Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

 

Van Willem Rijksen kreeg ik een mailtje dat onze oud-bataljonscommandant overste (later kolonel) Willem Antonie van Tiel op 12 maart 2012 op 95-jarige leeftijd is overleden. Willem deed er gelijk nog een serie herinneringen aan overste van Tiel bij. Hier zijn ze:

 

Overste van Tiel: Streng doch rechtvaardig.

 

Kogelflesjes

Onze toenmalige Bataljonscommandant was overste W.A. van Tiel. Die bij ons bekend was als overste Flip van Tiel. Het was een heel aparte man: streng doch rechtvaardig.

De overste wilde hogerop en als je als commandant goed wilde scoren, dan moet natuurlijk alles uitstekend zijn. Zo moest ook het aantal ongelukken binnen de perken blijven.

Ik weet nog, dat op een dag het hele bataljon zich met grote spoed in de filmzaal moest verzamelen. De overste zou de mannen toespreken.

Er was een ongeluk gebeurd met een van onze trucks. Een DAF YA324 was de Cattepoelseweg richting Arnhem afgereden. Het laatste stuk, ter hoogte van Sonsbeek, is vrij steil. De chauffeur van die DAF kon plotseling zijn rempedaal niet meer indrukken, reed achter op een personenwagen en schoof deze personenauto ongeveer door tot het Musis Sacrum in het centrum van Arnhem. De oorzaak van dat ongeval was de reden dat de overste met een donderspeech de mannen van het bataljon de oren ging wassen.

De chauffeur van de DAF had namelijk een flesje Cola meegenomen en dit achter zijn stoel gezet. Het flesje was onder het rijden omgevallen, door de cabine gaan rollen en onder het rempedaal van de DAF terecht gekomen. Waardoor de chauffeur het pedaal niet meer had kunnen indrukken.

In de filmzaal sprak de overste de verzamelde mannen toe. Eerst vertelde hij uitgebreid over het ongeval en de oorzaak ervan. Vervolgens verbood hij met onmiddellijke ingang de aanwezigheid van flesjes (hij noemde dat kogelflesjes) en blikjes in de bestuurderscabines. Overtreders konden op strenge straffen rekenen.

Om de schrik erin te houden, kwam hij regelmatig op het Mob controleren of de chauffeurs geen "kogelflesjes" in de cabines hadden. Diegene die hij op een overtreding betrapte, hoefde niet op clementie te rekenen. Die werd direct in streng arrest gezet.

En elke nieuwe lichting die daarna bij het bataljon arriveerde, werd door hem op dezelfde donderspeech vergast.

Het bijzondere is, dat ik tot op de dag vandaag nog steeds aan dat kogelflesjesverbod moet denken en er ook naar handel. Als we met de auto gaan rijden en iemand in de auto heeft een flesje limonade meegenomen, wil ik altijd precies weten waar dat flesje is.

 

Winnaar

Ons bataljon was gelegerd op de Oranje-Kazerne, maar ons werkelijke werkterrein was meestal het Mobilisatiecomplex “Duivelsberg”. Dat wij kortweg het MOB noemden. Dat MOB lag aan de achterkant van de Oranje-Kazerne (OK) aan de Clemens van Maasdijklaan.

De compagnieën werden dagelijks, vaak zelfs twee keer per dag, afgemarcheerd naar en van het MOB. Meestal liepen we dan via de achteruitgang van de OK. Maar ook heel vaak werd een veel kortere route genomen. Die route liep aan de achterkant langs het Officiershotel. Hoewel de meesten dat niet eens wisten, kwam je dan ook langs de suite van de Divisiecommandant. In die tijd was dat de generaal-majoor Palm. Generaal Palm was een gevreesd figuur. Hij at nooit in de officiersmess, maar liet zich altijd op zijn kamer bedienen.

Op een dag kreeg overste van Tiel een uitnodiging om in de suite van de generaal te komen ontbijten. De overste voelde nattigheid en vermoedde dat het iets te maken zou kunnen hebben met eventueel onkrijgstuchtelijk gedrag tijdens het afmarcheren van onze verschillende compagnieën naar het MOB.

Er ging een mondelinge order uit dat op die dag ‘s morgens niemand langs het Officiershotel mocht worden afgemarcheerd. Ook was het verboden dat iemand die route in zijn eentje zou nemen. Kortom: die weg was die dag voor iedereen van de Verbindingsdienst verboden terrein. Iedereen moest via de lange weg: achterpoort OK en de Clement van Maasdijklaan naar het MOB. En elke overtreder kon er oprekenen dat zijn handelen aan de krijgstucht zou worden getoetst.

Redelijk op zijn gemak ging de overste van Tiel bij de generaal Palm ontbijten. En hoewel de generaal de weg nauwlettend in de gaten hield kwam er, tot teleurstelling van de generaal en de opluchting van de overste, niemand voorbij.

Maar plotseling kwam daar in de verte dan toch een soldaat argeloos aangeslenterd. Geen pet op, handen in de zakken en sloffend met zijn schoenen. Bij de overste zakte de moed in de schoenen, maar de generaal veerde op. Eindelijk had hij beet. Het raam vloog open. En in zijn bekende stijl bulderde hij naar de soldaat: “He daar! Wat is je naam? Haal je handen uit de zakken en zet je baret op!”. De soldaat schrok zich een ongeluk, noemde zijn naam en zette zijn baret op. Bleek het een kanonnier van de Gele Rijders te zijn!

Die hele morgen hebben de generaal en de overste geen Verbindelaar gezien. Het was een morele overwinning van de overste van Tiel.

 

Spreker in het openbaar


Ca. 1962. Sportdag 11Vbdbat. Met toespraak door
 overste van Tiel. Klepverhaal nr ?

De overste hield vaak toespraken, hij noemde dat “klepverhalen“. Vermoedelijk had hij een serie van die verhalen standaard op voorraad. Want na een dergelijke toespraak heb ik hem eens tegen de plaatsvervangende bataljonscommandant horen zeggen “dat was klepverhaal nummer vijf”.

Als hij toespraken hield, had hij altijd zijn pet op het spreekgestoelte liggen met de open kant naar boven. Het gerucht ging dat hij altijd een spiekbriefje in zijn pet verstopt hield.

 

Flip, maar niet voor iedereen

Een vaandrig had zijn trouwkaartje of verlovingskaartje naar de bataljonscommandant gestuurd en gericht aan de Hoogedel Zeer Gestrenge Heer de Luitenant Kolonel F. van Tiel.

Hij werd bij de overste geroepen en verwachtte een felicitatie. In plaats daarvan kreeg hij onder uit de zak. “Ik ben de luitenant kolonel W.A. van Tiel en alleen voor een beperkt aantal goede vrienden ben ik Flip“. De vaandrig ging met zijn staart tussen de benen het bureau uit.
Ik hoorde later dat toen de vaandrig weg was, er een luid gelach uit de kamer van de overste opsteeg.

 

Brokkenpiloten

Als je als chauffeur bij een ongeval was betrokken, moest je een VOR (Verkeers Ongevallen Rapport) invullen. Bleek het ongeval jou schuld te zijn, dan had je voor je het wist 14 dagen streng arrest, inhouding van soldij en 14 dagen nadienen aan je broek plakken.

 


1964. Een vaandrig in nieuw model uniform maakt kennis met
een oude stomp vaandrig. Overste van Tiel regisseert.

 

Paradehaan

Ik werkte bij het Park & Werkplaats (P&W) peloton. Dat zat op de Boxengarage net voorbij de schietbaan op de Koningsweg. Het P&W peloton deed de bevoorrading en het 3e echelons herstel van de Verbindingsdienstapparatuur van de 1e Divisie. We waren een onderdeel van de Stafcompagnie. Ik kwam dus niet vaak op de kazerne. Daardoor was ik een luitenant van de Verbindingsdienst die bijna niemand kende.

Beëdigingen van vaandrigs en kornetten, Koninginnedag, commando overdrachten; om de haverklap waren er plechtigheden op de appelplaats. Je moest dan heel lang staan en daar had ik een broertje dood aan. Ik had ook altijd stalpoten na zo’n happening. Op een dag werd ik benaderd of ik niet adjudant van de paradecommandant (meestal was dat onze overste) wilde zijn. Dat leek me wel wat en dus werd ik parade adjudant.

Ik dacht “laat ik dat nu eens super model doen. Dat is ook leuk voor de mannen die aangetreden staan. Hebben ze in ieder geval een exercitie demonstratie als afleiding“.

De adjudant van de paradecommandant moest altijd twee pas links achter hem aanlopen. En als deze rechtsomkeert maakte, moest de adjudant exercitiegewijs in hoog tempo om de overste heen lopen om weer twee pas links achter hem te komen. Daarnaast moest ik de volgorde van de handelingen goed uit mijn hoofd kennen om in noodgevallen de overste te kunnen souffleren.

Ik heb dat in de laatste jaren dat de overste van Tiel bataljonscommandant was en de hele periode van de overste Duque gedaan. Beide oversten waren altijd heel tevreden over mijn optreden en mijn souffleren.

Ook ik was er heel gelukkig mee, want ik hoefde niet te staan. En ik was na de overste de eerste die de ceremonie mocht verlaten.

Zoals gezegd, kwam ik dus niet vaak op de kazerne, bijna niemand kende mij. Ik was die luitenant waarvan iedereen zich afvroeg: “Wie is toch die luit die als een haan om de paradecommandant heen dribbelt?”.

 

Ziekenfondssanering

Ook het tandartsbezoek werd door overste van Tiel aangemoedigd met de slogan: ”Saneren verhoogt de paraatheid”. In je medisch geheim werd vastgelegd wanneer je naar de tandarts moest. En daar werd strikt de hand aan gehouden. Velen gingen naar de “smoelensmid” om daar al hun tanden achter te laten. De behandelingen waren conform het ziekenfonds uit die dagen. Was je van te voren al gesaneerd geweest, dan waren alle behandelingen gratis. Maar werd je in het leger gesaneerd, dan moest je het plomberen zelf betalen en dat was niet eenvoudig met 1 gulden soldij per dag. “Trekken maar”, was dan een ook veel gehoorde zin bij de tandarts.

 

Indruk

Later toen ik in Den Haag werd geplaatst, was hij inmiddels kolonel en Hoofd KTTB (Krijgsmacht Telefoon en Telegraaf Bureau). Dit was zijn eindfunctie. Toen ik me daar bij hem kwam melden, riep hij uit “Ha, iemand uit de oude doos”.

Midden jaren 70 heb ik hem nog weer eens ontmoet op het fort Kudelstaart (net onder Aalsmeer). Wij hadden een zeilboot, die in de haven van fort Kudelstaart lag afgemeerd. De overste, inmiddels dus kolonel, had een motorjacht en die bleek heel toevallig een paar plaatsen verder te liggen. Zijn jacht heette “Pronto 25/50”. Pronto was bij oefeningen de schuilnaam van de Verbindingsofficier. Wat 25/50 betekende heeft hij mij nooit willen vertellen. Dat was zijn geheim.

Ik herinner mij dat ondanks zijn strengheid hij een goedlachse en spontaan mens was. Het is toch heel bijzonder hoe de overste een indruk heeft achtergelaten op iedereen die met hem in aanraking kwam.

 

Willem Rijksen. Macisvenda (Spanje), 15 april 2012.

Zin in vakantie? Bezoek Willem & Anne-Marie Rijksen in Spanje. Zie hun website:

 

P.S.: Van Bert Ernste, een neef van de overste, kreeg ik een mailtje met een mogelijke verklaring van die toevoeging 25/50 in de naam van dat jacht: "Ik meen mij te herinner (ben niet zeker) dat 25/50 sloeg op 25 jaar getrouwd zijn en 50 jaar worden van mijn oom of zijn vrouw".

 

Onderstaande herinneringen aan overste van Tiel zijn afkomstig uit het verhaal:

Parades en een dipolenkerkhof

Sponsoring


Ca. 1962. Vlaggenparade op de exercitieplaats van de OK. In het
midden overste van Tiel. Met rechts naast hem generaal ?

Toen overste van Tiel in april/mei 1965 vertrok, werd er een parade gehouden op de Deelenseweg. De wagens moesten perfect in orde worden gemaakt en, zoals sergeant Appie Aalbers altijd placht te zeggen, blinken als een spreekwoordelijke hondenl.l in de maneschijn. De legergroene verf werd normaal verdund met de accijnsvrije rode benzine die met een flesje uit één van de tanks van de DAF’s werd gehengeld. Dat vonden de mannen voor deze gelegenheid niet goed genoeg, dus had Jan Schuring van thuis een paar liter schone wasbenzine meegenomen en Jo Coenen zijn eigen verfspuit. Het Leger had nu eenmaal niet alles en soms was sponsoring nodig.

De verfspuit van Jo werd op de luchtketel van één van de DAF’s aangesloten. En zo werden de wagens gespoten. Na de spuitbeurt leek het wel of ze net nieuw uit de fabriek in Eindhoven waren gekomen.

Hoewel nieuw: aan één kant dan. Het mocht namelijk niet al te veel verf kosten. Daarom werden de wagens maar aan één kant gespoten. Namelijk de kant die tijdens de parade was gericht naar de tribune met daarop overste van Tiel en zijn genodigden.

 

Dipolen kerkhof Deelenseweg

Op de radio- en de radioschakelwagens moesten de antennes geplaatst worden om een zo imposant mogelijke parade te houden. Niemand had aan de laag overhangende takken op de Deelenseweg gedacht. Toen we dan ook daaronder door reden werden vrijwel alle radio antennes en antenne secties van de wagens afgescheurd. Het gaf een enorme schade, maar wat gaf dat: de parade was imponerend geweest. Dat er vervolgens minstens vier maanden geen oorlog mocht uitbreken, omdat wij dan toch geen verbindingen konden maken, deed niet ter zake.

 

Oefenspeech


Ongedwongen ontmoeting tussen overste van Tiel en zijn
manschappen tijdens, vermoedelijk, de Sportdag
van  1961 of 1962.

Na afloop van de parade was er een afscheidsbijeenkomst in de kantine of de eetzaal. We kregen extra luxe eten en ook een wat duurder toetje.

Peter van Lith is niet iemand die zich nadrukkelijk op de voorgrond zet. En daarom zou je dat niet van hem verwachten. Maar hij mocht namens het bataljon het woord doen naar overste van Tiel. En dat deed hij zo perfect dat hij daarna altijd de klos was als iemand een toespraak moest houden. Of hij daar blij mee was is een tweede. Maar hij kon toen perfect oefenen in het spreken in het openbaar en houden van presentaties en dat is hem later heel goed van pas gekomen.

De schade aan de radio en schakelwagens was groot. Vrijwel geen enkele auto had nog antennedipolen. Dus werd binnenskamers besloten dat het verstandig was om bij een parade niet meer met gemonteerde antennes te rijden.

 

Kees Blokker, Voerendaal, 6 september 2010.

 

Onderstaande herinneringen aan overste van Tiel zijn afkomstig uit het verhaal:

25-jarig bestaan van het 11Vbdbat. De reünie van 1982

Op 1 september 1982 bestond het bataljon 25 jaar. Een jubileumfonds organiseerde een reünie. NN weet niet meer precies hoe hij van deze reünie hoorde. In elk geval was hij erbij, samen met Bart Scholten. De reünie vond niet plaats op de Oranje-Kazerne maar in het Officiershotel van de Oranje-Kazerne. Buiten het kazerneterrein, aan de Deelenseweg, een kleine 300 meter in de richting van Arnhem.

Het hotel was mooi versierd. Messbedienden liepen rond met hapjes en drankjes en vele bezoekers begroetten oude vrienden. Één van de aanwezigen was de man die in onze tijd bataljonscommandant was: overste van Tiel met echtgenote. Jaap herinnert zich het nog heel goed: "Wat me nog heel goed bij staat en wat ik heel opvallend vond: Overste van Tiel en zijn echtgenote spraken met iedereen die ze tegen kwam. Hij mengde zich onder de manschappen en sprak met werkelijk iedereen. Ster, stip, strepen of niet, het maakte hem niet. Hij praatte met iedereen. Dat vond ik heel sympathiek".

 

NN. Oosterhout, februari 2011.

 


Ca. 1961-1962. Overste van Tiel neemt supertrots een bokaal in ontvangst.


Aankondiging van de door overste van Tiel op 4 juli 1963 georganiseerde
viswedstrijd van het 11Vbdbat. Hierover volgt binnenkort meer informatie.

 

Verhaal op 4 mei 2012 samengesteld. Met dank aan Bert Ernste voor het beschikbaar stellen van de foto's op deze pagina.

 

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.