Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

In juni en juli 1964 na veldloop overleden

 

Basistraining opgeschort

De zomer van 1964 was een hele mooie en warme zomer. De rekruten van lichting 64-3 maakten dat aan den lijve mee en hebben wat afgezweet tijdens de marsen en trainingen.

In het midden van de maand juli 1964 werd de militaire training plotseling op een laag pitje gezet.

Op de betreffende dag stonden we met volle bepakking al klaar om een veldloopje over de Ossendrechtse heide te maken. Onze pelotonsinstructeur wachtmeester van der Velde kwam de kamer op en vertelde dat er in een andere kazerne tijdens militaire trainingen twee dienstplichtigen waren overleden. Daarom werden de veldlopen en andere zware trainingen voorlopig opgeschort. We konden de bepakking in de kast bergen. En die morgen, in plaats van over de Ossendrechtse heide te rennen, liepen we op ons dooie gemak naar een schaduwrijke plaats. Daar gingen we heerlijk ontspannen tegen een boom zitten wachten op de Volkswagen bus van de CADI.

 

De rest van onze basistraining bleven die trainingen opgeschort. Lang was dat niet, want op vrijdag 31 juli 1964 liep onze basisopleiding af en gingen we naar de vervolgopleiding. Maar ook in de daaropvolgende opleidingen en zelfs bij de parate onderdelen werd niet meer zo fanatiek getraind als in de eerste zes weken van de basisopleiding.

 

Veldonderzoek na meer dan 45 jaar

Elke keer als ik aan mijn basisopleiding terug denk, komen deze twee overleden jongens ook weer even in mijn gedachten voorbij. Ik kende de jongens niet, ze lagen niet eens bij ons in Ossendrecht. Maar ik ben die gebeurtenissen nooit vergeten. Ik wilde nu toch wel eens wat meer over die jongens te weten komen. Op internet kon ik totaal niets vinden over tijdens trainingen overleden dienstplichtigen in 1964. Dus ben ik enige weken geleden een paar ochtenden het Stadsarchief van Heerlen ingedoken en heb de Limburgse kranten van juni en juli 1964 doorgebladerd op zoek naar informatie over die gebeurtenissen. Het blijkt dat er niet twee, maar zelfs drie militairen zijn omgekomen tijdens of na een militaire veldloop of speedmars.

 

L.A.M. Drommel

Op woensdagochtend 24 juni 1964 overleed de 21-jarige dienstplichtige soldaat L.A.M. Drommel uit Zandvoort na een veldloop van tien kilometer. Soldaat Drommel behoorde tot de B-compagnie van het 41Verbindingsbataljon uit Harderwijk.

We hadden in die tijd twee parate divisies: 1Divisie en 4Divisie. 2, 3 en 5Divisie waren mobilisabele divisies. In geval van toenemende spanningen werden de met groot verlof zijnde soldaten opgeroepen en zouden dan die 2, 3 en 5Divisie vullen. 1 en 4Divisie waren qua organisatie en personeelssterkte gelijk. Doch 4Divisie was maar gedeeltelijk paraat. Ik meen voor 60 procent. Het 41Vbdbat was bij 4Divisie wat het 11Vbdbat was bij 1Divisie. Omdat 4Divisie niet helemaal paraat was, was ook het 41Vbdbat niet volledig gevuld en zag je minder van dat bataljon.

 

De overleden soldaat Drommel zat bij het 41Vbdbat. Een collega-verbindingsman bij de 4e Divisie. Hij was bezig met het behalen van het MLV (Militair Lichamelijke Vaardigheid) speldje. Hij was dus geen rekruut meer. Zijn ouders gaven geen toestemming voor sectie en daardoor is zijn doodsoorzaak niet vastgesteld. Enige dagen later werd over zijn dood door het 1e kamerlid Max van Pelt Kamervragen gesteld.

 

C. van Leeuwen

Op vrijdag 10 juli 1964 overleed, eveneens tijdens een veldloop, de 19-jarige wachtmeester 1e klasse van de marechaussee C. van Leeuwen uit Soesterberg. Zijn dood was te wijten aan een embolie.

Ik vermoed dat de leeftijd van 19 jaar een typefout in het krantenbericht is. Op 19-jarige leeftijd is het (vrijwel) onmogelijk om al wachtmeester 1e klasse te zijn. De jongste leeftijd om in militaire dienst te komen is 16 jaar. Het duurt dan minstens twee jaar om wachtmeester of sergeant te worden. En daarna nog minstens vier jaar om de volgende rang van 1e klasse te krijgen. De rang van de overleden marechaussee van Leeuwen zou marechaussee 1e klasse (=korporaal) kunnen zijn geweest of zijn leeftijd was 29 jaar.

 

In juli 1964 kreeg een detachement van 47 cadet-sergeanten van de KMA een militaire vaardigheidstraining bij het korps Commandotroepen in de Graaf Engelbrechtkazerne in Roosendaal. Op dinsdagmiddag 14 juli 1964 kregen de cadetten een speedmars, waarbij vijf kilometer met marsbepakking in 40 minuten moest worden afgelegd. Bij terugkeer zakten drie cadetten in elkaar en werden met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Één cadet herstelde snel en kon vrijwel direct naar de kazerne terugkeren.

De tweede cadet C. Vodegel uit Leerdam verbleef enige dagen in het ziekenhuis en herstelde zonder verdere gevolgen te hebben overgehouden aan de gebeurtenis.

 

J.R. Meerdink Veldboom

De derde persoon was cadet-sergeant J.R. Meerdink Veldboom uit Rotterdam. Hij kwam niet meer bij bewustzijn en overleed diezelfde middag. Op zijn lichaam werd sectie verricht en als doodsoorzaak werd warmtestuwing vastgesteld. Dat is een verhoging van de lichaamstemperatuur en verlies van vocht en zouten door blootstelling aan hoge omgevingstemperatuur. Hevige transpiratie kan leiden tot excessief verlies van vocht en zouten en warmtestuwing veroorzaken. Warmtestuwing, ook wel hitteberoerte genoemd, kan dodelijk zijn en moet onmiddellijk medisch behandeld worden.

Het overlijden van cadet Meerdink Veldboom was de druppel die de emmer deed overlopen. De legerleiding besloot alle zware oefeningen op te schorten. In de praktijk werden ook minder zware oefeningen uitgesteld tot de dagelijkse temperaturen weer op een normaal peil zouden komen.

Er werden onderzoeken ingesteld naar de lichamelijke conditie en de trainingsschema’s werden aangepast. Ook het keuringstelsel werd onder de loep gehouden. De babyboom geboortegolf maakte dat wat gemakkelijker: in plaats van jaarlijks uit een vijver van ongeveer 90.000 jongens te kunnen putten werden dat met het geboortejaar 1946 meer dan 130.000. De keuringseisen werden niet echt aangepast, maar een jongeman met een wat mindere conditie kreeg sneller vrijstelling of kwam in een minder belastend militair onderdeel terecht.

 

Na mijn afzwaaien als dienstplichtige zijn er intussen meer dan 45 jaar verlopen. In al die jaren ben ik heel veel dingen vergeten. Maar als ik aan mijn basisopleiding dacht, kwamen deze voor mij onbekende overleden soldaten ook weer even voorbij. Nu zullen ze ook nog wel voorbij komen, maar ik weet nu in elk geval wie ze waren en hoe ze heetten: L.A.M. Drommel uit Zandvoort, C. van Leeuwen uit Soesterberg en J.R. Meerdink Veldboom uit Rotterdam.

 

Hieronder volgen de krantenberichten waar ik dit verhaal uit heb samengesteld. In die berichten is nog meer informatie terug te vinden.

 

Kees Blokker, Voerendaal, 31 januari 2011

(De Nieuwe Limburger donderdag 25 juni 1964)
Soldaat na veldloop overleden

Den Haag (ANP). – De 21-jarige dienstplichtige soldaat L.A.M. Drommel, is woensdagochtend (24 juni 1964) na een veldloop van tien kilometer aan de finish op de Leuvenumseweg nabij Harderwijk in elkaar gezakt en kort daarna overleden. De Legervoorlichtingsdienst heeft dit woensdagmiddag meegedeeld.

Soldaat Drommel was ongehuwd en was te Zandvoort woonachtig. Hij behoorde tot de B-compagnie van 41 Verbindingsbataljon uit Harderwijk. De tien kilometer veldloop was een programmapunt voor het diploma militaire lichamelijke vaardigheid. Bij de keuring van de soldaat waren geen afwijkingen geconstateerd.

(uit het Utrechtsch Nieuwsblad 26 juni 1964)
Vragen over dood van militair

Het Eerste Kamerlid M. van Pelt (PSP) heeft aan de minister van Defensie schriftelijk vragen gesteld over het overlijden van de 21-jarige dienstplichtige soldaat L.A.M. Drommel uit Zandvoort, die woensdagochtend (24 juni 1964) na een veldloop van tien kilometer nabij Harderwijk in elkaar is gezakt en kort daarna is overleden. De tien kilometer veldloop was een programmapunt voor het diploma militaire lichamelijke vaardigheid.

(Limburgs Dagblad woensdag 15 juli 1964)
CADET DOOR HITTE BEVANGEN

Tijdens mars ineengezakt

ROOSENDAAL, 15 juli – De 26-jarige cadet-sergeant ter K.M.A., J.R. Meeldink Veldboom uit Rotterdam, is gistermiddag (14 juli 1964) omstreeks vijf uur tijdens een mars ineengezakt en in ernstige toestand overgebracht naar het Charitasziekenhuis in Roosendaal.

Ondanks het feit dat wegens de hitte het tempo van deze mars werd vertraagd, zijn drie cadetten onwel geworden. Een van hen heeft zich hersteld, een tweede is ter observatie in het Charitasziekenhuis en sergeant Meeldink Veldboom is daar opgenomen als ernstig zieke. Sergeant Meeldink Veldboom volgde sinds gisteren met 46 andere cadetten-sergeant van de Koninklijke Militaire Academie de gebruikelijke drieweekse gevechtscursus bij het korps commandotroepen in Roosendaal ter afsluiting van het tweede studiejaar. In het programma van de cursus is onder andere opgenomen een vijf kilometer snelmars.

(NB: In diverse publicaties wordt de overledene Meeldink Veldboom genoemd. In latere publicaties gaat het om Meerdink Veldboom. De naam Meeldink is  niet juist en moet zijn Meerdink. KB).

(Limburgs Dagblad  van donderdag 16 juli 1964)
Voorlopig opschorting veldlopen bij commando’s
Cadet na afmattende mars overleden.

(van onze Haagse redactie
)
DEN HAAG, 16 juli. – De 26 jarige cadet-sergeant aan de KMA te Breda J.R. Meerdink Veldboom uit Rotterdam die dinsdagmiddag (14 juli 1964) tijdens een mars in elkaar zakte en in ernstige toestand was opgenomen in het Charitasziekenhuis te Roosendaal, is zonder tot bewustzijn te komen, overleden.
De commandant van het korps Commandotroepen in Roosendaal waarbij de cadet-sergeant een gevechtscursus van drie weken volgde, heeft de Koninklijke Marechaussee verzocht een onderzoek in te stellen. Zoals gemeld zijn drie cadetten als gevolg van de hitte onwel geworden. Een van hen herstelde kort nadien, terwijl ook de toestand van de andere cadet thans goed is.

Bij de militaire vaardigheidsproeven in het korps Commandotroepen zal het onderdeel geforceerde marsen voorlopig worden opgeschort. Dit besluit heeft de bevelhebber der landstrijdkrachten na overleg met de staatssecretaris van Defensie den Toom gisteravond genomen, nadat dinsdagmiddag de 26-jarige cadetsergeant J.R. Meerdink-Veldboom bij een oefening in Roosendaal aan de gevolgen van een geforceerde veldloop is bezweken.
De inspecteur van de militair geneeskundige dienst, generaal-majoor dr. H.J. van der Giessen, heeft inmiddels een onderzoek ingesteld met betrekking tot die onderdelen van de gevechtscursus bij de Commandotroepen, die grote lichamelijke inspanningen vergen. Speciaal de veldloop voor de militaire vaardigheidsproef zal daarbij onder de loupe genomen worden. De vraag is, zo deelde de legervoorlichtingsdienst mee, of de eisen, die daarbij worden gesteld eventueel herzien moeten worden.
Staatssecretaris den Toom heeft gistermiddag in gezelschap van de plaatsvervangend secretaris-generaal der Koninklijke Landmacht ’n bezoek gebracht aan het korps Commandotroepen te Roosendaal om zich persoonlijk op de hoogte te stellen van de omstandigheden waaronder cadet-sergeant Meerdink Veldboom is bezweken. Daarbij was ook de inspecteur van de militaire geneeskundige dienst aanwezig. Gisteravond is sectie verricht op het lichaam van de overleden militair, teneinde de juiste doodsoorzaak vast te stellen.

(De Nieuwe Limburger van donderdag 16 juli 1964)
Cadet Meerdink-Veldboom overleden

Legerleiding schort zware oefeningen op

(Van onze verslaggevers)
DEN HAAG – Nadat kort achter elkaar drie militairen tijdens, c.q. na een mars of veldloop zijn overleden, is de legerleiding overgegaan tot het treffen van maatregelen. Er is opdracht gegeven alle grote inspanning vergende oefeningen als marsen en veldlopen, op te schorten in afwachting van een onderzoek door de inspecteur Militair Geneeskundige Dienst.

Sedert 24 juni bezweken 3 militairen bij oefeningen

De directe aanleiding tot deze maatregelen is het overlijden van cadet sergeant J.R. Meerdink Veldboom uit Rotterdam die met 46 andere leerlingen van de K M A een drieweekse gevechtscursus bij het korps Commandotroepen te Roosendaal volgde. Hij en twee andere cadetten zakten tijdens een mars in elkaar. Een andere cadet is inmiddels hersteld. De derde, de 20-jarige C. Vodegel uit Leerdam, ligt in het ziekenhuis.

Staatssecretaris

Staatssecretaris Den Toom heeft in gezelschap van de plaatsvervangend secretaris generaal van de Koninklijke Landmacht een bezoek aan het korps Commandotroepen gebracht. Teneinde zich persoonlijk op de hoogte te stellen van de omstandigheden waaronder het voorval heeft plaats gehad.
Ook de inspecteur van de Militair Geneeskundige Dienst, generaal majoor dr. H.J. van der Giessen was bij het bezoek aan de graaf Engelbrechtkazerne in Roosendaal aanwezig.
De 20-jarige cadet sergeant Vodegel die nog in het ziekenhuis ligt, schrijft zijn instorting toe aan oververmoeidheid.

"Toen ik van de mars terugkwam was ik volkomen op. We liepen voor het avondeten een blok van goed 5 kilometer en we waren nog maar net op het kazerneterrein of ik had het niet meer. In het ziekenhuis ben ik wakker geworden".
’s Maandags, aldus Vodegel, zijn een speedmars, een klimtoren oefening en een zogenaamde natte cross afgewerkt. De dag daarop namen de in Roosendaal gedetacheerde cadetten ’s morgens en ’s middags de stormbaan en later liepen ze opnieuw een speedmars. Zo’n mars houdt – volgens majoor Polman van de Legervoorlichtingsdienst – in, dat vijf kilometer met marsbepakking in 40 minuten gelopen moeten worden. Maar men heeft in Roosendaal niet zo precies op de tijd gelet.

De cadetten die niet voor de infanterie worden opgeleid hebben na hun elementaire militaire vorming praktisch geen veldoefeningen meer gedaan, aldus Vodegel. Dit betekent dat het merendeel eerst na ruim anderhalf jaar weer forse diensten buiten doet. Voor de cadetten daaraan beginnen ondergaan ze een korte routinecontrole. Er wordt b.v. gevraagd of men klachten heeft en of er geen voetafwijkingen zijn. Maar een intensief inwendig onderzoek hebben wij niet ondergaan, aldus Vodegel. Het was naar zijn mening niet meer dan een oppervlakkige nakeuring.

Zoals wij reeds eerder berichtten hebben de afgelopen weken nog twee andere militairen tijdens oefeningen het leven verloren. Op 24 juni zakte de 21-jarige militair L. Drommel uit Zandvoort na een veldloop in elkaar. Zijn doodsoorzaak heeft men niet precies kunnen vaststellen omdat de ouders van de militair geen toestemming tot sectie gaven. Op 10 juli overleed, eveneens tijdens een veldloop, de 19-jarige wachtmeester 1e klasse van de marechaussee C. van Leeuwen uit Soesterberg. Zijn dood was te wijten aan embolie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(De Nieuwe Limburger vrijdag 17 juli 1964)
Warmtestuwing doodsoorzaak cadet sergeant.

(van onze verslaggever)

DEN HAAG – De sectie op ’t stoffelijk overschot van de overleden cadet-sergeant heeft uitgewezen, dat ’t overlijden geen gevolg is geweest van organische afwijkingen. De militaire artsen menen daarom dat warmtestuwing de oorzaak moet zijn geweest.

(Limburgs Dagblad vrijdag 17 juli 1964)

Conditie van onze militairen onder de loep

Cadet op hitte-mars bezweek aan warmte-stuwing

Is de Nederlandse soldaat bewegingsschuw?

DEN HAAG, 17 juli – De dood van de 26-jarige cadet sergeant J.R. Meerdink Veldboom, die dinsdagmiddag (14 juli 1964) tijdens een snelmars in Roosendaal bezweek, ie een gevolg geweest van warmte-stuwing. Dit is een op zich weinig voorkomend verschijnsel, dat zich echter onder ongunstige klimatologische omstandigheden vrij plotseling kan openbaren bij mensen die er een medisch vrij moeilijk aanwijsbare aanleg voor hebben. Aldus verklaarde dr. De Win, sportadviseur van de inspecteur van de Militair Geneeskundige Dienst.

Dr. De Win, die rapport zal uitbrengen aan de legerleiding, staat op het standpunt dat men zeker niet kan spreken van een algehele verslechtering van de lichamelijke conditie van de Nederlandse militair in vergelijking met vroegere jaren.
Wel is het zo, dat door het toegenomen levenscomfort enerzijds en de intensievere sportbeoefening anderzijds een grote spreiding is ontstaan in de algemeen lichamelijke conditie van de jeugd.
Een gebrek, dat bij een groot aantal rekruten duidelijk te constateren is, blijkt een zekere bewegingsarmoede.
Deze is echter niet het gevolg van een slechte lichamelijke conditie, doch vindt veelal zijn oorzaak in mentale eigenschappen. Men is bewegingsschuw. Het is daarom zeker niet juist te veronder-stellen, dat de keuringsnormen voor dienstplichtige militairen niet al te nauw genomen, waardoor later noodlottige situaties zouden kunnen ontstaan.
Evenmin is het juist de eisen die aan de militair worden gestel, in het algemeen als te zwaar te kenmerken. Wanneer blijkt dat een groot aantal jongens een zware oefening moeilijk kunnen volbrengen, dan is dat omdat de meesten onder hen nooit geleerd hebben, een lichamelijke prestatie te leveren op een moment dat zulks nodig is.
Naar de mening van dr. De Win zal een methode gevonden moeten worden waarbij de militair geleidelijk aan getraind wordt tot het moment, dat zijn lichamelijke conditie van dien aard is, dat hij zich zowel lichamelijk als mentaal tegen alle gestelde eisen opgewassen voelt. Er is wat dit betreft in samenwerking met de Nederlandse Sportfederatie een onderzoek gaande, waarbij o.m. wordt nagegaan hoe de bewegingsvaardigheid en het uithoudingsvermogen van de Nederlandse militair vergroot kunnen worden.

Intussen is het onderdeel 10 kilometer snelmars voor het militair lichamelijke vaardigheidsinsigne, alsmede de geforceerde mars bij de gevechtscursus voor beroepspersoneel in Roosendaal voor onbepaalde tijd opgeschort. Aangenomen mag worden dat de legerleiding eerst de adviezen wil inwinnen uit de kringen van militaire artsen en sportinstructeurs, alvorens mogelijke wijzigingen aan te brengen in het oefenschema. Zeker echter is het, dat aan een geleidelijke training van de Nederlandse soldaat, die wat lichamelijke conditie betreft bepaald niet onderdoet voor die uit de overige NAVO-landen, meer dan ooit aandacht zal worden geschonken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.