Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

Modeltreinen, Marechaussees en Muziek. Johan Altena Story.

Van Johan Altena kreeg ik een paar verhalen. Hier zijn ze.

 

Belangrijke lichting


5 februari 1964. Basisopleiding 64-1. Staand 3e van links: Jo Coenen.
Liggend rechts: Johan Altena. Foto: Johan Altena.

Johan is van 64-1 en hij kwam op in Ossendrecht. 64-1 was een belangrijke lichting en er zaten vele mannen in die bij het 11Verbindingsbataljon later een belangrijke bijdrage aan de wereldvrede gingen leveren. In het opleidingspeloton van Johan treffen we nog een beroemde dienstmakker aan: Jo Coenen. Zoals er in mijn eigen opleiding veel gelijkgestemde zielen zaten (in hoofdzaak waren dat Pathologen), zo was dat bij deze twee mannen ook het geval. Ze hadden allebei een sterke interesse voor de techniek. Bij Jo was dat echter meer de motoren techniek en na de basisopleiding ging hij naar het VOC in Ede. Waar hij werd opgeleid tot chauffeur-aggregaat monteur. Bij Johan lag de interesse meer op het gebied van de radiotechniek. Na de basis ging hij naar die goeie ouwe Hojel Kazerne in Utrecht. Waar hij werd opgeleid tot bedieningsman radioschakel (MOS nummer 29211).

 

Paardenstallen

De Hojel kazerne was een heel oude kazerne uit 1884. Hij lag midden in Utrecht aan de Croeselaan nummer 39. Recht tegenover de achterzijde van het Centraalstation. Ongeveer op de plaats waar nu de Jaarbeurshallen staan.

De Hojel was oorspronkelijk een artilleriekazerne. Eertijds geschikt voor paarden en de bijbehorende manschappen. En dat konden we merken. Op de begane grond waren nog steeds de stallen voor de paarden. Recht daar boven waren de hooizolders. Als je op die zolders stond en je keek naar beneden, zag je de ruiven waar het hooi voor de paarden ingeknikkerd moest worden.

 


Hojelkazerne binnenplaats. Foto: Ger Vossen.

Kolenkachels

Maar in Johan zijn tijd waren er geen paarden meer. In een verborgen hoek lag nog wel een baal stro, maar dat was voor de slaapzakken van de manschappen. Boven de hooizolders waren de legeringruimtes voor de manschappen. De manschappen liepen heel wat af in de oude en brandgevaarlijke gebouwen van de goede oude Hojel. Er was geen centrale verwarming. In de winter moesten de bewoners om beurten vroeger opstaan om de kachel aan te maken. De kamerwacht had dan als extra taak de kachel elk uur van nieuwe kolen te voorzien. En die kolen moesten beneden worden opgehaald en langs steile trappen naar boven worden gezeuld.

Er waren vele trappenhuizen en nog veel meer kruip-door-sluip-door gangen in de Hojel. Afgezien van de hooizolders waren er onder de scheve daken nog meer zolders en kleine ruimten verstopt. Je was meer dan een maand bezig voordat je een beetje de weg kende. We moesten regelmatig op zoek naar rekruten die verloren waren geraakt in het doolhof genaamd Hojel kazerne.

 

 


Märklin treinen. Foto: Märklin.

Modeltreinen

In de Hojel liep een onderofficier rond met de naam Kees Kont. Ik ben er bijna zeker van dat dat niet zijn echte naam was. Maar dat hij zo door de dienstplichtigen in de wandelgangen werd genoemd. Als ze zeker wisten dat hij het niet zou horen. Zo waren ze wel die jongens. We wisten dat je beter moeilijkheden kon vermijden, dan je er later uit te moeten kletsen.

Ik weet ook niet zeker wat zijn rang was. Sommige bronnen spreken van sergeant-majoor, anderen hebben het over adjudant. Laat ik het maar op het eerste houden en hem majoor noemen.

Afijn, deze majoor Kees (voor deze ene keer zal ik een sergeant-majoor maar eens bij zijn voornaam noemen) had ook een hobby: model treinen. Een ongebruikte zolder van de Hojel had hij in gebruik voor deze hobby. De zolder had de grootte van een klein voetbalveldje. Dus dat geeft gelijk aan hoe groot de passie van majoor Kees was. Er stonden enorme complexen Märklins en Fleischmanns. Een prachtig gezicht voor liefhebbers en hij leidde dan ook veel bezoekers op zijn treinzolder rond.

 

Gevaarlijke hobby

Helaas kostte zijn hobby ook zijn leven. Tijdens zijn vakanties ging hij altijd naar treinen en trams kijken. Één van die reizen ging naar een stad in Duitsland, met een prachtig en druk tramlijnennet. Tijdens het spotten van de voorbijrijdende trams, bleef hij met zijn schoenen in de rails steken en werd overreden door een passerende tram.

En wij maar denken dat spelen met treintjes een ongevaarlijke liefhebberij is.

 

Babi Pangang

In de eetzaal werden opvallend vaak Indische gerechten geserveerd. Nasi stond bijna standaard op het menu. In de Hojel maakten vele dienstplichtigen kennis met het rijke verleden van de 1Divisie "7 December" (1DIV). 1DIV had zijn ontstaan te danken aan onze voormalige kolonie Nederlands-Indië. In 1949/1950 werd het zelfstandig. Vele militairen van Nederlands-Indische komaf die tot dan in het KNIL (Koninklijk Nederlands-Indië Leger) hadden gediend, kwamen naar Nederland. Ze werden ondergebracht bij onderdelen van 1DIV. En velen van hen kwamen in de Hojel terecht. Praktisch iedere instructeur was een ex-KNIL militair. En die zorgden er voor dat wij zo vaak nasi aten. Na verloop van tijd kwamen de babi-pangang en de pisang-goreng (gebakken banaan) je de neus uit.

 

Cabaret op wacht

Als je in de Hojel wachtdienst had, dan liep je ook op het terrein achter de kazerne een wachtrondje. Het terrein was met een lange muur omzoomd. En op die muur had al menige soldaat zijn overpeinzingen neer geschreven. En daar waren heel mooie en humoristische overpeinzingen bij. Op dat terrein en langs die muur wacht lopen, was of je een uurtje naar het cabaret ging.

 

Onvergetelijke limerick

Frans van Gils herinnert zich tot op vandaag de volgende limerick die hij daar aan trof:

Een papenvreter uit Leiden,

die al wat Rooms was wou mijden,

heeft consequent,

tot het bittere end,

het kruis uit zijn broek laten snijden.

 

Radiotechnisch wonderkind


Johan Altena aan de AN/TRC.
Foto: Marinus van Schaijk.

In één van de zolders onder het scheve dak van het hoofdgebouw hadden een paar instructeurs een kortegolf verbindingsstation ingericht. Johan was als kleine jongen al in de ban geraakt van zend- en ontvangkristallen en de wereld van de antennemasten, kabels en dipolen. Niet voor niets was hij bij de Verbindingsdienst ingedeeld. Op de plaats waar een ander mens een hart voelt kloppen, zat bij Johan een korte golf zender te piepen en te kraken. Hij was gefascineerd door al dat mooie spul daar op die zolder van de Hojel. Maar de hotemetoten van die zolder lieten hem niet met de zendkristallen spelen. Bang als ze waren dat dat groentje misschien wel beter zou zijn dan henzelf. Johan betreurt dat tot op de dag van vandaag en weet nog steeds het callsign, (de oproepnaam) van die zender daar op die Hojel zolder van 1964: PI1VKL.

 

Je moest toch wat. En je mocht alleen op woensdagavond de kazerne uit. Dus bouwde hij in de avonduren zelf maar een korte golf zender. Het plaatmateriaal was lekker goedkoop. In de hobbyruimte was het altijd een drukte van belang. Ook andere dienstplichtigen hadden de machines en het goedkope materiaal ontdekt.

Op woensdagavond was het dan feest. Want dan mochten ze de kazerne uit. Even oversteken, door het Centraalstation en je stond op het Vredenburg in het centrum van Utrecht. En daar was altijd wel wat te beleven.

 

Het onder de knie krijgen van de AN/TRC zenders en ontvangers en CF1 apparatuur was een fluitje van een cent voor een radioman als Johan Altena. Niemand keek ervan op dat hij dat deed met zijn ogen dicht en twee vingers in de neus. Als niemand oplette zat hij ook al stiekem de apparatuur te tunen (modificeren zoals hij dat noemde), zodat een verbinding beter en sneller tot stand zou komen. Rond 5 juni 1964 slaagde hij cum laude (met lof) als bedieningsman Radio Schakel en hij werd overgeplaatst naar de parate troepen. Hij kwam terecht bij de C-compagnie van het 11Verbindingsbataljon in de Oranje-Kazerne.

 

Marechaussees


Embleem Kon. Marechaussee
Foto: X.

Op de Oranje-Kazerne waren twee rijen gebouwen. In de eerste rij waren de gebouwen geletterd van C tot met G. In gebouw G, het laatste gebouw van de eerste rij, was de 11Marechaussee Compagnie (11MARCIE) gehuisvest. Zij werden volledig afgeschermd van alle andere in de O.K. gelegerde militairen. Hoewel ook dienstplichtig, net als wij, mochten ze niet met de andere dienstplichtigen omgaan. Ze hadden een eigen kantine en eetzaal. Deze eetzaal werd vanuit de centrale manschappenkeuken bevoorraad.

In de manschappenkeuken werkte onze kok Henk Heidema. Hij herinnert zich dat nog levendig: "De Marechaussee kwam altijd drie keer per dag langs. 's Morgens om het ontbijt op te halen. 's Middags werd de warme hap in lamellen klaar gezet en opgehaald. En dan 's avonds weer een broodmaaltijd. Of net anders om, ik weet niet meer of we 's middags of 's avonds warm aten. Ze aten altijd in hun eigen gebouw en we zagen ze nooit in de eetzaal. Dat zal wel geweest zijn om conflicten te voorkomen met de gewone soldaten. Je zag ze ook nooit in de kantine".

 

Er was nóg iets bijzonders aan deze 11MARCIE. De mannen kwamen op in de Koning Willem III kazerne in Apeldoorn. Ze werden, net als bij ons, in pelotons ingedeeld. Elk peloton deed samen de basis- maar ook samen de vervolgopleiding. Vervolgens werd zo’n peloton in zijn geheel overgeplaatst naar de Oranje-Kazerne. Hier werden ze dan een beetje over hun compagnie verdeeld. Maar in grote lijnen bleven die jongens gedurende hun hele diensttijd van 21 maanden bij elkaar. Het is duidelijk dat deze mannen, die zo lang en zo intensief met elkaar waren opgetrokken, ook een heel sterke band met elkaar hadden.

 

Deze dienstplichtige Marechaussees werden vooral ingezet voor het begeleiden van militaire colonnes. En gedurende die werkzaamheden hadden ze een wit leren tuigje met koppelriem om, witte handschoenen aan en een witte helm op. Daarom werden deze jongens heel oneerbiedig "kalkemmers" genoemd. Het was verstandig om dat niet in hun nabijheid te zeggen, want deze mannen konden het je behoorlijk lastig maken. Ze waren, met de Commando’s, de crème-de-la-crème van het Nederlandse Leger. Na de Verbindingsdienst dan wel, natuurlijk.

Johan kon vanuit zijn kamer de mannen van de 11MARCIE zien. Daaruit kan ik afleiden dat hij in gebouw F gelegerd werd en wel op kamer 8 van dat gebouw.

 

La Courtine

Eind juli 1964 ging hij met de C-compagnie naar La Courtine. Wat La Courtine met de mannen deed, leek wel een beetje op wat er met de Marechaussees gebeurde die zo lang met elkaar optrokken. Er ontstond een heel sterke band tussen de mannen die zo lang en intensief met elkaar optrokken en samen lief en leed deelden. Ze waren maar twee maanden van huis, maar het leek wel of ze op missie waren naar een ver verwijderd land. Zóveel indrukken en ervaringen werden daar opgedaan.

De jongens waren sterk op elkaar aangewezen. Niet alleen voor het werk maar ook voor het vertier. Even op de brommer naar huis was er niet bij. De een hielp de ander over een dieptepunt heen. Ja, de gang en het verblijf naar La Courtine maakte diepe indruk op de soldaten. Dat men in La Courtine was geweest, werd als een onzichtbare onderscheiding meegedragen. En nog steeds is "La Courtineganger" een soort van eretitel.

 

Ruwe Bolster


Johan Altena, Henk Pierik met Gele Rijderspet en Rinus Kweekel
gebroederlijk achter de wacht. Foto: Marinus van Schaijk.

Begin oktober 1964 was iedereen weer terug in de Oranje-Kazerne en begon voor de mannen het normale leven weer. Johan was een soldaat van het type: ruwe-bolster-blanke-pit. Hij had zijn hart op zijn tong en zei altijd alles recht voor zijn raap.

In het leger waren er van dat ruwe-bolster-blanke-pit twee typen.

Het ene type kwam er altijd mee weg. En de andere was er altijd zelf het slachtoffer van.

 

Henk Pierik was een sprekend voorbeeld van het eerste type. Henk gaf regelmatig in sappig Twents zijn onverbloemde mening aan de officieren en onderofficieren en medesoldaten. Meestal lagen we in een deuk. En hadden de superieuren helemaal niet in de gaten dat hij hun een lesje leerde. Dus bleven zijn bloemlezingen meestal zonder gevolg.

 

Thijs Boelsma is een voorbeeld van het andere type. Die hoefde nauwelijks zijn mening over iets te geven of hij kon alweer tijd vrij maken in zijn agenda voor een afspraak met de compagniescommandant.

Ook Johan Altena werd met zijn recht voor zijn raap uitspraken regelmatig verkeerd begrepen en mocht dat dan bij kapitein Luchsinger gaan toelichten. Dat lukte niet altijd. Beter gezegd: dat lukte hem bijna nooit. En als dank voor zijn pogingen om het leger te verbeteren, mocht hij dan de accommodatie achter de wacht gaan uitproberen.

 

Moeder's pappot toch lekkerder

Johan woonde in Zutphen en dat was maar een kleine 20 kilometer van Schaarsbergen. ’s Avonds en in de weekends tufte hij op zijn brommertje ’s nachts in het stikdonker over de Posbank naar huis. Hij zat dus ‘s avonds niet zo vaak in de Oranje-Kazerne. En daardoor denkt Johan dat de meeste kameraden zich hem niet meer herinneren. Nou Johan, dan kan ik je geruststellen. Van die lichting ben jij één van de meest herinnerde personen. En hoe kwam dat? Johan is vergeten dat hij op die brommer tochtjes richting Zutphen, vrijwel altijd een passagier op zijn buddyseat had zitten. Een kamergenoot die even met Johan naar huis ging. Even door Zutphen stappen of bij zijn ouders een hapje eten. Bij de Altena’s was iedereen welkom.

 

Kerstmis 1964

Met Kerst 1964 was de C-compagnie paraat. We zaten binnen, mochten niet naar huis. Ook hier had je weer die creatieven, die onmiddellijk na het appel in een auto stapten en als een gek naar huis reden. Leen van de Hor en Peter Broekzitter bij voorbeeld. En dan weer op tijd uit Den Haag vertrekken, want om 17.00 uur moesten ze weer op het appel staan. Dat ging er nog al haastig aan toe. Vlakbij de O.K. ging het mis. Vrijwel tegenover de kazerne kwam de wagen in een slip en lag op zijn zijkant in de greppel.

 

Muziek


Kerstmis 1964. Peter Verhoeven, Rinus Kweekel, Floris Berting,  Bruining,
Koos Verbruggen. Tussen Bruining en Koos zie je nog net de pickup van
Johan Altena op het bed staan. Foto: Rinus Kweekel.

Met Kerst had Johan zijn pick-up van thuis meegenomen. Het was nog zo eentje die wij aanduiden met de term: elektro-grammofoon. In het midden op de draaitafel stond een lange pin. Daarop konden tien singletjes, want het was een wisselaar. Er zat een transparant tweeling krulsnoer aan. Althans dat leek zo. Het snoer was al zo vaak om de kast van de grammofoon heen gedraaid, dat de tweeling kabel op een echt krulsnoer leek.

 

Roy Orbison en de Lange Winter

Het was de tijd van "Pretty Woman" van Roy Orbison. Dus die zat ook in het stapeltje singletjes. Samen met o.a. "The French Song" van Lucille Starr, "De Winter was lang" van Willeke Alberti en een paar van Buddy Holly.

 

Johan had de pick-up achter op zijn brommer gebonden. Hij meent dat de pick-up niet toegestaan was op de kamer en dat hij daarvoor weer de accommodatie bij de wacht mocht inspecteren. Ik denk eerder dat het zo was: Johan kwam met zijn brommer en pick-up te laat terug uit Zutphen. Voor dat soort gevallen hadden de dienstplichtigen een gat gemaakt in de omheining ter hoogte van het PMT. Daar kon je normalerwijze nog de kazerne binnenkomen zonder dat de wacht je naam opschreef. Maar zo’n gat bleef niet onopgemerkt en af en toe stond de OKP er zelf te kijken wie te lang bij zijn meisje was gebleven. De OKP was minder vergevingsgezind en schreef zelf ook rapportjes. Die na omzwervingen altijd bij de eigen CC terecht kwam. Je had dan wel nog een paar dagen de tijd om alvast een goede smoes te gaan bedenken. Komt je deze uitleg niet bekender voor Johan?

 

Het gat in de omheining werd ook regelmatig dicht gemaakt. Dat was altijd onprettig voor diegenen die op dat moment te laat terug kwamen. Maar, O Vreugde: het duurde meestal geen dag of het was alweer open.

 

Afijn, Johan was toen, maar is dat nog steeds, heel druk met zijn korte golf radio zenders. Hij was en is, om het modern te zeggen, ADHD druk, zonder ADHD te hebben.

De misverstanden die hem regelmatig in contact met de compagniescommandant brachten, leverden hem 41 dagen licht- of verzwaard arrest op. We dachten dat hij daarmee de ongekroonde gestraften koning was. Maar dat blijkt Cor Leijtens te zijn die probleemloos 68 dagen achter zijn naam schreef.

Johan zat eigenlijk op een militaire functie die voorbestemd was om het leger als korporaal te verlaten. Zijn militaire straf quote verhinderde evenwel promotie en zo zwaaide Johan op 5 augustus 1965 als soldaat af. Hij had niet het genoegen mogen smaken om 25 cent meer soldij te ontvangen.

 

Correctie en aanvulling


Baretembleem Koninklijke Marechaussee.
Foto: Gerrit Ezendam.

Ik heb het stukje over de Marechaussee ter controle voorgelegd aan Gerrit Ezendam. Hij is van de lichting 61-3 en was als Marechaussee gelegerd in gebouw G van de Oranje-Kazerne. Ik kreeg van hem een correctie en aanvulling die ik graag met jullie deel. Jullie kunnen zijn website vinden met deze link: www.kmar-11marcie-61-3.nl

 

Hoi Kees,

Natuurlijk kijk ik voor je naar de tekst. Het begin klopt. Wij zaten in gebouw G, maar dan voor de helft. De andere helft werd bezet door de Genie. In alle gangen stond halverwege een houten raamwerk met gaas. Later werd de MARCIE een MARESK en hadden ze het hele gebouw in bezit. Wanneer dat precies is begonnen weet ik niet, omdat ik al was afgezwaaid.

 

Wij werden niet afgeschermd van andere dienstplichtigen en we mochten met iedereen omgaan die we wilden. Meestal waren dat de mannen waar je sowieso de hele dag al mee optrok. Dat zal bij jullie wel net zo zijn geweest. Ik weet niet of er veel mannen van de 11Vbdbat omgingen met jongens van de 11AVA Gele Rijders of met de VERKENNINGEN (fanatieke hap trouwens). Ik kwam daar een keer met iemand, die ik kende op zijn eigen kamer. Maar hij en ik moesten ons melden bij de kameroudste, een soldaat 1 of een korporaal.

Eten deden we in de manschappen eetzaal. We liepen als iedereen langs de loketten. We hadden alleen een eigen tafel of zo. Een kantine hadden we niet. Later misschien wel. We hebben een keer een reünie gehouden op de O.K. en toen bleek er een kantine ingericht te zijn in de kelder van het gebouw.

 

We kwamen niet allemaal tegelijk bij 11MARCIE. Elke twee maanden zwaaiden er een man of 20 af en kwamen er weer een man of 20 bij, die de eerste week nog op één kamer lagen (handig voor het ontgroenen) en daarna over de pelotons en de groepen werden verdeeld.

Wat ik niet zeker weet, maar wel kan bedenken is dat, wanneer op 1 december 1965 (heb ik maar even opgezocht) de Compagnie vergroot wordt tot een Eskadron, je in één keer een complete Compagnie extra nodig hebt, die ook weer tegelijk afzwaait. Dat was dus allemaal na mijn tijd.

 

Wel is er altijd een sterke band geweest tussen de lichtinggenoten binnen de Compagnie, ook al zat je in verschillende pelotons en groepen.

Nog steeds komen we regelmatig bij elkaar en sinds een aantal jaren zijn de vrouwen daar ook bij. De groep is inmiddels wel een beetje kleiner geworden. Eén haakte direct af omdat hij Jehova’s Getuige was geworden. Sommigen hadden niet zo’n sterke band met de rest, omdat hij monteur was en dus altijd in de garage zat. Anderen hadden er gewoon geen zin meer in en tenslotte zijn er al vijf man overleden. Op een goed bezochte reünie zouden er maximaal nog een man of twaalf kunnen komen opdagen. Klein clubje dus.

 

Het laatste deel klopt weer helemaal. Alleen heb ik nog nooit een Marechaussee gezien met witte handschoenen. Wel met bruine leren handschoenen.

Ik heb al op jullie website gekeken en ga dat zeker vaker doen. Veel succes met www.11vbdbat.nl.

Groeten,

 

Gerrit Ezendam

Webmaster van www.kmar-11marcie-61-3.nl

 

Johan Altena en Kees Blokker, Zutphen/Voerendaal, 1 december 2010.  Met bijdragen van Gerrit Ezendam, Frans van Gils, Henk Heidema, Rinus Kweekel, Marinus van Schaijk en Ger Vossen.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.