Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

Een Telg van Lucky Luke?

Naar aanleiding van het verhaal De Schietoefening van Kojak Jo over zijn opleidingsmakker Jo Debets herinnerde Frans van Gils zich een verhaal over één van zijn andere makkers die Bosman heette. Hier is het.

 

Wapen- en munitieles

Zoals jullie nog wel weten schoten we in de basisopleiding met de Winchester .30-M1 Karabijn. Maar in de vervolgopleiding en later in de parate hap kregen we de UZI. De UZI was een modern metalen wapen. Het was bedoeld voor de persoonlijke beveiliging, niet een echt aanvalswapen. Maar ook daar was het wel geschikt voor. In maffia of gangsterfilms zie ik dat het wapen nog steeds wordt gebruikt. Maar gaan we eerst even terug naar een les Wapen- en munitiekennis door onze wachtmeester van der Velde.

 

De UZI

De UZI bestond maar uit een paar onderdelen. De uitklapbare kolf, het huis, de losse loop, een bovenplaat met schuifknop, een magazijn voor 32 stuks 9 x 19 mm parabellum patronen en een zware afsluiter met een lange stang en daar overheen een veer. De slagpin zat in de afsluiter. In de afsluiter zat ook de kamer voor de 9 mm patroon. De loop zat met een kartelmoer vooraan in het huis geschroefd. De loop was erg kort en daarom was het wapen alleen maar op de korte afstand nauwkeurig, zeg tot ongeveer 100 meter. Daarmee was het zeer geschikt voor de persoonlijke verdediging. Maar je kon er ook een langere loop inschroeven, zodat het ook voor langere afstanden inzetbaar was. Wij beschikten niet over die lange lopen. Je kon het wapen blind uit elkaar halen en ook het in elkaar zetten ging maar op één manier.

 

In de parate hap kregen we nog een rode dummy, die over de loop heen geschroefd moest worden en dan konden we met losse patronen schieten. Bij losse patronen was namelijk de terugslag niet sterk genoeg om de zware afsluiter naar achter te schieten, de lege huls uit te gooien en een nieuwe patroon in de kamer te brengen. Door die rode dummy over de loop te schroeven bleef er meer gas beschikbaar om automatisch met de UZI te kunnen schieten.

 

Op de achterkant van de pistoolgreep zat een knop die je tijdens het vuren moest indrukken, anders ging het wapen niet af.

De UZI was een semi-automatisch machinepistool. Je kon er in enkelschot kogel voor kogel mee afschieten, maar je kon het ook op automatisch zetten en dan schoot de UZI een heel magazijn van 32 patronen in één seconde leeg. In dat geval was het dus slim om maar alvast een paar geladen magazijnen te hebben liggen. Want met een lege UZI is het kwaad oorlog voeren.

 

Superbetrouwbaar


De UZI van Frits Diks met gedemonteerde patroonhouder, een fles
wapenolie (of bier) en een 60-er jaren radio. Links vooraan de dummyloop
voor automatisch schieten met losse flodders. Foto: Frits Diks.

Het was een super betrouwbaar wapen en werkte zelfs nog als je het in een bak met zand had laten vallen. Dat was niet zo verwonderlijk als je weet dat het was ontworpen door Uziel Gal. Uziel was een Israëlische legerofficier. Hij had het speciaal ontworpen voor gebruik door het Israëlische leger in de Negev en Sinaï woestijn. Hij gaf het wapen ook de naam, door de eerste drie letters van zijn eigen naam te nemen.

 

Van water moest het wapen minder hebben en het was dan ook zaak om de UZI regelmatig op roest te inspecteren. Roest in een wapen, dat vond Het Leger nog erger dan vloeken in een kerk. Vonden ze bij een inspectie roest in je UZI, dan kon je een weerzien met Marie wel een paar weken op je buik schrijven.

 

Roest of oxydatie?

Vlak voor een inspectie vond Jo Coenen ook eens roest in zijn UZI. Jo, altijd goed voor een creatieve oplossing, ging naar de keuken en spoot het wapen eens flink door met de hoge druk stoom die ook gebruikt werd om de plate’s te desinfecteren. De roest (oxydatie noemde Jo dat), was net lang genoeg verdwenen om door de inspectie te komen. Daarna moest hij extra stevig met pompstok en wapenolie aan de slag om zijn Finy te kunnen blijven zien. Warm water bleek juist nog meer "oxydatie" te veroorzaken.

 

Vuurkoord

Een patroon, dus ook die voor een UZI, bestond uit een koperen of messing huls en een daaruit stekende loden kogel. De huls was gevuld met een mengsel van buskruit. Buskruit ontbrandt niet vanzelf, maar heeft een lont of iets anders nodig om te ontsteken. Dat is een super snel ontbrandend goedje dat van der Velde "vuurkoord" noemde en dat volgens hem brandt met een snelheid van 6800 meter per seconde. Om aan te geven hoe snel dat wel was gaf hij ook een voorbeeld. "Stel; jullie beginnen hier in Ossendrecht een klos vuurkoord af te rollen en gaan al doende naar jullie favoriete kroeg bij de grens in Putte. Dat is net iets meer dan zeven kilometer. Als ik roep, dat ik er hier in Ossendrecht een vlam aansteek, dan hebben jullie in die kroeg bij de grens nog net één seconde om je handen van de klos af te halen. Daarna heb je verbrande vingers, want zo snel is mijn vlam in Putte. Wees dus bere voorzichtig met dat spul en onderschat de brandsnelheid niet".

 

Zo snel kun je niet lopen

De achterkant van de huls bevat het slaghoedje en dat slaghoedje is gevuld met dat vuurkoord. Door de trekker over te halen schiet de slagpin met kracht in het slaghoedje. Het vuurkoord is een hoog explosief spul, dat door die inslag tot ontploffing komt. Er ontstaat een kleine steekvlam, wat vrijwel onmiddellijk direct het buskruit ontsteekt. Dit ontploft en dan vliegt de loden kogel uit de huls de loop in. In de loop zitten groeven die ronddraaien in de loop. De kogel wordt met zijn buitenwand in die groeven geperst en begint rond te draaien. Als hij de loop aan de voorkant verlaat draait de kogel als een gek rond, waardoor hij mooi recht aan zijn loopbaan (wat een prachtig passend woord) begint. Hij heeft op dat moment een snelheid van circa 1000 meter per seconde. Een stuk sneller dan de snelheid van het geluid (ca. 350 m/s), waardoor je op een afstand eerst de rookpluim uit een afgeschoten geweer ziet komen en pas daarna de knal hoort.

De groeven in de loop worden trekken en velden genoemd en laten een afdruk in de kogel achter. Die afdruk is voor elk wapen anders en geeft op die manier de kogel een soort van vingerafdruk. Iets wat Jo Debets met zijn schietoefening vermoedelijk wilde controleren.

 

Lucky Luke en Joop Bosman


Hét voorbeeld van vele schutters: Lucky Luke, de man die
sneller schiet dan zijn schaduw. Foto: Uitgeverij Dupuis.

Frans van Gils lag in de vervolgopleiding op een kamer met Jo Debets, Ger Vossen en ene Bosman. Zijn voornaam is Frans vergeten. Laten we hem Joop Bosman noemen.

Joop Bosman was een ondernemende jongen. Die soms, net als Lucky Luke, sneller was dan zijn schaduw. En dat is soms helemaal niet gezond. Zoals hij tot zijn schade spoedig zou ondervinden.

Tijdens een wapenles moesten de mannen een UZI uit elkaar halen, onderhouden, super snel weer in elkaar zetten en een paar kogels afvuren. De sergeantjes in spé kregen nu eenmaal meer schietoefeningen dan wij. En het Leger vertrouwde meer op hun inzicht en verantwoordelijkheidsgevoel. Voor de zekerheid stond er toch nog een instructeur bij die een oogje in het zeil hield.

 

Sneller dan zichzelf

Joop Bosman had zijn wapen snel gesloopt en ook het in elkaar zetten ging hem vlot af. De patronen zaten in no-time in het magazijn en hij was gereed om het wapen af te vuren. De instructeur knikte goedkeurend over zoveel snelheid, maar dat zou niet lang meer duren.

Joop trok de schuifknop boven op het wapen naar achteren. Waardoor een patroon uit het magazijn de kamer van de afsluiter in schoof en hij haalde de trekker over. De zware afsluiter met patroon schoot naar voren in de achterkant van de loop. En toen was het stil. Het wapen ketste af.

Verwonderd keek Joop naar zijn weigerachtige UZI. Zonder verder na te denken gaf hij met de vlakke hand een klap op de loop. De loop, die niet helemaal goed was aangedraaid, schoot daardoor een fractie naar achteren. De in de loop zittende patroon raakte vervolgens de slagpin, waardoor de weigerachtige kogel alsnog werd afgevuurd. Dwars door de vlakke hand van Joop. Waarmee hij de eerste sergeant in opleiding was die zich in vredestijd zelf door een handpalm schoot. En hij eigen"handig" kennis maakte met de brandsnelheid van vuurkoord.

 

En ons werd nog wel ingeprent dat sergeanten slimmer waren dan wij ("denken dat hoeven jullie hier niet meer te doen, dat doen wij wel voor je"). Ik ben benieuwd wat onze wachtmeester van der Velde hier van gezegd zou hebben.

 

Kees Blokker, Voerendaal, 25 oktober 2010. Met bijdragen van Frits Diks, Uitgeverij Dupuis, Jo Coenen, Frans van Gils.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.