Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

De Telefoonmonteur en de Bauschers. Piet Wolters Story.

Van Piet Wolters, die net als Jan Schuring in Winsum (Gr) woont, kreeg ik een aantal herinneringen over zijn en onze diensttijd die ik jullie graag laat horen.

 

Diensttijd


5 augustus 1964. Basisopleiding 64-4. Gehurkt links: Piet Wolters.
Foto: Piet Wolters.

Piet is van de lichting 64-4. Hij kwam op 5 augustus 1964 in dienst en zwaaide af op 4 mei 1966 na een diensttijd van 21 maanden. De meesten van ons waren echter maar 18 maanden in dienst. Hoe kwam het dan dat Piet drie maanden langer moest blijven?

 

Levenslang dienstplichtig

In principe was iedereen zo beetje levenslang dienstplichtig, want in noodgevallen konden alle "daartoe in staat zijnde" Nederlandse mannen altijd worden opgeroepen om het land te verdedigen. Maar vanaf een bepaalde leeftijd vond men toch dat je niet meer zo geschikt was. Ik weet nu niet meer precies welke grenzen er waren. Ik meen dat dienstplichtige manschappen en korporaals tot hun 35e, dienstplichtige onderofficieren tot hun 40e en dienstplichtige officieren tot hun 45e jaar konden worden opgeroepen. Dienstplichtige officieren werden overigens niet zo genoemd, maar hadden de titel van reserve-officier. Als ik me goed herinner, mochten ze die ook na hun afzwaaien blijven voeren. Maar moesten er dat geval wel b.d. (buiten dienst) achter zetten. Zo地 titel kon dan bijvoorbeeld zijn: Reserve Tweede Luitenant der Verbindingsdienst b.d.

 

Specialisten

In onze tijd was de diensttijd voor iedereen 24 maanden. We hoefden daar maar een gedeelte werkelijk van te dienen. En dat hing af van je militaire functie en de daaraan verbonden opleidingstijd. Militaire functies met een opleidingstijd inclusief de basisopleiding van zes maanden of korter moesten 18 maanden in dienst. Iedereen met een opleiding langer dan zes maanden moest 21 maanden in dienst. Zij werden "de Specialisten" genoemd. Dat werd altijd afgekort tot "de Specs".

Na je actieve diensttijd ging je met klein verlof tot een totale tijd van 24 maanden was bereikt. Klein verlof was dus voor de meesten zes maanden, maar voor de Specialisten drie maanden. Vervolgens gingen we met groot verlof tot de leeftijd was bereikt die afhankelijk was van de militaire rang. Dus 35, 40 of 45 jaar. Daarna zouden we in theorie niet meer worden opgeroepen.

 

Welke Specs. zaten er bij ons?


Opleiding telefoonmonteurs in het VOC. Foto: LFFD.

De meeste militaire functies hadden een kortere opleidingstijd dan zes maanden. En dus gingen de meeste dienstplichtigen na 18 maanden weer naar huis. De rest moest 21 maanden blijven. Bij ons in het 11Vbdbat waren dat in elk geval de dienstplichtige officieren en onderofficieren.

En vrijwel het gehele Radiopeloton. Dit bestond uit radiotelegrafisten en om te kunnen zenden en ontvangen in punten en strepen waren die jongens maar liefst acht maanden op het VOC in Ede.

Het BK Telexpeloton had een paar specialisten. Als ik me goed herinner waren dat in elk geval de Vercijferaars (Louis Eijck en co).

In het Staf- en Verzorgingspeloton zaten de koks (Henk Heidema en co), de mannen van de administratie (Henk Verbakel, Peter van Lith), de foerier (sergeant Piet Vlaar en co), de chauffeurs van de keuken en BOS wagen (Jan Schuring en Harry Borger en co) enzovoort. Dit waren voor ons super belangrijke functies, maar met een korte opleiding hoefden die jongens maar 18 maanden voor ons te zorgen.

 

Specs. van het Radioschakelpeloton

Ook het Radioschakelpeloton bestond uit simpele functies. Toch was er 鳬n specialist: Dicky Huijsmans. Hij was een verdwaalde chauffeur radiotelegrafist. Die eerst bij de Stafcompagnie (niet te verwarren met het Stafpeloton) had gezeten en was bevorderd tot chauffeur van onze pelotonscommandant vaandrig Rob van Kordelaar. Rob had een MUNGA met radioapparatuur en dan is het handig als je ook iemand hebt die weet hoe je zo地 radio van de broodnodige punten en strepen moet voorzien.

 

De Telefoonmonteur

Het Lijnpeloton kende ook alleen maar simpele functies. Behalve Piet Wolters. Die kreeg een opleiding tot telefoonmonteur. Hij zat acht maanden te zwoegen om dingen te repareren die men bij het Lijnpeloton niet eens had.

Aangekomen in de parate hap kreeg Piet derhalve een andere functie. Hij werd de opvolger van die goede ouwe Piet Toonstra. De beide Pieten waren verantwoordelijk voor de energieverzorging van het Lijnpeloton en het BK Telexpeloton in het berichtencentrum van de 1 DIV "7 December". Wow, dat is een lange zin. Dat vraagt om een toelichting.

 

Waar kwam onze stroom vandaan?


Twee Briggs & Stratton's op een aanhanger. Foto: Adri de Bie.

De energieverzorging bij de C-compagnie was eigenlijk heel eenvoudig. De radioschakelwagens hadden allemaal een aanhanger waar twee aggregaten van het Amerikaanse merk "Briggs & Stratton" op stonden. Omdat het soms verrekte lastig was om die krengen aan de praat te krijgen, werden die door de meesten onder ons "Briggs & Startniet" genoemd. Behalve door Jo Coenen. In zijn woordenboek kwam het woord "Startniet" niet voor. Hij kreeg altijd elektriciteit uit zo地 B & S geperst. Zelfs als later bleek dat men op de fabriek gewoon was vergeten de generator in het apparaat te bouwen.

 

Avonturen met een aggregaat

Met die B & S地 hebben we van alles meegemaakt. Zoals gezegd stonden twee naast elkaar op een aanhanger. In het midden was een schakelpaneel. Daarop zaten een paar meters en knoppen om van het 駭e op het andere aggregaat te kunnen omschakelen. Onze pelotonscommandant vaandrig Rob van Kordelaar verordonneerde altijd dat om de twee uren moest worden overgeschakeld van het ene naar het andere aggregaat. Zodat het uitgeschakelde aggregaat kon afkoelen, de olie kon worden ververst en het kon worden bijgetankt.

Dat omschakelen moest door alle radioschakelposten tegelijk altijd op c.q. rond hetzelfde uur worden gedaan. Beginnen om 1 uur, daarna 3, 5, 7 uur en zo verder. Als er een post rond zo地 tijdstip uit de lucht ging, wist onze stip Rob dat dit hoogstwaarschijnlijk aan 鳬n van de B & S aggregaten van die post lag. En niet aan vijandelijke activiteiten in dat gebied. Hij kon dan alvast beginnen met het opzoeken van de garantiebewijzen van de Briggs en Strattons.

 

Balanceerkunstenaars

Het aftanken en onderhouden van de aggregaten was een taak van de chauffeur, maar die moest ook wel eens naar de WC of een tukkie doen. Dus had de hele bemanning van de schakelwagen regelmatig de taak om zo地 B & S van nieuw voedsel te voorzien.

Dat bijtanken van die aggregaten was altijd best tricky. Ze stonden op de aanhanger naast elkaar. Bovenop zat de tankdop. Je moest dan, balancerend op een wankel trapje of het spatbord van de aanhanger, de loodzware jerrycan in de hoogte en in evenwicht houden. En zo mikken dat de uit de jerrycan klotsende benzine in de tankopening terecht kwam. De eerste twee liters kon je wel afschrijven. Met een mooi klok-klok-klok geluid gingen die nooit de tank in, maar altijd over de gloeiend hete cilinderkop van die betreffende B & S. Meestal had je daarna de balans wel gevonden en ging het mikken een stuk nauwkeuriger. Zodat er uiteindelijk ook nog wat van de benzine in de tank van het aggregaat terecht kwam.

De over de gloeiende cilinderkop geknoeide benzine was altijd een punt van zorg. Om te vermijden dat er door vonken van statische elektriciteit brand zou ontstaan, moesten we altijd vr het aftanken de jerrycans aarden tegen het frame van de aanhanger of het aggregaat zelf.

 

Goed verhaal


John Ernst nog steeds confuus
van z'n vrije dag. Foto: John Ernst.

Of John Ernst dat eens vergeten was, is nooit helemaal duidelijk geworden. Op een oefening had hij ook eens aggregaten omgeschakeld en daarna het rustende aggregaat afgetankt. Plotseling bleek zijn aggregaat in de fik te staan. John was echter niet onder de indruk en bleek in staat om zijn zelf veroorzaakte brand te blussen.

Na de oefening moest er natuurlijk een rapport over worden ingediend. Waarschijnlijk had John in de basisopleiding ook wachtmeester van der Velde als instructeur gehad en geleerd om een verhaal af en toe eens te buigen en te strekken. Een slecht verhaal dat goed gebracht wordt, klinkt vaak nog heel positief.

Hij moest op rapport komen bij onze compagniescommandant kapitein Luchsinger. Het is nooit helder geworden wat hij precies in het rapport heeft geschreven. Zijn verhaal moet in elk geval wel heel goed zijn geweest. Normaal was het in brand steken van je eigen aggregaat goed voor 14 dagen licht of verzwaard arrest. John Ernst kwam terug met 鳬n dag prestatieverlof.

 

Voor dovemans oren

De B & S aggregaten maakten een geweldige herrie. Op oefening moesten we ons altijd goed camoufleren. Om de rechthoekige vormen van de vrachtwagens en aanhangers te breken en te verdoezelen werden er camouflagenetten overheen gespannen. We sleepten ons een breuk voordat die netten een beetje over de wagens hingen. En inderdaad waren we dan niet meer zo gemakkelijk te herkennen. Met de ogen dan. Maar als die Briggs & Strattons aanstonden, maakten ze zoveel lawaai dat ze ons tot in Rusland konden horen. Op zicht vonden ze ons dus nooit, maar met de ogen dicht had je de schakelwagens zo getraceerd.

 

Alles was geprijsd

Om ons te doordringen van het belang en de waarde van de voertuigen en apparatuur waar wij mee moesten werken, had Het Leger op de goederen teksten met de waarde van die goederen laten spuiten. Ik weet niet meer precies de bedragen, maar in een DAF YA314 stond een tekst als "Dit voertuig kost 45000 gulden". Op een Briggs & Stratton aggregaat stond: "Dit uitrustingstuk kost 8000 gulden". Ik heb me altijd afgevraagd hoeveel wijzelf wel niet voor Defensie waard waren en of ze misschien onzichtbaar ook iets op ons hadden laten spuiten.

 

De Bauschers


Piet Wolters en Frits Diks bij een van onze Bauschers.
Foto: Frits Diks.

De compagnie had ook nog twee of drie Bauscher aggregaten. Die Bauschers waren hele moderne, state-of-the art, high-tech apparaten. De 15 KW Bauscher was het superaggregaat uit onze Koude Oorlogstijd.

Er waren verschillende types: Twee types 1 en 2 DL 1875 bouwjaar 1954 en 1955 en Type 3 DL 18.75 bouwjaar 1956. De motor was een Deutz dieselmotor model A3L514 3 cilinder viertakt vermogen: 37,5 PK bij 1500 omw/min. en 45 PK bij 1800 omw/min. luchtgekoeld.

 

Technisch hoogstandje

Vandaag de dag kijken we niet meer op van een hybridmotor in een Toyota of zo, maar de Bauscher was toen op dat punt revolutionair en zijn tijd ver vooruit. De brandstof was namelijk multifunctioneel! Ook kon de motor werken op een mengsel van benzine-olie of benzine-diesel.

De generator was een Rona-Super Cosminator (patent A. van Kaick) type C.A 55 B/4 zelfregelende draaistroomgenerator. Nominaal vermogen 18,75 bij 50 C met 10% overbelasting mogelijkheid gedurende 2 uur. Arbeidsvermogen 15 KW bij cos = 0,8 spanning sterschakeling: 127/220 en 220/380 V frequentie 50/60 perioden. Het aggregaat was geschikt voor enkel- en parallelbedrijf en beveiligd met motor beveiligingsystemen en noodbedrijf. De Bauscher was uniek in onze tijd met vele storingstoeters en bellen. De meest voorkomende elektrische storing was het doorbranden van de compensatieweerstanden. En ook op de Bauschers stond een tekst: "Dit uitrustingsstuk kost 15 duizend gulden" (de technische gegevens zijn voor de echte liefhebber en verstrekt door en met dank aan Peter de Bake).

 

Piet Toonstra


Piet Wolters en Piet Toonstra in Steenwijkerwold.
Foto: Piet Toonstra.

De Bauschers produceerden genoeg elektriciteit voor een klein dorp, waren redelijk geluidsarm en konden onafgebroken doordraaien. Diegene die er voor moest zorgen had een luizenleventje. Bij ons was de man met dat luizenleventje Piet Toonstra. Piet was van de lichting 64-1. Hij zat in het Lijnpeloton en was, behalve de vertroetelaar van de Bauschers, ook nog centralist bij het Lijnpeloton. Hij was een in de gemeente Tietjerksteradeel geboren Fries. Dat schepte een band, want ik ben geboren in een klein plaatsje in de gemeente Smallingerland, op de grens van Tietjerksteradeel. Amper vijf kilometer van de geboorteplaats van Piet. In die tijd sprak ik nog redelijk Fries, dus kon ik met de oude stomp Piet wel goed opschieten. We reisden ook regelmatig samen.

Piet Toonstra zat dan wel in het Lijnpeloton, maar hij was veel meer te vinden op de kamers van de andere pelotons. Vooral als daar een feestje was. Piet had een Bourgondisch karakter. Hij hield van het goede leven en had altijd goede zin. Vandaar dat Piet Toonstra zo地 beetje bekend was bij iedereen in de compagnie.

 

Piet Wolters was Specialist telefoonmonteur. Maar bij gebrek aan kapotte telefoons werd hij toegevoegd aan een team onder leiding van sergeant Han Verkaart dat lijnverbindingen moest controleren. Op oefeningen trokken ze er op uit op zoek naar defecte telefoonlijnen. Voor de zekerheid ging er ook altijd een kratje bier mee. Je wist maar nooit: als er niets te repareren was konden ze met dat bier de tijd toch nog nuttig besteden. Niets om nu ongerust over te zijn: zie het als hun bijdrage om de koude oorlog te ontspannen.

 

Sabotage


Han Verkaart geeft een lesje lijnentrekken. Foto: Han Verkaart.

Maar hun lijncontroles konden ook minder ontspannen verlopen.

We waren eens op oefening in de omgeving van Winterswijk in de Achterhoek. Het Schakelpeloton en het Lijnpeloton moesten de verbindingen leggen. Maar er waren ook lijnploegen van andere onderdelen die aan die oefening meededen. Op onze schakelwagen zaten o.a. sergeant Jo Debets, Lex Bosveld, Evert Meuwissen, Johan Sacr, Wim Smeltink en ik zelf. Tegen het vallen van de avond kregen Evert Meuwissen en ik van Jo Debets de opdracht om een vijandelijke lijnverbinding te gaan saboteren. Evert en ik er op uit. Het duurde nogal een tijdje voor we een lijn hadden gevonden, maar toen was het doorknippen ervan nog maar een fluitje van een cent.

Voor we terug waren bij de schakelwagen, hadden die jongens de storing al gevonden en hersteld. Jo Debets was knap kwaad en schold ons de huid verrot. "Sabotage", zo zei hij "is iets anders dan even een lijntje doorknippen. Ze hebben die stukken zo gevonden en hersteld. Je moet er een paar meter tussen uit knippen. D疸 vinden ze niet zo gemakkelijk". Evert en ik moesten er weer op uit. Inmiddels was het knap donker geworden, maar we vonden de lijn toch nog terug. Beducht als we waren voor de toorn van Jo Debets, hielden we het voor de zekerheid niet op een paar meter, maar knipten er ruim 100 meter tussen uit. Die "storing" werd niet meer zo snel gevonden en hersteld.

 

Han Verkaart niet blij

Toen we twee dagen later terug op de compagnie waren, stonden we op het punt om triomfantelijk te vertellen over de vijandelijke lijnen die we hadden gesaboteerd. Toen hoorden we sergeant Han Verkaart vloeken: "Een paar #@*! vuile schoften heeft 100 meter van mijn lijn gejat. We zijn de hele nacht bezig geweest om die lijn te zoeken en hebben uiteindelijk maar een hele nieuwe gelegd. Als ik ze te pakken krijg, breek ik ze de. #@*!" We bleken onze eigen lijnverbinding te hebben gesaboteerd en besloten wijselijk onze mond te houden. Na meer dan 45 jaar zal Han Verkaart ons wel vergeven hebben. Hoop ik...

 

Piet Wolters en de Bauscher


Een van de Bauschers wordt nagekeken. Foto: Marinus van Schaijk.

Na het afzwaaien van Piet Toonstra werd Piet Wolters de verzorger van de Bauscher. Zoals gezegd was de Bauscher de elektriciteitsleverancier voor het berichtenkantoor van het BK Telexpeloton maar ook voor de telefooncentralewagen. En voor ieder ander met een elektrisch scheerapparaat, koffiezetapparaat of dompelaar om koffiewater aan de kook te brengen. Soms werd er meer priv stroom van de Bauschers afgetapt dan er voor de verbindingen nodig was.

 

Creatieve drinkglazen

Piet Wolters ging met de Bauschers ook regelmatig met een delegatie van het Schakelpeloton op oefening en verzorgde dan de verwarming van de schakelwagen van sergeant Appie Aalbers. In de schakelwagens hadden we van die ronde kapjes over de verlichting en het viel Piet op dat deze in de wagen van Appie helemaal bruin waren. Piet wilde het naadje van de kous weten en vroeg naar de oorzaak daarvan. Die lag toch op een ander vlak dan hij verwacht had. In de wagen van Appie werden die lampenkapjes gebruikt als drinkglazen voor cognac en andere alcoholische nattigheden.

Appie had voor elk probleem een oplossing.

 


Foto: Piet Wolters.

Bedankt, Piet!

Gingen in de compagnie wagens zonder eigen aggregaat op oefening, dan ging vrijwel altijd 鳬n van de Bauschers mee en dus Piet Wolters ook. Die aggregaten, waar Piet geen opleiding voor had gehad, brachten hem op plaatsen waar de telefoons, waar hij wel een opleiding voor heeft gehad, Piet nooit gebracht zouden hebben.

Op 27 oktober 1965 kreeg hij van luitenant de Vries een tevredenheidsbetuiging voor een zeer goede MIO inspectie. Op 4 mei 1966 zwaaide Piet als dienstplichtig korporaal af, drie maanden later dan de niet-specialisten van lichting 64-4. Hij is er nooit rouwig om geweest. Piet kijkt met veel plezier terug op zijn diensttijd en heeft er nog heel veel fijne herinneringen aan.

 

Een leven vol stroom en passie

Piet heeft daarna zijn leven altijd aan elektriciteit gewijd. Hij ging op 55-jarige leeftijd in de VUT, na het bereiken van de nodige dienstjaren. Hij heeft nog steeds een passie voor elektriciteit. Een passie die in militaire dienst begon met de Bauscher van Piet Toonstra.

 

Kees Blokker en Piet Wolters, Voerendaal/Winsum (Gr.), 20 oktober 2010. Met bijdragen van Peter de Bake, Adri de Bie, Frits Diks, LFFD, Marinus van Schaijk, Piet Toonstra, Han Verkaart.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.