen ons en de tijd dat ik als VND in Schaarsbergen heb gezeten, hebben we een geweldige tijd gehad.

 

Beheerder Boekwerken

Als Beheerder Boekwerken was ik verantwoordelijk voor de voorschriften en de bij het Bataljon benodigde formulieren. Mijn kantoor, bijgenaamd “Boekwerken”, was op kamer 15 van gebouw E van de Oranje-Kazerne. Daar lagen alle voorschriften en formulieren die er in het 11Verbindingsbataljon nodig waren.

Ik moest inventariseren welke voertuigen en apparaten er in het Bataljon waren. En controleren of bij die voertuigen en apparaten ook alle voorschriften waren die daarbij hoorden. En of in die voorschriften de nieuwste wijzigingen waren aangebracht.

Ik moest de voorschriftenvoorraad en de wijzigingen daarop op peil houden en zonodig bijbestellen bij de sectie 1 van het Ministerie van Defensie in Den Haag. De hoeveelheid aanwezige formulieren moest ik controleren, tijdig bijbestellen en zonodig bijwerken.

Indien nodig moest ik nieuwe formulieren ontwerpen. Zo ontdekte ik de waarde van een formulier om de informatiestroom te trechteren en te sturen.

 


De Beheerder Boekwerken 1966.

Er waren twee soorten formulieren: de Legerformulieren en de eigen Bataljon formulieren. De Legerformulieren waren in gebruik bij alle legeronderdelen en moesten ook bij de sectie 1 worden besteld.

De eigen Bataljon formulieren moesten door mij zelf worden ontworpen, op stencils worden getypt en werden dan door iemand anders van het Bataljon door de stencilmachine gehaald.

 

Sergeant van Riet

In Den Haag werden de bestellingen gecontroleerd door ene sergeant van Riet. Hij keurde de bestellingen goed en veranderde zonodig de aantallen als ik er teveel had besteld. Daarna gingen dan de bestellingen naar de Staatsdrukkerij. Die vervolgens de formulieren aan mij verzond.

 

Tijdens oefeningen en in geval van een alarm moest ik een deel van de formulierenvoorraad in de alarmkisten verpakken. De kisten werden dan op de wagens van de Stafcompagnie geladen en gingen mee op oefening of alarm. Na afloop daarvan moest ik de formulieren weer uit de kisten halen en op de rekken plaatsen. Ik had al snel door dat me dit veel te veel werk opleverde.

Ik besloot de kisten te vullen met een permanente voorraad formulieren. Eerst gingen de vervallen en oude formulieren de prullenbak in. Daarna bestelde ik de benodigde formulieren in Den Haag. Sergeant van Riet haalde daar met een rood potlood een streep door en verminderde de aangevraagde aantallen tot aantallen die normaal bij de verschillende onderdelen werden gebruikt. Op die manier kreeg ik mijn noodkisten nooit gevuld.

 

Ik moest daar iets opvinden en ontdekte dat van Riet wel een streep haalde door de aantallen, maar dat hij niet bijhield hoe vaak een aanvraag werd ingediend. Dus diende ik elke week een nieuwe aanvraag in. Met daarop steeds de aantallen die hij zonder te strepen goedkeurde. En zo had ik na ‘n week of vier-vijf de noodkisten gevuld met de benodigde formulieren. Ik hoefde tijdens een alarm niet meer de rekken leeg te maken en de formulieren na afloop terug te plaatsen.

 

Daarna was mijn baantje als Beheerder Boekwerken nog maar een kwestie van bijhouden en een luizenleventje. Ik had volop gelegenheid om de aanwezige voorschriften door te lezen en daaruit te leren of iets op te steken.

 

Handboek voor de Officier

Één van de meest interessante boeken die er in de rekken lagen en die ik in die tijd heb doorgelezen en bestudeerd, was het “Handboek voor de Officier”. Hierin stonden de principes van oorlogvoering en voorbereiding daarop, hoe de soldaten in te schatten en in te delen en ze te motiveren. Ook stond er in hoe soldaten werden gekeurd en een beschrijving van het ABOHZIS systeem. Dat is een Canadese methode om militairen beter en objectiever te keuren en hun mogelijkheden vast te leggen.

Het "Handboek voor de Officier" is een complete cursus middle managment training in pocket formaat. En daar heb ik veel uit geleerd.

 

PTT toren Maastricht

Begin januari 1967 kreeg ik plots de opdracht om me te melden bij een verbindingspost aan de Trichterbaan 170 in Maastricht. Ik belde het opgegeven telefoonnummer en kreeg een sergeant Jeuken aan de telefoon. Zij hadden ook een bericht gekregen dat ik me bij hen zou melden.

De PTT toren in Wolder-Maastricht bleek een verbindingstoren van de PTT te zijn, maar tevens twee NATO verbindingsposten te bevatten.

 

Terug in Schaarsbergen

Begin maart 1967 eindigde mijn plaatsing in Maastricht. Ik kwam terug in Schaarsbergen op dezelfde kamer bij Frits Boendermaker en Jack Post. En werd weer Beheerder Boekwerken. Er was nog niet veel veranderd. Dus opnieuw inwerken was niet meer nodig.

 

Ik ontdekte dat de Bataljonsformulieren ook bij de Staatsdrukkerij konden worden besteld. Als de minimum oplage maar 10.000 formulieren was. Zo besloot ik de meest voorkomende Bataljonsformulieren niet meer zelf te stencilen, maar in Den Haag te bestellen. Dat scheelde het budget van ons Bataljon veel geld aan papier en stencilkosten en mij veel tijd. Ik ontwierp en bestelde daarna al onze eigen Bataljonsformulieren in Den Haag. Zelfs die formulieren waar we er maar een paar honderd van per jaar nodig hadden. Het enige waar ik rekening mee moest houden was een levertijd van zes-acht weken. Maar door de voorraad steeds goed in de gaten te houden was dat geen enkel probleem. En in noodgevallen kon ik altijd nog wel eens terugvallen op de oude stencils.

Zo arriveerden dan enige weken na de eerste bestellingen de prachtige drukwerkformulieren gemaakt bij de drukkerij van de Staatsdrukkerij in Den Haag. Het Bataljon had nog nooit zulke mooie rapportformulieren gehad.

 

Frits sloopt een kroeg


2010. Frits Boendermaker.

Op 6 maart 1967 werd Frits Boendermaker 23 jaar en we besloten met z’n drieën naar Arnhem te gaan. We kwamen in een kroeg terecht en hadden de nodige pilsjes achterovergeslagen. De bar stond midden in het café. De toiletten waren maar een paar meter verwijderd van waar wij zaten. Er zat een schuifdeur tussen de WC en de caféruimte. Na de nodige pilsjes moest Frits naar de WC. Hij vertrok en het duurde nogal een tijd voordat hij weer terug kwam. Net op het moment dat we even wilde gaan kijken waar hij bleef, vloog de WC deur met kozijn en al uit de muur. Frits had aan de binnenkant al een tijdje aan de deur staan trekken en duwen en toen zijn volle gewicht er tegen aan gegooid. Na de nodige pilsjes was hij zich er niet meer van bewust dat het geen gewone draaiende deur was, maar een schuifdeur. Zo lag hij daar languit in het café bovenop de resten van de deur en het kozijn. Jack en ik hebben Frits een beetje opgelapt, ik meen geld bij elkaar gelegd voor de schade, en er later nog vaak omgelachen.

 

Frits was het type soldaat van dik-hout-zaagt-men-planken. Hij was alleen maar in dienst gegaan en had bijgetekend om met de Breakdown takelwagen vastgelopen vrachtwagens, trailers en tanks te kunnen bergen. Hij was een bergingsman in hart en nieren. Hij had lak aan elke militaire poespas. Op de appels zag je hem bijna nooit, maar om een omgeslagen wagen weer overeind te zetten kon je hem midden in de nacht wakker maken. Onderofficier worden was voor hem niet nodig. De overige beroeps hadden dat stilzwijgend geaccepteerd, wilden eigenlijk helemaal niet hun spierballen laten zien. Beroeps onder elkaar beten elkaar niet.

 

Kees Blokker, Voerendaal, januari 2011. Met bijdrage van Aad Seesink.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.