Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

De Verbindingsdienst en de Vliegende Tijgers

 

Verbindingsdienst

Van Henk van der Veer kreeg ik een paar leuke verhalen. Henk is van lichting 55-1 en zat bij de 107LuchtsteunVerbindingsCompagnie (107LustVbdCie). Qua lichting en onderdeel hoort Henk dus eigenlijk helemaal niet bij ons thuis. Maar zijn verhaal is heel leerzaam en leuk. En wil je vooruit in deze wereld, dan moet je over je eigen grenzen heen kijken. Bovendien geeft me dat de gelegenheid om een aantal andere Verbindingsdienst eenheden eens voor te stellen.

Eerst even een terugblik over hoe ons leger was georganiseerd in onze tijd. Gebaseerd op wat ik me nog herinner van de lessen militaire organisatie.

 

Met het wapen van Jakarta op de mouwen


Foto: Rinus Kweekel.

Toen begin jaren 50 de koude oorlog uitbrak zou ons leger gaan bestaan uit 5 Divisies. Waarvan de 1e en de 4e Divisie paraat zouden zijn en de 2e, 3e en 5e mobilisabel. Uiteindelijk is het gebleven bij die twee parate divisies en de 5e als mobilisabele divisie.

De 1e divisie (1DIV) was in 1946 opgericht als Expeditionaire Macht (EM) voor uitzending naar Nederlands Indië. De divisie heette 1Divisie “7 December”.  Het embleem was een rood schild met daarop het wapen van Batavia (die plaats heet nu Jakarta) en de letters EM voor Expeditionaire Macht. Dat embleem mochten we op de rechter bovenarm naaien.

 

Wie is de baas?


Organisatieschema van 1Divisie.
Klik op de tekening om het te
vergroten. Foto: De Geschiedenis
van 1Divisie "7 December".

Zover ik me herinner was de sterkte van een Divisie in die tijd 50.000 mensen. Maar volgens huidige informatie moet dat tussen de 25000 en 30000 mensen zijn geweest. Een brigade bestond ongeveer uit 5000 personen. Een bataljon had ongeveer 500 soldaten verdeeld over vier compagnieën van elk circa 125 personen.

Om direct te kunnen zien onder wiens commando ze vielen, werden de verschillende onderdelen genummerd. Waarin het eerste cijfer van dat nummer aangaf tot welke divisie het onderdeel behoorde. Er waren een paar afwijkingen op die regel. Bijvoorbeeld: 42Pantserinfanteriebrigade van de Jan Willem Friso Kazerne in Assen en 49Afdeling Veldartillerie van de Johannes Post Kazerne in Steenwijkerwold/Havelte hadden het nummer van 4DIV, maar hoorden bij 1DIV.

Het tweede cijfer gaf de volgorde van de onderdelen aan. Hoe hoger dit cijfer was, hoe verder het onderdeel van de divisiecommando af lag. Ons nummer 11 gaf dus aan dat wij bij de 1DIV hoorden en ook het eerste Verbindingsdienst onderdeel was binnen die divisie. We zorgden voor de verbindingen van de verschillende commandocentra van de gevechtseenheden naar het commandocentrum van 1DIV. Hiernaast staat een organisatieschema van 1DIV met de verschillende onderdelen van de divisie.

In het verhaal over de Oranje-Kazerne kun je lezen welke onderdelen van 1DIV op de O.K. gelegerd waren.

 

Een paar Verbindingszusjes

Maar er waren nog veel meer Verbindingsdienst onderdelen. Ik heb even rondgekeken en heb er een paar gevonden.

104VbdOst (104VerbindingsOndersteuningsCie) Kamp Holterhoek, Eibergen

105VbdVerkBat (later 105Radiocie en 890Radiocie) Kamp Holterhoek, Eibergen

106VbdRasbat (VerbindingsRasterbataljon) in de Arthur Kool kazerne, Ede

107LustVbdcie (LuchtsteunVerbindingsCompagnie) in de Prins Hendrik Kazerne annex Krayenhoff Kazerne, Nijmegen

108VbdBedbat (VerbindingsBedieningsbataljon) in de Wittenberg, Garderen/Stroe

109VerbindingsHerstel- en Depotcompagnie in de Weeshuiskazerne in Naarden

110VbddHrstAvplcie in de Weeshuiskazerne in Naarden.

Ik heb even bij Charley Knijff van het Museum van de Verbindingsdienst nagevraagd naar de volledige naam van laatst genoemde compagnie. Hij kwam met het volgende: 110VerbindingsdienstHerstelAanvullingsplaatsCompagnie. En hij voegde er aan toe: "Mooi woord voor Scrabbel". Waarna hij een paar minuten later meldde: "Eigenlijk is dat niet eerlijk. Het moet dit zijn: 110 Verbindingsdienst Herstel- en AanvullingsplaatsCompagnie". Nog steeds een mooi woord voor Scrabbel. Als men indertijd maar snapte wat het betekende.

 

Wat deden die voor de kost?

Deze clubs waren onderdeel van 101Verbindingsgroep. Ze zaten hoger in de organisatie dan het 11Vbdbat. Meer richting het 1Legerkorps.

De Militaire Inlichtingen Dienst was ook een onderdeel van de Verbindingsdienst. De 105VbdVerkBat (en haar vele opvolgers als 105RadioCie, 890RadioCie en 898Vbdbat) in Kamp Holterhoek in Eibergen hield zich vooral bezig met het afluisteren van het vijandelijk, maar ook het eigen, berichtenverkeer. En het ontcijferen en classificeren ervan. Een supergeheime club, die inmiddels ook is opgeheven. Onze luitenant J.J.C.N. de Vries mocht als generaal nog een woordje doen bij de opheffing van het bataljon.

 


Henk van der Veer stamt uit de tijd dat de
Verbindingsdienst nog Verbindingsstroepen heetten.
Met het embleem op de schouder. Foto: LFFD.

106VbdRasbat kennen we al. Daar zat Frans van Gils bij. Hij verzorgde met zijn club de verbindingen van het 1DIV commando centrum naar 1LK (Eerste Legerkorps) en verder.

Het 108VbdBedbat kennen we ook al. Daar werd onze luitenant J.J.C.N. de Vries een tijdje plaatsvervangend compagniescommandant van de B-cie.

 

Bij 1DIV zat ook het 299 Squadron Lichte Vliegtuigen. Dat Squadron hield zich vooral bezig met verkenningen en het maken van foto’s van (vermoedelijke) vijandelijke posities. Ze vlogen met kleine, de naam zegt het al, lichte vliegtuigen. Zoals de Piper L-18C Super Cub, de Piper Cub, de Hiller-helikopter en de bekende Alouette III helikopter. De verbindingen met de vliegtuigen werden door de 107LustVbdCie onderhouden. Dat was weer eens wat anders dan wat wij deden. Wij hadden veel werk en uiteindelijk maar vier telefoonkanalen beschikbaar.

En 107LustVbdCie hield zich bezig met het naar doelen geleiden van Starfighter straaljagers.

 

Henk van der Veer zat dus bij deze compagnie. Let wel: al in 1955. Toen kregen de mannen bij hun uniform ook nog een paar meter lint waarop stond: “Verbindingstroepen”. Dat mochten ze in een mooie cirkel op de schouder vastnaaien. Kraagemblemen kende men toen nog niet.

 

 

Platensergeant


Een deel van lichting 1955-1 in de Elias Beeckman Kazerne.
Staand links: Henk van der Veer. Zittend links met pijp: Stef Meeder.
Foto: Henk van der Veer.

Henk herinnert zich overigens uit zijn tijd (1955) ook nog wel een paar antieke dingen:

“107LustVbdCie was (althans in mijn tijd) maar een kleine compagnie. Ik heb er toch nog wel leuke herinneringen aan. Dat is meestal zo. Als je ouder wordt, vergeet je de rot dingen.

Na de basisopleiding kwam ik in de Elias Beeckman kazerne in Ede. Daar zat ook een sergeant die verrekte goed op een piano kon spelen. Op zondag schnabbelde hij wel eens wat bij door te spelen in het P.M.T. (Weet je dat zeker Henk? Op zondag in het P.M.T.? KB). Later zag ik deze sergeant vaak op de hoezen van langspeelplaten staan: Stef Meeder. Ook als sergeant was hij een aardig voor zijn mannen. Hij had ook een accordeon. Ik zat in die tijd op accordeonles en mocht voor mijn lessen gebruik maken van het apparaat van Stef.

In Ede werd ik opgeleid tot radio-telegrafist. We moesten toen nog werken met ouwe troep: dumpgoed uit de Tweede Wereldoorlog. Als de handel niet wilde werken kon je veel bereiken door er een klap met je koppel op te geven!

Na de opleiding in de Beeckman kwam ik terecht bij de 107LuchtsteunVerbindingsCompagnie in de grote legerplaats “De Wittenberg” in Garderen/Stroe. In die tijd kregen we voor het eerst de nieuwe Dikke DAF YA 328.

Op zich hadden we er geen slecht leven hoor. Veel op oefening en dan was je lekker vrij.

We werden ook nog uitgeleend voor de Taptoe Delft. Mochten we de kleurenspots bedienen tot we er kleurenblind van waren.

We hadden er ook wel eens mazzel met die oude dumpapparatuur van ons. We hadden samen met Belgen eens een oefening in Duitsland. Die hadden veel betere Telefunken apparatuur. Ze namen veel van onze berichten voor ons mee. Niemand die er wat van merkte.

 

Spelfouten

“We hadden eens een oefening waarbij we moesten doen of alle radio verbindingen verbroken waren. En toch moesten we berichten verzenden. Dat deden we met behulp van grondseinlappen. Dat waren linnen lappen van een paar meter grootte. Die werden op een bepaalde manier op de grond gelegd. Vervolgens vloog er dan een oude Piper Cub van het 299 Squadron Lichte Vliegtuigen overheen. De piloot noteerde de volgorde van de lappen en dus het bericht. Als hij het begrepen had, bewoog hij zijn vleugels op en neer. Deed hij dat niet, dan moesten we nog maar eens goed naar de volgorde van de lappen kijken. Met die lappen had je snel een spelfout gemaakt”.

 

Vliegende Tijgers


Buck Danny legt zijn ontsnappingsplan uit. Klik op
de tekening om deze te vergroten. Foto: Uitg. Dupuis.

Dan vervolgt Henk met een verhaal. Waarbij ik onmiddellijk moest denken aan een album uit de tekenstripreeks van Buck Danny, mijn favoriete stripheld in de jaren vijftig. Buck Danny werkte bij de Amerikaanse luchtmacht. Het verhaal “De zonen des hemels” speelt in het midden van 1942. Buck is daarin een Vliegende Tijger piloot, die strijdt tegen de Japanners in Zuidoost Azië. Hij is met zijn makkers neergestort (dat overkwam hem per album een keer of zes). Ze lopen te dolen door de jungle naar een plaats waar een vliegtuig hen zal komen oppikken. Probleem is, dat het vliegtuig nergens kan landen. Slimme Buck herinnert zich plots een nieuwe manier die de Amerikaanse Luchtmacht heeft ontwikkeld om personen en goederen op te pikken, zonder dat een vliegtuig landt.

 

Overleven we dat?

In 1955 was de methode schijnbaar ook in het Nederlandse Leger ingeburgerd. Henk van der Veer stond erbij en hielp mee: “Op diezelfde oefening hadden we ook nog een andere methode om berichten te verzenden. Dat bericht ging in een leren zak en zou door een Piper Cub van 299 LV worden opgepikt. De Piper sleepte een lange lijn met daaraan een haak achter zich aan. Twee van onze mannen moesten tien meter uit elkaar tegenover mekaar gaan staan. In de hand hadden we een stok van een paar meter lengte. Met daartussen op de kop een lijn waaraan die leren zak met het bericht zat. Vervolgens kwam dat kreng met veel lawaai heel laag over ons heen gevlogen. De haak haakte om onze lijn met de leren zak.

Wij stonden ons te knijpen en hoopten dat die piloot een beetje recht zou vliegen. Die lijn met de haak slingerde vervaarlijk achter het toestel aan. Op een mep van die haak zaten we niet te wachten.

We stonden meer dan tien meter uit elkaar en de Piper vloog midden tussen ons door. Maar hij kwam zo laag en met zoveel lawaai langs, dat we bijna tegen de grond werden geblazen.

Natuurlijk lukte dat niet in één keer en dus maakte de Piper een bocht en kwam hij nog eens terug. Net zolang tot hij de zak aan zijn staart had hangen. De piloot zwaaide weer met zijn vleugels en wij stonden van vreugde te juichen. Niet omdat we blij waren, dat we het bericht hadden afgeleverd. Maar omdat we geen klap van die haak hadden gehad."

 

Buck Danny deed het niet beter. Ook hij ging pas de tweede keer mee de lucht in. Om vervolgens zes bladzijden verder weer ergens anders neer te storten.

 

Henk zat als radiotelegrafist eerste klasse op een functie voor korporaal. En drie maanden voor zijn afzwaaien smaakte hij het genoegen om de gele korporaalsstrepen nog op zijn uniform te mogen naaien. Wat nog eens 15 cent extra soldij per dag opleverde.

Henk is ook een heel verdienstelijk schilder van schepen en havens. Kijk voor meer schilderrijen op de pagina Havenschilder Henk van der Veer.

 

Nieuwe stek


Het nederige onderkomen waar de onderofficieren van de 107LustVbdCie
moesten overnachten. Met nadruk op moesten. Foto: Ton van Gellekom.

Ergens in 1964 verhuisde de 107LustVbdCie van de Wittenberg naar de Prins Hendrik Kazerne annex Krayenhoff Kazerne in Nijmegen.

Ton van Gellekom herinnert zich over zijn tijd bij het 107LustVbdBat nog het volgende: “ Ik was van lichting 65-1. Ik ben begonnen in Ossendrecht met de basisopleiding. Na twee maanden ging ik naar de Kaderschool op de Simon Stevin Kazerne in Ede. Daar werd ik opgeleid tot sergeant-instructeur en radio-telegrafist 1e klas. Daarna kwam ik bij de 107LustVbdCie in de Prins Hendrik Kazerne in Nijmegen. Dit was eigenlijk een Luchtmachtkazerne (De LIMOS: Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School) met maar één Landmachtcompagnie: 107LustVbdCie. Daar werd ik postcommandant van een radio-telegrafie wagen. De onderofficieren sliepen net buiten de kazerne in een schitterende witte villa. Meestal deden we niets en brachten onze tijd door met pingpongen - zonnen - badminton - voetbal - in de O.O. kantine zitten etc.

Dat was een machtige tijd. Ik deed diverse oefeningen in Duitsland (Sennelager/Hohne/Lüneburgerheide). Als we op oefening waren, werden wij aan de staf van een oefening toegevoegd. We waren dan verantwoordelijk voor de aangevraagde luchtsteun. Dat waren toen Starfighters, die wij écht "op het doel lulden" zoals het heette. Met andere woorden, ze kwamen écht uit Nederland en deden aan die oefeningen mee. Die Starfighters werden opgeroepen om denkbeeldige doelen van de "vijand" te vernietigen. Hetzelfde als onze F-16's nu doen in Afghanistan en Libië. Ik ben afgezwaaid in november 1966. Het was een van de mooiste periodes in mijn leven. Ik zou het zó weer over doen".

 

Henk van der Veer en Ton van Gellekom omspannen een heel decennium (55-1 en 65-1) dienstplichtigen. Henk uit een tijdperk dat dienstplichtingen echt nog moesten afzien. En Ton uit een meer luxer tijdperk. Maar beide hebben er het beste van gemaakt en met hun verhalen kijken ze terug op een mooie en leerzame tijd. Heren, bedankt voor uw bijdragen aan de verhalen van het 11Verbindingsbataljon.

 

Henk van der Veer en Kees Blokker, Poortugaal/Voerendaal, 28 maart 2011. Met bijdragen van Peter de Balen, Uitg. Dupuis, Ton van Gellekom, Charley Knijff, Rinus Kweekel, LFFD, Albert van Zundert (11INFVERKCIE 11Infanterie Verkenningscompagnie Garde Jagers).

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.