Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

Deel 2 uit de reeks: "Hoe is het verder gegaan met…?".

 

De priester-student en de Sneekweek. Corrie & André Brenninkmeijer Story.

 

Interessante mensen


André Brenninkmeijer.
Foto: M. v.  Schaijk.

Fré Metselaar begint zijn verhaal De Generaal en de Oorkonde met “Ik werd geplaatst bij de Verbindingsdienst…... Waar je de meest interessante mensen tegen kwam“. Dat had Fré goed gezien. Bij de Verbindingsdienst kwam je inderdaad de meest interessante mensen tegen. Voor mij begon dat al in de basisopleiding met een peloton vol medische studenten. Daarna in de vervolgopleiding in de Hojelkazerne een volledig nieuw peloton met weer andere boeiende mensen. En toen volgden de veertien maanden in de parate hap bij de C-compagnie van het 11Verbindingsbataljon.

Hier maakte ik opnieuw kennis met veel verrassende en boeiende mensen: Jo Coenen, Inno van Dijk, John Ernst, Jan Gortemaker, Ket Hartman, Harrie Hoppenbouwers, Leen van de Hor, Dicky Huijsmans, Jefke Laurentzen, Leo Leenaarts, Harrie Murkens, Paul Rybakowski, Piet Toonstra om er een paar te noemen. En natuurlijk de mensen van mijn eigen lichting, peloton en kamer: Lex Bosveld, André Brenninkmeijer, Cor Keet, Evert Meuwissen en Hans Siebelt. Ik heb van al deze mensen veel geleerd en ik ben ze ook nooit vergeten. En ik heb aan deze jongens veel herinneringen overgehouden. In dit verhaal gaat het over mijn herinneringen aan André Brenninkmeijer.

 

Priester in spé

André is een verre neef van een bekende familie die een grote keten van modezaken bezit. Deze familie heeft haar wortels in Sneek in Friesland. De meeste familieleden wonen ook nog steeds in Sneek of de omgeving daarvan.

Friesland is van oudsher een zeer protestante provincie. De familie Brenninkmeijer is echter Rooms Katholiek en in het protestante Sneek was dat heel bijzonder.

In die tijd was het gebruikelijk dat in een béétje katholieke familie er altijd tenminste één persoon was die de kerk als priester of zuster zou gaan dienen. In de familie Brenninkmeijer was André voorbestemd om die heilige taak te gaan vervullen. Dus André werd in 1956 naar het kleinseminarie annex gymnasium in Nijmegen gestuurd.

Nu moet je nog weten dat er automatisch vrijstelling voor de dienstplicht werd verleend aan diegenen die studeerden voor een geestelijk vak.

Daar zat André, automatisch vrijgesteld van de militaire dienstplicht, op het seminarie in Nijmegen. Een zonnige religieuze toekomst scheen voor hem in het verschiet te liggen.

 

Stevig risico

De familie nam een stevig risico door een leergierig persoon als André uitgerekend naar een grote stad als Nijmegen te sturen. André was opgegroeid in een sterk afgeschermde wereld, waarin jongens en meisjes op aparte scholen zaten. Hij had nog nooit het genoegen mogen smaken om een meisje ten dans te vragen of meer…. En nu zat hij al op het seminarie waarin de kansen op iets moois met een persoon van het andere geslacht sterk verkleind werden.

Gelukkig waren er ook jongens op het seminarie gekomen die al iets meer voorlichting hadden gekregen en daardoor wat meer over de geneugten des levens konden vertellen. En dat ook heel gul en beeldend deden. Al die mooie en opwindende verhalen over personen van het andere geslacht deden bij een nieuwsgierige en leergierige André het verlangen ontbranden naar meer informatie over die geheimzinnige wezens genaamd “meisjes”.

Net als die beschermde omgeving in Sneek, was ook dit seminarie in Nijmegen voorzien van hoge muren. Om te vermijden dat ongewenste individuen zouden binnendringen. Maar ook om te vermijden dat inwoners ongewenst zouden buiten dringen.

 

The Great Escape

Na enige maanden was de nieuwsgierigheid bij André hoger opgelopen dan de hoogte van die omringende muren. Er was maar één oplossing om die nieuwsgierigheid te bevredigen: uitbreken. Samen met nog enige nieuwsgierige mannelijke Aagjes ontdekte hij een manier om over die muur te komen. Het werd tijd de daar buiten liggende wereld te ontdekken. Zo gezegd zo gedaan. En op een nacht kropen de mannen over de muur. En hadden een paar heerlijke wilde uren. Helaas werden de jongelingen bij hun terugkeer opgewacht door de vader-overste. Een broeder had bij een nachtelijke ronde ontdekt dat enige bedden onbeslapen waren en er de hoogste baas van het seminarie over ingelicht.

De uitbrekers moesten op rapport en kregen een lesje in Rooms Katholieke discipline: zij stonden aan het voorportaal van het celibaat en behoorden zich daarnaar te gedragen.

Dat was nou net het probleem: alvorens de geneugtes van het leven helemaal gedag te zeggen, wilden deze knapen er eerst nog even van proeven. Met hun verstand beloofden ze dan ook beterschap en dat het nooit meer voor zou komen. Maar met hun hart waren ze al bezig om een nieuw uitstapje in dat boeiende Nijmegen te plannen. Dat dan ook niet lang op zich liet wachten. Ditmaal namen ze enige voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat deze nieuwe uitbraak ontdekt zou worden. Zo lukte het hen om opnieuw enige malen ongezien uit én in te breken. Maar het geluk zat hen niet mee en zo liepen ze na verloop van tijd weer tegen de lamp. Ook nu werd beterschap beloofd. En belofte die niet lang gehouden werd.

 

Geknakte carrière

Toen André voor een derde maal op rapport moest komen wegens onwettige afwezigheid, concludeerde de vader-overste dat de jongeling in het priesterschap waarschijnlijk niet die bevrediging zou vinden die de Kerk van hem verwachtte. Hij kreeg het advies om een ander beroep te kiezen en werd met dat advies in 1961 teruggestuurd naar Sneek.

De familie zat met de handen in het haar. In plaats van een briljante geestelijke carrière moest men nu op zoek naar nieuw emplooi voor hun zoon. Maar eerst moest hij zijn studie afmaken. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Katholieke scholen waren in het protestante Friesland dun gezaaid, zeker middelbare scholen. Maar goed, er werd er eentje gevonden in Bolsward. En zo pendelde de jonge ex-priester-in-spé tussen 1961 en 1964 dagelijkse naar de RK HBS Sint Martinus in Bolsward.

 

Niet gek

Het ministerie van Defensie strooide in die tijd kwistig met S5 verklaringen voor geestelijk minder geschikte militaire kandidaten. Maar zelf was Defensie natuurlijk helemaal niet gek. Toen het gerucht van het ontijdige einde van André’s kerkelijke loopbaan Den Haag bereikte, kwam daarmede ook een einde aan zijn vrijstelling voor militaire dienst. En Defensie was er als de kippen bij om enthousiaste jongelingen een uitnodiging voor eerste oefening te sturen. Zo kreeg André begin mei 1964 per post een vriendelijk verzoek om zich op 10 juni daaropvolgend, per trein richting Ossendrecht te begeven.

 

Aan de verzoeken van de overheid, vooral als het ook nog vriendelijke verzoeken zijn, heeft de familie Brenninkmeijer altijd gehoor gegeven. En zo, op die bewuste woensdagmorgen pakte men in een weekendtas een aantal noodzakelijke kledingstukken als pyjama en ondergoed, een tandenborstel en een tube Prodent, deed er wat leeftocht voor een hele dag bij en leverde hun zoon af op het station van Sneek. Waar hij zijn reis richting militaire loopbaan begon.

Over zijn escapades in de daarop volgende twee maanden is helaas weinig bekend. Militair gezien moet hij in elk geval het stempel: “geoefend soldaat” hebben gekregen. Want hij werd na die twee maanden doorgestuurd naar de vervolgopleiding in het Verbindingsdienst Opleidings Centrum (VOC) in de Simon Stevinkazerne in Ede. Op het seminarie in Nijmegen had hij enig muziekonderwijs gehad (dat hoort er bij: priesters moeten kunnen zingen). Die kennis zorgde ervoor, dat hij in de Stevinkazerne de reveille- en taptoedeuntjes op een trompet de omroepinstallatie in mocht blazen. En dat verleende hem vrijstelling van alle mogelijke vervelende militaire poespas als appels en exercitielessen. Tussen het trompetblazen door, werd hij met het tienvingersysteem opgeleid tot telexist. Waarna hij geplaatst werd bij de C-compagnie van het 11Vbdbat.

En hier maakte ik voor het eerst kennis met deze enthousiaste Fries. Zelf Fries zijnde schepte dat een band en kan ik me van André redelijk veel herinneren.

 


André Brenninkmeijer als volleerd telexist achter een

Lorenz TT 3015A telex met rechts op de voorgrond
de Ecolex 4 cryptograaf. Foto: Marinus van Schaijk.

Young & innocent

Toen ik zelf op 10 juni in dienst was gekomen, was ik zo’n beetje de meest naïeve en onschuldige rekruut van Nederland. Na twee maanden was ik al veel van die onschuld kwijt geraakt. De rest was de daarop volgende twee maanden verdwenen. Nu maakte ik kennis met iemand die op 10 juni zo mogelijk nog naïever en onschuldiger dan ik moet zijn geweest. En die sindsdien daar nog niet veel van verloren had.

Ondanks alle uitstapjes tijdens zijn verblijf in Nijmegen, de voorlichtingsfilms van Defensie en de lessen die zijn kamergenoten hem in Ossendrecht en Ede vast en zeker hebben gegeven, wist hij nog steeds niet alles van het andere geslacht. En hij was zeer geïnteresseerd in elk nieuwtje dat zijn beeld van die mooie wezens kon completeren.

 


Feestje in de Flamingoclub van de Oranje-Kazerne. André (rechts) geniet van
zijn diensttijd. Vlnr: Koos Verbruggen, Bruining, Inno van Dijk, André Brenninkmeijer.
Foto: Marinus van Schaijk.

Eigenlijk was alles nieuw voor hem. Vergeleken met die beschermde en afgeschermde wereld in Sneek, was het net of hij in een compleet nieuwe wereld terecht was gekomen. Hij was net een jonge hond die vriend was van iedereen, overal tegen opsprong en besnuffelde. Maar ook vaak zijn neus stootte. Wat hem overigens totaal niet deerde.

 

Ook zijn relatie met de Nederlandse Overheid (lees: Het Leger) was een moeizame. Alles in deze militaire wereld was nieuw voor hem en hij beheerste (nog) niet de techniek om, indachtig de adviezen van wachtmeester van der Velde, af en toe eerst even adem te halen en na te denken alvorens een antwoord te produceren. Dit leverde regelmatig gesprekken op met de compagniescommandant. Deze gesprekken waren bij ons bekend onder de naam: rapport CC en meestal beloofden die gesprekken weinig goeds voor diegene die op rapport moest. Zo was André regelmatig verstoken van gunsten of moest een weekendje binnen blijven.

 

Schaatsen en zeilen

Schaatsen is de nationale sport van Friesland. Elke Fries wordt geboren met schaatsen onder de voeten. Maar er is iets waar de Friezen nog warmer voor lopen: zeilen. Op de plaats in de borstkas waar bij de meeste mensen een hart klopt, ligt bij alle Friezen een bootzeil te klapperen. Ze dreunen probleemloos alle zeilklassen op die er zijn. Met als favoriet de BM klasse.

Er is een héél bijzonder klasse waar de Friezen mee dwepen: de Friese Skütsjen. Een groot antiek maar heel stoer type zeiljacht met platte bodem en aan beide zijden een paar grote platen, zwaarden genaamd. Één week per jaar is er in Friesland een parade met een daaraan gekoppelde zeilrace van deze platbodems. Bij ons is deze zeilweek beter bekend onder de naam: “Sneekweek“. Geen enkele rechtgeaarde Fries, zeker als hij ook nog eens uit Sneek zelf komt, mag deze feestweek in Sneek en omgeving missen. Vandaar dat onze André tijdig en ver voor de betreffende versie van 1965 al een verzoek had ingediend voor een week verlof.

 

Sneekweek 1965

Maar zoals het vaak ging in die tijd, het verzoekje kwam terug met daarop slechts één woord: “Afgewezen”. Ai, dat zag er niet best uit voor Friesland. De Sneekweek versie 1965 zou het met ten minste één persoon minder moeten doen, dan de 1964 versie.

Dachten we. André dacht daar anders over. We gingen die vrijdag gewoon op verlof. Zaterdag begon de Sneekweek en André was erbij. Héérlijk al die jachten, dat bruisende en opspringende water langs die ranke boegen die met hoge snelheid het water doorkliefden. De geur van het frisse zoete water waarin de vissen wedstrijdje speelden met de jachten. Die prachtige luchten en oneindige horizonten. Wie dacht er bij al dat moois dan nog aan andere verplichtingen? André in elk geval niet.

 

Opsporing verzocht

En zo zat er een éénpersoonsgat in ons peloton bij het appel op maandagmorgen. We probeerden het gat te verdoezelen en de tijd tot het ontdekken van de vermissing zo lang mogelijk op te rekken. Misschien zou hij nog opduiken. Maar op een bepaald moment viel het de leiding toch op dat de aantallen niet meer klopten met wat het zou moeten zijn. Toen de gulden ook bij de CC éénmaal viel, volgde er een reeks van acties. Eerst moest de Sergeant van de Week proberen te achterhalen waar de verstekeling was gebleven. Toen ook dat niet tot resultaat leidde, ging men over tot meer drastische maatregelen die wij kenden als “de Marechaussee kwam eraan te pas“. De brigade Friesland c.q. Sneek werd ingeschakeld en op donderdag werd de familie benaderd met verzoek om inlichtingen over de verblijfplaats van hun zoon, genaamd André. De ouders schrokken zich, zoals dat toen heette, een hoedje. Ze wisten niet beter dan dat hun zoon op zondag weer richting Schaarsbergen was vertrokken om zijn grondwettelijke plichten te vervullen. Er werden de nodige naspeuringen verricht, maar pas na het sluiten van de Sneekweek 1965 werd de vermiste persoon gevonden. Hij bleek te zijn ondergedoken op één van de deelnemende Skütsjens waar de dagen met feesten voorbij waren gegaan.

 

Onvergetelijke week

Om de schade te beperken moest er nog een geloofwaardig verhaal bedacht worden. Zo bleek André op dat Skütsje ziek te zijn geworden en was er geen mogelijkheid geweest om de bevoegde autoriteiten op de hoogte te brengen van zijn lichamelijke ongeschiktheid tot terugkeren. De uitspraak na verhoor werd 14 dagen licht arrest. Wat een fluitje van een cent was voor één hele week onwettige afwezigheid en voor een onvergetelijke Sneekweek 1965.

Op 25 november 1965 zwaaide André af en keerde veel ervaringen wijzer terug naar zijn Sneek.

 

Gelukkig niet bij moeder thuis gebleven

Zijn vader had een drietal zaken waarin de familie zich bezig hield met het aan de man brengen van goederen en diensten die benodigd zijn bij het inrichten van woningen. Zoals gordijnen, tapijten en andere stofferingen. Bij gebreke van een geestelijke carrière, kwam de jonge André in de zaak van Pa. Er lag nu een toekomst in de woninginrichting voor hem in het verschiet. Maar nog steeds geen bruid aan zijn zijde.

Met enige vrienden was hij afgezakt naar Venlo om daar eens onder te duiken in het feestgedruis van carnaval 1970. Terwijl uit alle cafés de muziek van de onvergetelijke Venloose carnavalschlager "Och, was ik maar bij moeder thuis gebleven" klonk, ontmoette hij Corrie Grutters. Het klikte gelijk met die twee en waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Toen Corrie eens onaangekondigd in de stamkroeg van André binnen liep, bleek het hele café al volledig op de hoogte te zijn van de romance.

 

Dat gaat zo maar niet

Één van de zaken van de Pa van André was gevestigd in Enschede. André werd daar aangesteld tot bedrijfsleider en wilde met zijn Corrie de woning boven de zaak betrekken. Maar dat ging zo maar niet. André's Pa had daar nog hele specifieke ideeën over. Die kwamen in het kort neer op het oude Rooms Katholieke adagium: “No Hanky-Panky voor het huwelijk“.

In die tijd werd er vaak gesproken over “zij moesten trouwen” als na een romantische escapade één van de betrokkenen, meestal de vrouw, in verwachting bleek te zijn. Corrie en André moesten ook trouwen. Niet omdat er zich een nakomeling aandiende, maar omdat samenwonen vóór het huwelijk voor een goed katholiek toen nog nét even niet was toegestaan. En zo traden de twee op 20 augustus 1971 in Nijmegen in het huwelijk en hadden een geweldige bruiloft.

 

Midden jaren zeventig kwam de klad in de woninginrichtingbranche en de familie zag zich gedwongen om het filiaal in Enschede te sluiten. Opnieuw moest André op zoek naar ander emplooi. Corrie was een Limburgse en zo ging hij op zoek naar een passende inkomensbron in het brons-groen eikenland. Hij trad in dienst van een woninginrichter in Weert.

Op 24 december 1981 werd hun zoon geboren. Ze woonden dan wel in Limburg, maar de zoon kreeg een echte Friese naam: Jurjen.

André had inmiddels de woninginrichtingbranche vaarwel gezegd en werkte nu bij het regionale nieuwsblad "Land van Weert".

 

Ramp

In juni 1996 werd de familie Brenninkmeijer getroffen door een enorme catastrofe: André kreeg een zwaar herseninfarct met dramatische gevolgen. De eerste vijf jaren daarna kon André nauwelijks nog bewegen en er zijn perioden geweest dat de familie de hoop had opgegeven. Hij reisde jarenlang heen een weer tussen diverse revalidatie instellingen zonder dat er sprake van enige verbetering was.

 

Optimistisch


Augustus 2011. Corrie & André Brenninkmeijer. Foto: Kees Blokker.

De enorme inzet en het grote doorzettingsvermogen van Corrie zorgden ervoor, dat hij terecht kwam in een instelling in Boekel. Waar men met grote vasthoudendheid aan een therapie begon. En eindelijk eind 2001 begon er langzaam weer leven in André te komen.

Hij gaat nu millimeter voor millimeter langzaam vooruit. Hij kan, weliswaar moeizaam, weer spreken. En vol humor en optimisme zegt André: "Als ik 90 word, kan ik weer alles". Het gaat dus nu heel wat beter met André.

 

Sneekweek revisited

Ondanks alle tegenslagen bevindt er zich nog steeds een wapperend zeil op de plaats van zijn hart. Elk jaar zijn Corrie & André aan de rand van het Sneekermeer te vinden. Daar in een kleine haven ligt een kleine boot met de naam "Trochsetter" ("Doorzetter"). Hoewel zij nu al sinds 1977 in Limburg wonen, hebben zij die altijd aangehouden. Daar vinden ze regelmatig ontspanning en genieten de Brenninkmeijer's van de rust en de mooie, altijd wisselende, vergezichten.

In 1965 dook hij onder om de Sneekweek mee te kunnen maken. De aantrekkingskracht van die feestweek is er nog steeds.

Want eens een Fries, altijd een Fries.

 

Kees Blokker, Voerendaal, 1 augustus 2011. Met bijdragen van Corrie en André Brenninkmeijer, Marinus van Schaijk, Sneekweek.

 

Op 12 maart 2014 is André toch nog onverwacht overleden.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.