Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

NATO alarm I

 

Verschillende soorten alarm


Lijst van de PSU spullen die bij een alarm situatie moesten worden ingepakt.
Foto: Jo Debets.

Wij hadden te maken met verschillende soorten alarm. De bedoeling daarvan was de paraatheid van de mensen te testen. "Hoe snel zijn ze uit bed, hebben ze de kleren aan, de plunjezak gepakt en de auto’s gestart?". Dat soort dingen.

 

Allereerst had je compagniesalarm. Dit werd meestal door de CC gegeven als zijn echtgenote, denken wij, met een regelmatig terugkerend typisch vrouwelijk probleem zat. Dan wel als zij onenigheid met elkaar hadden. Om zich af te reageren liet hij vervolgens alarm blazen. Meestal gunden we de man zijn verzetje wel en deden we braaf mee. Hij moest toch even zijn agressie kwijt. Zo’n CC alarm was dus een hobby van de baas zelf en mocht natuurlijk niet te veel kosten. Het was voor ons zaak niet te fanatiek te zijn. Vooral de fillers moesten dan op bed worden vastgebonden. Die waren in staat om bij het eerste fluitsignaal de wagens al te starten, wat natuurlijk veel benzine kostte. Zo’n YA 314 reed één op twee, geloof ik, en verstookte alleen al bij het warmdraaien een jerrycan accijnsvrije rode benzine. Zuinig zijn was het motto en tegen de tijd dat iedereen op de gang stond, werd het alarm ijlings weer afgeblazen.

 

Dan had je nog Bataljonsalarm en kazernealarm. Dit was meestal iets uitgebreider, mocht ook iets meer kosten. Vaak haalden we net het MOB en dan mocht de meute weer gaan slapen.

 

NATO alarm

Maar NATO alarm, dat was andere koek en altijd tricky. Als dat geblazen werd, wist je nooit of het alleen maar om te testen was of dat het nu menens ging worden met Boris Ruskie. Alles en iedereen moest zijn plunjebaal inpakken en het hele bataljon maakte zich op om naar ons verzamelpunt bij de grensovergang Delden te gaan. Bij een dergelijk alarm was alles in rep en roer. Als dat eraan zat te komen, was het telefoonverkeer nog veel drukker dan op maandagmorgen. Op maandagmorgen kwamen namelijk alle ziekmeldingen binnen. Vooral uit Brabant en Limburg. Speciaal als er in een bepaalde streek een kermis was, lag het aantal ziekmeldingen veel hoger dan normaal. En merkwaardig genoeg, dat had, volgens de opbeller nooit met kermis of uitgaan te maken: "Nee hoor, echt niet. Mijn zoon/broer/vriend/man is gewoon plotseling ziek geworden".

 


Als Willy Broens op de telefooncentrale zat, wist het Lijnpeloton
precies wanneer er alarmoefeningen op komst waren.
Foto: Willy Broens.

NATO alarm, daar weet Willy Broens alles van. Als echte verbindingsman en centralist gebeurde het wel eens dat een lijntje bleef openstaan en hij per ongeluk iets hoorde wat nog niet aan de grote klok mocht hangen. Willy was nooit éénkennig en behandelde het Lijnpeloton als zijn minnares. Een minnares krijgt tussen de lakens ook dingen te horen die aan anderen nooit verteld worden (in dit geval kreeg de rest van de compagnie, wij dus, alles te horen).

 

Sergeant van de Week over de rode

Op een dag in juni/juli 1965 hadden we een NATO alarm. In de loop van de dag konden de centralisten al merken dat het eraan zat te komen. Er was druk telefoonverkeer en de commandanten waren op van de zenuwen. Willy waarschuwde zijn maîtresse (het Lijnpeloton) om maar alvast de plunjezakken te gaan pakken en in gevechtskleding naar bed te gaan. Zo gezegd, zo gedaan. En inderdaad, rond het avondappel van 10 uur was het dan zover. De sergeant van de week (SvdW), toch al geen gemakkelijke baan, kreeg het nog veel zwaarder. Hij liep met zijn fluitje zenuwachtig door de gangen te rennen en schreeuwde: "Alarm, Alarm". In de kamers van het Lijnpeloton volgde geen enkele reactie. Ze bleven lekker in bed, het licht bleef uit. Ze hadden zelfs de euvele moed om de hit van de groep HET: "Ik heb geen zin om op te staan" snoeihard op hun draagbare radio op de gang af te spelen. Toen de SvdW begon te dreigen met hardere maatregelen, ontdekte hij dat de lijnmannen al kant- en klaar waren. Kwestie van plunjezak op de rug en om te pesten nog even: "Waar blijven jullie nou? Wij gaan alvast naar Delden hoor!".

 

NATO alarm en vaandrig Vogels

Vaandrig Jan Vogels heeft ook nog herinneringen aan het NATO alarm. Jan Vogels was de nieuwe stip van het RDS peloton. Hij was de opvolger van 2lnt. Rob van Kordelaar. Ons Stipje was Sterretje geworden. Hij stond op het punt van afzwaaien, maar bleef nog even bij ons om Jan in te werken.

 


Sgt. Berrie Barendregt, Adrie de Bie en vdg. Jan Vogels. Vdg. Vogels
 is hier al weer helemaal bekomen van de schrik. Foto: Adri de Bie.

Op de avond van het betreffende alarm was er iemand op één van onze kamers jarig en Jan had die verjaardag bijgewoond. Toen de SvdW voor alarm begon te blazen ging Jan terug naar het officiershotel. Daar aangekomen vertelde hij in de bar aan de aanwezige vaandrigs van het NATO alarm, maar men geloofde hem niet: "Dat hadden wij toch zeker wel als eerste gehoord" (die waren dus duidelijk niet van het Lijnpeloton). Ze geloofden het niet en namen nog een pilsje.

 

Wil je een lift?

Na een kwartiertje had de blijde boodschap van het NATO alarm ook het officiershotel bereikt en ook daar maakte men nu spoed om hun pelotons te bereiken. Vaandrig Peter Moeys was er ook en hij nodigde Jan uit om achter op zijn scooter mee naar de compagnie te rijden. "Spring maar achter op" zei hij. Jan tilde zijn been op en wilde met een mooie zwaai achter opstappen. Peter was van de snelle soort en wachtte evenwel niet tot Jan zat. Hij gaf gas en daar stond Jan met zijn rechterbeen in de lucht. Hij verloor het evenwicht en zag nog net in de verte het achterlicht van Peter’s Vespa rechtsaf de Oranje-Kazerne opdraaien. Er zat niets anders op dan op te krabbelen, op een drafje naar de compagnie te gaan en de wagens klaar te laten maken voor vertrek.

 

Nog tijd voor een neut

Het was woensdagavond en op die avond hadden de korporaals doorlopend avondpermissie. De meeste chauffeurs van onze schakelwagens waren korporaal en die waren vrijwel allemaal op stap. Toen de eersten zo rond half elf bij de kazerne terugkwamen en zagen dat er NATO alarm was, deden ze precies datgene wat een goede korporaal hoorde te doen: ze maakten rechtsomkeer richting kroeg en gingen nog een pintje vatten tot twaalf uur. Dan kon het immers alweer afgelopen zijn en waarom zou je onnodig een klerezooi maken van je zo netjes opgestapelde kast?

Helaas, om twaalf uur was het niet afgelopen. Maar toen hadden ze al zoveel neuten op, dat ze niet meer in staat waren om een massapik in te steken (voor de dameslezers: een massapik is de benaming voor een sleutel, eigenlijk een soort kleine deurkruk. Die wordt aan de zijkant van het motordeksel ingestoken en is nodig om een YA 314 te kunnen starten, KB).

Daar stond Jan als beginnende stip: twee wagens onklaar, tien chauffeurs ook en toch moeten zorgen om vijftien wagens naar Delden te krijgen. Na veel vijven en zessen zijn er uiteindelijk vijf wagens de weg opgegaan. Waarvan twee auto’s gereden werden door twee sergeanten die over een militair rijbewijs beschikten: sgt. Peter de Pijper en, als Jan het zich goed herinnert, sgt. Berrie Barendregt. Delden hebben we niet gehaald, maar spannend was het allemaal wel. Vooral voor vaandrig Vogels.

 

NATO alarm II

 

Vorige week hadden we verhalen over NATO alarm van Willy Broens en Jan Vogels. Tussen die twee verhalen in zat nog een verhaal. Eigenlijk meer sfeertekening en detailobservaties van zo’n NATO alarm. Om het niet te lang te maken heb ik dat er vorige week uitgelaten. Ik wil het jullie echter niet onthouden. Couleur locale dus van zo’n NATO alarm. We maken zelfs een uitstapje naar het officiershotel.

 


Sergeant van de Week Berrie Barendregt: "Jongens willen jullie a.u.b.
opstaan en je aankleden? Het is ALARM". Foto: Berrie Barendregt.

Sergeant van de Week

Eerst even schilderen hoe het er bij ons aan toe ging. Jullie herinneren je nog wel die vriendelijke man die ons elke morgen het bed uit blies? Ja, inderdaad, hij heette altijd hetzelfde, maar was elke week iemand anders: De Sergeant Van De Week. Maar weten jullie ook nog hoe hij gekleed was? Nee? Let op: hij droeg net als ons, meestal veldtenue. Maar daarover heen had hij een soort van sadomasochistisch lederen tuigje. Een riem om de buik en een riem scheef over de borst van links onder naar rechts boven. Dan over de schouder en aan de achterkant van rechtsboven naar links onder. Het bijpassende zweepje had hij niet, maar wel een stok. Waarmee hij langs de tralies van onze bedden raspte om ons aan te manen eruit te komen. Datzelfde ritueel gebruikte hij ook als er alarm was. Alleen ging dat nog gepaard met de kreet: "ALARM! ALARM!"

 

Hoe anders was dat in het officiershotel. Daar ging het veel gedistingeerder aan toe. Rauwe kreten als: "Eruit luie eikels, jullie moeten naar Delden" werden daar niet gebezigd (je ziet, nu ik het over officieren heb, gebruik zelfs ik al andere woorden: gebezigd in plaats van geschreeuwd). Hoewel ik er nooit ben geweest, heb ik het volgende van een zeer betrouwbare ooggetuige vernomen.

 

Heren van stand

Als in het officiershotel alarm werd gegeven, verscheen een kamerheer aan de ingang van het ontspanningsetablissement (bij ons heette dat kantine) waar zich het gezelschap bevond. Hij schraapte zijn keel en wachtte tot het gezelschap tot rust was gekomen.

 

Nu weet ik natuurlijk niet precies met welke woorden hij zich tot de aanwezigen richtte. Maar het "Eruit luie eikels, jullie moeten naar Delden" klonk daar ongeveer zo: "Mijne Heren, Hare Majesteit de Koningin nodigt u uit voor een partijtje aan onze oostgrens" (hebben jullie het aanspreken met Hoofdletters gezien?). De Heren knikten vervolgens goedkeurend en staken de hoofden bij elkaar om te overleggen of ze aan deze uitnodiging van H.M. gevolg zouden geven. Het strekt de Heren tot eer, dat de uitkomst van dat overleg altijd positief was. Zoals dat Heren betaamt, werd er om die positieve uitkomst te vieren, nog eentje "voor onderweg" besteld.

 

Als die op was, keek men even door de groep of er nog iemand anders was die iets te vieren had. Was dat niet het geval, dan begaf men zich al keuvelend naar zijn kamer. Je kon natuurlijk niet ongewassen op een partijtje van H.M. verschijnen, dus werd er ook nog eerst even een douche genomen. Elke kamer had een eigen douche (niet zo als bij ons: met 40 man tegelijk naar het centrale badhuis. Als we net lekker stonden te poedelen, vond de badmeester dat het lang genoeg geduurd had en draaide de koud water kraan open. Het gevloek dat dan uit de hokjes opsteeg, hééér-lijk).

 

Eerst koffie

Na het douchen keken de Heren vervolgens in de kast welke kleur veldtenue (wij hadden twee keuzes: gevechtstenue en overall) het beste bij de gelegenheid paste en als ook dat tot tevredenheid was verlopen, maakte men zich op om zich bij de compagnie te voegen.

Daar had de man met het lederen tuigje inmiddels al wagens laten aanrukken waar wij onze plunjebaal in konden knikkeren. Hij had een paar chauffeurs opdracht gegeven. Zij moesten vrachtwagens uitdossen als autobussen. En daarmee langs een alarmroute al het buiten de kazerne wonende beroepspersoneel ophalen.

Intussen waren er ook andere kaderleden gekomen en die marcheerden ons af naar het Mob. Wij reden de wagens naar buiten, stelden ze op in colonne orde en zetten alvast druk op het primus stel. Zodat de koffie vers was als de Heren arriveerden en ze in alle rust wakker konden worden. Ze hoefden daarna alleen nog maar even te controleren of alles aanwezig was en vervolgens gingen we op weg naar Delden. Of niet. Want vaak werd het alarm juist dan weer afgeblazen.

 

Daarna ging ieder op zijn eigen manier z’n bed op zoeken.

Voor ons klonk dat zo: "Vooruit, rijd die wagens naar binnen!! Dan marcheren we terug naar de kazerne".

En voor de Heren zo: "Mijne Heren, het partijtje is afgelopen. Uw chauffeur brengt U terug naar Uw hotel". Ach, ieder zijn meug.

 

Vrijwillig bedienen

NN herinnert zich over het officiershotel ook nog iets: "In dat officiersgebeuren waren wel meer festiviteiten. Van ons werd er vaak iemand vrijwillig aangewezen om te bedienen. Soms kwam die in de nacht terug met toch behoorlijk wat fooi. Één keer echter kreeg mijn holmaat die 'mocht' bedienen vrijwel niets. Hij heeft toen uit woede gevraagd of hij van degenen die hij bediend had, i.p.v. een geldelijke fooi, een 'gouden' knoop van 't uniform mocht trekken. Dat werd toegestaan. Hij heeft me de opbrengst laten zien: twee handen vol knopen. Dat zijn leuke dingen die je bijblijven".

 

Kees Blokker, Voerendaal, 8 december 2008.  Met bijdragen van Berrie Barendregt, NN, Adri de Bie, Willy Broens, Jo Debets, Jan Vogels.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.