Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

De bijna-noodlottige UZI. Detachering voorjaar 1965 Hojel Kazerne Utrecht.

Van Frans van Gils kreeg de onderstaande bloedstollende herinnering.

 

Tussendoortje

In maart 1965 ontving de Staf van 106VbdRasBat Arthur Kool Ede het verzoek om assistentie van drie draaggolfwagens met bemanning voor de opleidingsschool van de Verbindingsdienst in de Hojel Kazerne Utrecht. Dit om de in opleiding zijnde manschappen vertrouwd te maken met het opzetten van de antennemast en de daarmee gepaard gaande verbindingen. En het tot stand brengen van een relaisverbinding.

 


Hojel Kazerne Utrecht. Foto: Koninklijke Landmacht.

Na een paar dagen van voorbereiding, poetsen en completeren van de uitrusting togen wij op pad. Een leuk tussendoortje voor het intussen wat in het slop geraakte dagritme. Want verder dan een enkele oefening was er niets anders dan poetsen, tellen, afstellen en het plegen van onderhoud. Hadden we geweten hoe het allemaal zou aflopen, dan waren we misschien minder happig geweest.

 

Op een maandagmiddag togen we vol goede moed op pad. Mijn chauffeur Koos Gans had het hoogste woord en samen met de bemanning beloofde het een spannende detachering te worden. Vooral omdat niemand bijzondere dienst had of iets dergelijks. Wij konden dus ’s avonds vrij gaan stappen aan de Utrechtse Oude Gracht.

 

Oude bekenden

Eenmaal aangekomen werden wij, de drie onderofficieren, op de kamer van de dienstdoende Sergeant van de Week ingekwartierd. Deze sergeant was een oude bekende. Hij was ons gedurende de opleiding niet onwelgevallig geweest. Bijvoorbeeld: Bij een schietoefening mochten er na het schieten geen lege hulzen ontbreken. Normalerwijze moest je dan zoeken en zoeken tot je een ons woog. En de ontbrekende hulzen gevonden waren. Niet bij hem dus. Hij toverde reserve hulzen tevoorschijn alsof hij er genoeg van had en hup terug naar de kazerne. Een toffe peer dus. Het was een Indische jongen. Zijn naam ben ik helaas kwijt. Laten we hem Piet Petit noemen. Misschien weet een van de andere onderofficieren zijn echte naam nog wel.

De soldaten en korporaals verbleven in de voor hen gereserveerde kamers. De kamer van de Sergeant van de Week was links op de begane grond van het gebouw, op de binnenhoek.

De kasten waren na de aankomst al snel ingeruimd en het kaarten (bonken) begon al spoedig en het grote liggen viel ons te beurt.

De dagelijkse oefeningen liepen gesmeerd. Immers: er was hulp genoeg en jongens in opleiding zijn erg leergierig. Ik weet nog dat we o.a. een keer bij de sluis van Schoonhoven opgebouwd hebben. Het was altijd weer een grote opluchting als je verbinding kreeg via de Pilot Channel met je tegenpost. Je werd immers op pad gestuurd met kaartcoördinaten. Eéntje voor de plaats waar je je handeltje moest opbouwen. Daarnaast kreeg je de coördinaten mee van de antennehoek(en). Een heel gepuzzel, vooral voor de relaispost. En, speciaal als je dit voor het eerst moest doen. Maar voor ons van de parate hap was dit gesneden koek.

 

Wie heeft de dikste (spierballen)

De eerste dagen verliepen zo uitstekend. Wij hadden al weer heel wat oude bekenden gezien en al veel plezier gehad. Tot op de woensdagavond. Toen we met veel rumoer en gebonk in de late namiddag op onze bedjes vielen kwam de Sergeant van de Week Piet Petit klagen. Sergeant Petit, die in de opleiding zo meegaand was geweest, kwam nu heel anders uit de hoek.

Wij moesten de kamer opruimen. Volgens hem was het een grote puinhoop sinds wij op de kamer lagen. Onmiddellijk speelden we het toneelstuk "wij niet weten van die hoe". Met grote onschuldige ogen keken we in het rond. We konden natuurlijk niets ontdekken in en rond onze slaapplekken. Vervolgens wees sergeant Petit ons waar de rommel lag. Onze klus viel op het dek, zoals ze bij de marine zeggen. Want hij wees precies het gebied aan waar deze brave man zelf zijn zalige dromen uitleefde. Wij begonnen natuurlijk direct naar hem zelf te wijzen. Hij was er duidelijk verlegen mee. Of wij dat dan toch maar opruimen wilden. Wij de hakken in het zand en er vol tegen in. De stemming werd grimmiger.

Toen sprak ik mij duidelijk uit en zei: "Ophouden nu. Anders pak ik je en laat ik je alle hoeken van de kamer zien. Dan zullen we wel eens zien wie hier de rommel maakt".

Dit had ik nooit moeten zeggen. Hij begon onmiddellijk zijn jasje uit te doen en zei: "Zullen we dan maar?".

Nu was ik toen niet bang aangelegd (dat ben ik, overigens, nog steeds niet). In die tijd was ik een fervent Grieks Romeins worstelaar. Ook mijn jasje ging uit. En voor hij goed en wel zijn uitgangspositie kon innemen, had ik hem al in de tang. Hij lag als een vastgepinde kip op het bed. Met veel gedruk en droge woorden vroeg ik hem: "Wat wil je nou eigenlijk? Wie maakt hier die rommel? Wij niet! Ga je geintjes maar ergens anders vertonen".

Hij bracht niets anders voort dan wat gepiep en gekreun. Daarna liet ik hem gaan en diep vernederd liep hij de kamer uit. Was ik mijn boekje te buiten gegaan? Vandaag de dag denk ik, dat het wel wat minder had gekund, maar toen kwam dit niet bij mij op. Toch wel wat ongerust veegden we onze plekjes nog maar eens netjes bij en we gingen af naar de mess voor de warme hap.

Toen we op onze kamer terug kwamen stond de sergeant Petit ons weer op te wachten. Echt boos en door het dolle heen. Ik zag de bui al hangen en begon te zeggen, dat het mij speet dat ik hem gepakt had. En dat ik mij niet zo had moeten laten uitdagen. Daarna bood ik mijn excuses aan. Wat gerustgesteld accepteerde hij de excuses. Hij droop af naar zijn week kamer.

Er was een ijzige stilte toen wij elkaar de volgende morgen weer zagen. Dus wij gingen snel op oefening.

 

Op scherp

‘s Avonds terug en ja hoor, weer mis. Al van verre zagen we hem staan. Hij riep ons toe: "Ik neem hier geen genoegen mee en ben naar de compagnies commandant (C.C.) gegaan. Jullie moeten direct meekomen". Met angstige voorgevoelens wij op naar de kamer van de C.C. Een aardige kapitein. Daar legde ik alles nog eens uit en vertelde hoe de vork aan de steel zat. Ik bood de sergeant nogmaals mijn excuses aan. De kapitein werkte nog even als de grote gladstrijker tussen de partijen en de klus was geklaard. Dachten we.

 


UZI pistool mitrailleur. Foto: Wikipedia.

’s Avonds nog maar eens een paar potjes bier gedronken aan de Oude Gracht in het centrum van Utrecht. En niet al te laat naar bed, want de volgende ochtend was het groot onderhoud materieel.

Toen we bij de morgenkoffie op onze kamer terugkwamen, kwam dat kereltje er weer aan. Weer vertelde hij er geen genoegen mee te nemen. Hij vond dat hij als oudere persoon meer respect verdiende en wij hadden hem tot in het diepst van zijn ziel beledigd. Hij eiste genoegdoening! Wat we ook zeiden, niets hielp om hem tot bedaren te brengen.

En toen gebeurde het! Hij liep naar zijn PSU-kast en haalde zijn UZI tevoorschijn. Vervolgens begon hij de patroonhouder te vullen met scherpe patronen. We waren perplex en stonden aan de grond genageld toe te kijken. Bevroren van schrik kwamen we niet op het idee om te maken dat we weg kwamen. Dit scenario had niemand in geen honderd jaren kunnen voorzien. De situatie liep hopeloos uit de hand.

Sergeant Petit was door het dolle heen. De patroonhouder ging met een venijnig droge tik in zijn arretatie, de veer werd gespannen en de veiligheidspal omgelegd van "Safe" naar "Vuren". Mensen, mensen, wat waren wij bang. Het liep ons dun door de broek van angst.

Andere sergeanten begonnen zich op het laatste ogenblik met de zaak te bemoeien. Ze slaagden er in sergeant Petit te kalmeren. En hem zijn UZI te ontfutselen. Daarmee was de druk van de ketel. Gelukkig.

 

Pasen 18 en 19 april 1965

Onmiddellijk moesten we weer naar bij de kapitein op rapport. Vandaag de dag weet ik nog niet wat deze man bezielde en hoe hij het voor elkaar kreeg. We moesten direct op weekend verlof (met Pasen voor de boeg geen slecht idee). Zelfs niet meer op de kazerne mee eten of zo. Direct inrukken en onmiddellijk wegwezen. Geen Marechaussee of een nader onderzoek. Ongelooflijk. Ik denk dat hij op zag tegen al het papierwerk, dat op zo’n onderzoek door de Marechaussee zou volgen.

We vertrokken ijlings naar het station. Daar spraken we met elkaar af om de volgende week dinsdag samen naar de kazerne te komen. En voor de poort op elkaar te wachten.

 

Wel een onrustige Pasen gehad natuurlijk. Dinsdags kwamen we terug. Gelukkig was de Sergeant van de Week intussen afgelost en kennelijk met verlof gestuurd. Hier was de hand van de C.C. duidelijk te zien. Daardoor liep de spanning niet verder op. En kwam er aan dit hachelijke, bijna volledig, uit de hand gelopen avontuur een vredig en onbeschadigd einde.

 

Als ik een UZI zie op de TV denk ik nog wel eens terug aan deze gebeurtenis, die voor ons op het laatste moment met een sisser afliep.

 

Frans van Gils, Hengelo (Ov), 4 februari 2011. Met bijdragen van de Alkenreeks, de Koninklijke Landmacht en Wikipedia.

 


Ik lust je rauw. Foto: Alkenreeks 169.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.