Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

De 49e Vierdaagse. 27 t/m 30 juli 1965.

 

Had je maar meer moeten oefenen


De C-cie oefent voor de Vierdaagse: Henk Nijhuis, Thijs Boelsma, Jo Debets,
Jef Laurentzen, Jan ten Zende, Harry Borger, Dicky Huijsmans, Henk Heidema,
Geert Aerts. Grote afwezige: Kees Blokker. Foto: Marinus van Schaijk.

De Vierdaagse lopen leek me wel wat. Ik had er zowaar voor geoefend: de Avondvierdaagse van maar liefst 4 maal 10 kilometer gelopen. De zaterdagen dat de overige kandidaat-deelnemers gingen oefenen had ik wel wat anders te doen en dus ging ik niet met hen mee. Ik meldde me bij de administratie aan voor de Vierdaagse en we gingen op oefening naar Duitsland. Toen we terug kwamen was mijn verbazing groot dat mijn naam niet op deelnemerslijst stond “OMDAT IK TE WEINIG GEOEFEND HAD”. Ik was het daar uiteraard niet mee eens en schreef een verzoekje om alsnog mee te kunnen. Ik gaf op dat ik om dienstredenen niet voldoende had kunnen oefenen.

Ik moest op rapport komen bij de toenmalige compagniescommandant lt. Duivelshof. Nadat hij mijn verzoek had gelezen vroeg hij hoe het kwam ik dat ik niet geoefend had. Ik somde wat oefeningen op die ik had gedaan en noemde voor de zekerheid ook maar een paar op die ik al vorig jaar in de Hojel kazerne in Utrecht had gedaan. Hij keek me aan en zei: “O.K. je mag gaan, maar als je merkt dat het problemen gaat opleveren moet je er direct meestoppen, begrepen?”. Ik knikte braaf van ja en weg was ik.

 


De Uittrek Eend van Marinus, hier nog in winterse 
omstandigheden was een genot om in te rijden.
Foto: Rinus Kweekel.

 

Uittrek Eend

Wij mochten al op maandag naar Nijmegen vertrekken. Er was een busdienst naar het kamp in Nijmegen, maar wij gingen met vier-vijf man in de Lelijke Eend van Marinus van Schaijk. Ik meen dat ook Harry Laponder en Klaas Leemhuis van de partij waren. Ik had nog nooit in een Eend gezeten en ik kan vertellen dat het een openbaring was. De kilometerteller van de Eend was aangesloten op dezelfde aandrijving als de ruitenwissers. Het regende een beetje en de ruitenwissers gingen vrolijk heen en weer. Maar de snelheidsmeter ook! Die bewoog tussen 0 en 120 kilometer in hetzelfde ritme van links naar rechts. Prachtig.

Voor de ventilatie klapte Marinus een van de vensters omhoog. Die moesten trouwens ook omhoog als we van richting veranderden. Afhankelijk van waar we heen gingen, stak Marinus of de voorpassagier even de arm door het klapvenster naar buiten om richting aan te geven. Dan kon allemaal probleemloos in die jaren.

In Nijmegen moest de Eend eerst nog even voor een grote beurt naar de dealer. Daar ging hij op de brug en de brug ging omhoog. Maar de wielen bleven gewoon op de grond staan, zo flexibel zijn die veren van een Eend. Pas toen de hefbrug de Eend zowat door het dak had gedrukt, gingen de wielen van de vloer en konden ze aan de onderkant gesmeerd worden.

 

All you need is love

Marinus reed ons daarna naar het kamp dat ergens in Berg en Dal was. Het was een enorm tentenkamp waar, ik meen, 5000 militairen zouden slapen.

Die avond gingen we stappen in Nijmegen. Het was de tijd dat de single van de Beatles “All you need is love” een hit was en die klonk dan ook uit zowat elk café. Nijmegen zat vol mensen, waarvan ik dacht dat ze ook gingen lopen, maar die kwamen alleen maar voor de sfeer en het feest. En de sfeer was geweldig. Onbeschrijfelijk mooi. Zo’n beetje als in “All you need is love”. Marinus, Klaas en Harry Laponder woonden in Nijmegen. Ze maakten van de gelegenheid gebruik en gingen gewoon thuis slapen.

 

Moppen genoeg bij de C-cie


Het peloton bij de doorkomst in Elst. Foto: Kees Blokker.

Dinsdag 27 juli 1965. De eerste dag. Deze dag wordt ook wel "De Dag van Elst" genoemd. Er zouden vandaag 12.415 deelnemers vertrekken en 118 van hen zouden de eindstreep niet halen.

Om half vijf werden we gewekt. Anderhalf uur later vertrokken we van een plein ergens in de buurt van de Sint Annastraat. Alle mensen van het 11Verbindingsbataljon liepen samen in één peloton. De A-, B- en Stafcie liepen met ons mee. Van de C-cie waren er, afgezien van Marinus, Harry Laponder, Klaas en mezelf, ook nog Geert Aerts, Harry Borger, Hans Helfrich, Jef Laurentzen en sergeant Henk Nijhuis.

Harry Laponder en Marinus liepen voorop. Jef Laurentzen was een telganger. Als hij voorop liep, kwam iedereen die achter hem liep zwaar in de problemen. De groepsleider zat dan altijd met de handen in het haar, want het was gewoon onmogelijk om een maat aan te geven. Jef Laurentzen was dus naar achteren verbannen. Alles bij elkaar was dit peloton 14 man groot plus de pelotonscommandant sgt. Henk Nijhuis. Van de 15 mannen waren er maar liefst 9 van de C-cie.

We vertrokken vol goede moed en met een hoog tempo waren we in no-time aan de andere kant van de Waalbrug op weg naar, ik meen Elst. Achteraan liepen de Limburgers bij elkaar en ik had nog een paar honderd moppen op voorraad, dus dat hield de moed er goed. Vooral toen bleek dat ook Harry Borger wel een mopje kon vertellen. Binnen de kortste keren liepen er meerdere deelnemers met ons mee te genieten.

Het leger had op drie of vier plaatsen langs de route verzorgingsstops gebouwd. Daar stond sergeant Ton Bosveld met een ploegje voedsel uit te delen en kregen we visite van luitenant Duivelshof. Daar was ook de dokter en de EHBO en daar werden zo nodig de blaren doorgeprikt.

 

Wat? Zijn we al klaar?

De sfeer was geweldig. Wat een saamhorigheid en naastenliefde. Ongelooflijk.

Door het hoge tempo waren we al rond 14.00 uur terug in het kamp in Berg en Dal. Ik had nog niet veel problemen. Mijn kuiten waren een beetje stijf en een klein blaartje. Maar dat was niets vergeleken bij de blarendalen die sommigen aan hun voeten hadden. Voor de zekerheid besloten de meesten niet meer in Nijmegen te gaan stappen en alleen maar rust te nemen. We hadden 40 kilometer gelopen, doch om van onze tent de 40 meter naar de toilettent te overbruggen namen we ’s avonds de fiets.

 

Blaren? Wie heeft er blaren?


Het peloton ziet er stoer uit. Harry Laponder en Henk Nijhuis lopen voorop.
Hans Helfrich scharrelt met een blonde wandelaarster. Foto: Marinus van Schaijk.

Woensdagmorgen 28 juli 1965. De tweede dag. Deze dag wordt "De dag van Wijchen" genoemd. Er zouden vandaag 244 wandelaars de eindstreep niet halen.

Om half vijf bleek de lichte stijfheid van mijn kuiten zich over het hele lichaam te hebben verspreid. Ik kon nauwelijks van het veldbed komen en was zo stijf als een plank. Dat voorspelde niet veel goeds en ik moest gelijk weer aan luitenant Duivelshof denken. Maar na enig duwen en trekken kwam ik toch overeind en verdween de stijfheid geleidelijk.

Om zes uur vertrokken we weer. Dit keer richting Beuningen en Wijchen. De stemming was weer prima, maar het tempo was nu toch wat lager. In de loop van de dag verscheen, net als gisteren, een stralend zonnetje en werd het bloedheet. Ook nu weer waren er die verzorgingsstop waar we de blaren konden laten verzorgen. Die had ik nog steeds niet.

 

Opwindende massage

Bij de laatste stop liep ik eens bij zo’n hospitaaltent binnen. Het was er nog rustig en ik kwam in gesprek met één van de hospikken. Ik vroeg wat ze zo al de hele dag deden en dat wilde hij me wel even laten zien: “Doe je gevechtsbroek uit en ga maar eens op die tafel liggen, dan laat ik je eens verzorgen”.

Hij riep één van de aanwezige fysiotherapeuten (masseuses zou hier een beter woord zijn, maar het kan verkeerd worden uitgelegd). Een prachtige blondine slingerde zich met een opwindende gang naar de tafel waar ik lag. “Laat hem eens zien wat we hier zo de hele dag doen”, zei hij tegen haar.

Daar lag ik op een tafel in een groene militaire onderbroek met wijde pijpen. Beslist geen aantrekkelijk gezicht. De blonde godin begon de spieren in mijn enkels en kuiten te kneden en ze werkte zich langzaam omhoog richting bovenbenen. Hoe hoger ze kwam, des te hoger werd mijn vrees, dat mijn jonge metgezel zou wakker worden en een reactie zou geven. En mij in opgerichte stand voor schut zou zetten. Het bleef me gelukkig bespaard.

 

Herboren benen

Na een klein kwartiertje meldde de prachtige spierenkneedster dat dit zo’n beetje was wat ze zo dagelijks deden. Mijn benen voelden als herboren en met een elastisch sprongetje wipte ik van de tafel. Ik bedankte haar uitgebreid, waardoor ik haar nog wat langer in de ogen kon kijken en toen was dat feest afgelopen. Ik liep naar de hospik. Ik bedankte hem ook en zei dat ik onder de indruk was van hun werk, dat ik me stukken beter voelde en hoe ik nog eens zo’n massage kon krijgen. Hij gaf me wat tips en ik bedankte hem nog maar eens een keer.

Een paar minuten later verlieten we dat kamp. Ik liep een stuk gemakkelijker. Ook die avond gingen we niet Nijmegen in en lagen al om half negen te pitten.

 

Geen lichtzinnigheden meer


Er lopen al verschillende dames in ons peloton. Foto: Marinus van Schaijk.

Donderdag 29 juli 1965. De derde dag. Deze dag wordt "De dag van Groesbeek" genoemd. Maar is bekender onder de naam "De Zevenheuvelendag". Dit wordt algemeen gezien als de zwaarste dag. Vooral omdat er, de naam zegt het al, zeven heuvels in de route zitten. Maar ook omdat er één lange rechte weg bij zit. Als je daar aan begint, dan lijkt die weg alleen al 40 kilometer lang en dan heb je er al meer dan 25 opzitten. Er komt gewoon geen einde aan die weg. Vandaag zouden 177 deelnemers het einde niet halen.

 

De dag begon weer zonnig en als het ook weer zo warm zou worden als gisteren, zou dat wel eens veel problemen kunnen geven. Rond een uur of tien begon het te regenen en koelde het aanzienlijk af. Dat maakte het lopen een stuk gemakkelijker. Het tempo was een stuk lager dan de eerste dag. De sfeer was weer geweldig en dat maakte dat je soms niet eens in de gaten had dat je alweer tien kilometer gelopen had. De eerste dag hadden we nog wel eens een verzorgingskamp overgeslagen. Dat soort lichtzinnigheden lieten we nu wel uit ons hoofd.

Als we van ver al een kamp zagen kregen we nieuwe energie om in elk geval daar te komen. Op elk kamp ging ik naar de verzorgingstenten en met de tips van de hospik kwam ik ook elke keer op een massage tafel te liggen. De blonde schoonheid zag ik echter niet meer, maar haar collega’s mochten er ook zijn en deden hun werk ook uitstekend.

 

Persoonlijk drama

Op het laatste kamp van die dag was ik net in de EHBO annex massagetent toen daar twee van mijn eigen pelotonskameraden (maar niet van de C-compagnie) bij de dokter waren. Ze hadden erg veel problemen met hun voeten. Het zweet was door het leer naar buiten getrokken en had aan de buitenzijde een witte zout uitslag gegeven. Deze witte aanslag was rood gekleurd door het bloed van de opengesprongen blaren. Hun voeten zagen er vreselijk uit en ze hadden eigenlijk al moeten opgeven. De dokter gaf hen ook dat advies: “Stop er mee mannen, het is niet verstandig om door te lopen”.

Toen gebeurde er iets, waardoor ik me plots realiseerde hoe belangrijk die Vierdaagse eigenlijk is. En hoe groot de impact is als je kost-wat-kost wilt lopen en dat kan plotseling niet meer. De twee jongens waren ook niet van plan om te stoppen en wilden weer hun schoenen aantrekken. Waarop de dokter zei: “In dat geval krijgen jullie nu hier een uitdrukkelijke dienstopdracht: jullie moeten stoppen met deze Vierdaagse te wandelen”. De jongens begrepen de consequenties als ze dat dienstbevel niet zouden opvolgen. De tranen kregen de vrije loop. Ze waren compleet van de kaart en besloten dat opgeven het verstandigste was. En ik zag opeens hoe belangrijk die Vierdaagse eigenlijke wel niet is.

Tot dan had ik zelf de Vierdaagse steeds gezien als een lollig en gezellig weekje buiten de kazerne. Zo van: een stelletje wandelaars onder elkaar die er een leuk weekje van maken. Nou vergeet het maar: sommigen kunnen er zo bezeten van worden, dat ze door zouden lopen. Ook al levert hen dat later grote lichamelijke en psychische problemen op. Toen begreep ik ook waarom luitenant Duivelshof me had laten beloven om er mee te stoppen als het echt niet meer zou gaan. Dat gaf mij in elk geval de inspiratie om met goed verstand de vier dagen vol te maken.

 

Nieuwe kracht

Vrijdag 30 juli 1965. De vierde en laatste dag: "De dag van Cuijk". Op deze laatste dag vallen altijd de minste mensen uit: 72 mensen zouden vandaag de eindstreep niet halen. Het zicht van de finish geeft blijkbaar nieuwe moed.

We gingen naar Grave en Beers en kwamen bij Cuijk de Maas over. Er waren nog maar een paar mannen in het peloton die geen problemen hadden. Waaronder sgt. Henk Nijhuis, maar dat was een wandelaar van huis uit. Als het moest liep hij de Vierdaagse wel twee keer.

Mijn benen voelden aan als houten stokken met een roestig scharnier in het midden. We sloegen geen enkel kamp meer over. We sleepten ons van rustkamp naar rustkamp. Na elke massage kon ik er weer een paar kilometer tegen. De makkers die het heel moeilijk hadden, werden door de meer fittere collega’s onder de arm genomen en zo op weg gehouden.

Iedereen was van plan om in elk geval de vierde dag ook nog uit te lopen. Zo strompelden we 35 kilometer voort. Tot we ergens in Mook de Rijksweg opdraaiden. Die verandert in Nijmegen in de Sint Annastraat. En wordt in Vierdaagse tijd altijd omgedoopt in Via Gladiola. Omdat de toeschouwers er bosjes gladiolen aan de wandelaars geven en er dus een lint van gladiolen door Nijmegen loopt.

 

Eindelijk


De Finalisten staand: ?, Marinus van Schaijk, ?, Klaas Leemhuis,
Jef  Laurentzen, Geert Aerts, Henk Nijhuis. Zittend: Harry Laponder,
Harry Borger, ?, Hans Helfrich, Kees Blokker, ?. Foto: Klaas Leemhuis.

De aanwezigheid van zoveel toeschouwers gaf iedereen nieuwe kracht. Zelfs diegenen die de laatste tien kilometers zo’n beetje gedragen waren geweest, konden weer op eigen kracht lopen. En de laatste vijf kilometers leken op een echte zegetocht. De Nijmegenaren onder ons kregen van de aanwezige familie flinke bossen gladiolen. Waar we best een beetje jaloers op waren.

Vlak voor het einde van de Sint Annastraat was nog een podium, waarop een generaal de langskomende militairen inspecteerde. Sergeant Henk Nijhuis gaf het commando ”Hoofd rechts”. Sommigen waren zo stijf dat ze het hoofd daarna niet meer terug konden draaien. Vervolgens nog een paar honderd meter de hoek om en toen was het voorbij.

Sergeant Nijhuis ging met de controlekaarten naar één of andere tent en kwam later terug met 13 Vierdaagse kruisjes.

We werden naar het kamp terug gereden en hebben alleen nog maar op bed gelegen.

Gek genoeg, was de stijfheid een dag later al weer bijna verdwenen.

’s Maandags terug op de kazerne kregen we een dag prestatieverlof en gingen weer over tot de orde van de dag.

 


En zo ziet het Vierdaagse
Kruisje er uit.
Foto: Kees Blokker.

 

 

Enige jaren geleden was mijn vrouw in een opruimbui en werden de nachtkastjes geleegd. Ik kon nog net mijn zo zuur verdiende Vierdaagse kruis redden. Dat mocht niet weg. Daar heb ik veel te mooie herinneringen aan. Ik heb in dienst een heel fijne tijd gehad. Maar de week Vierdaagse stak daar nog met kop en schouders boven uit.

 

Kees Blokker, Voerendaal, 19 juli 2010. Met bijdragen van Rinus Kweekel, Klaas Leemhuis, Marinus van Schaijk.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.