Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

Memoires van een motor ordonnans, deel 2: 1963 - 2012

Klik hier om de Memoires van een motor ordonnans, deel 1 te lezen.

 

De parate hap

Op 25 september 1963 kreeg ik dus mijn rijbewijs voor de Jeep en de motor en kwam er ook een einde aan mijn voortgezette militaire opleiding. Direct na dat weekend werden we overgeplaatst naar een paraat onderdeel. Ik kwam terecht bij de C-compagnie van het 11Verbindingsbataljon dat gelegerd was in de Oranje-Kazerne in Schaarsbergen. Ik werd ingedeeld bij het Staf- en Verzorgingspeloton en benoemd tot chauffeur van onze compagniescommandant kapitein Luchsinger. Ik had in Schaarsbergen de beschikking over twee Matchless ordonnans motoren. Ik begreep daar niets van. Volgens mij was ik in die tijd bij de C-Cie de enige ordonnans. En moeten ze hebben gedacht: “Geef hem maar twee motoren, dan komen de berichten zeker aan“.

In het Staf- en Verzorgingspeloton zaten ook mannen als Wiek Boom, Wim Derksen, Wouter Stoop  en Tonnie Roes. Tonnie was van de lichting 63-1. Hij woonde in het dorp Zeeland in de buurt van Uden in Noord-Brabant. Tonnie noemde zich zelf altijd “Jerrycan Jimmie“. Van Wiek Boom hoorde ik dat Tonnie in de jaren zeventig in zijn auto aan een hartaanval is overleden.

Wiek Boom heet in werkelijkheid Louis Boom, maar hij werd door de Limburgers Wiek genoemd. Hij werd mijn beste dienstmakker. Wiek was de automonteur tot Wouter Stoop hem zes maanden later kwam vervangen.

Kapitein Luchsinger was een hele aardige kapitein, hij was wat nerveus aangelegd en daarom ging hij op de Compagnie door het leven als Benny Paniek. Of kortweg Benny.

 

Familiebedrijf


Ik werd benoemd tot de chauffeur van kapitein Luchsinger.

Op de Oranje-Kazerne in Schaarsbergen zaten nog twee neven van mij. De ene zat bij de Kikkers (het 12e Infanterie Bataljon Garde Jagers). De andere neef zat bij de Marechaussees (de 11e Marechaussee Compagnie). Het gekke was dat de MP-neef later terecht kwam op mijn kamer in La Courtine. Hij voelde zich helemaal niet op zijn gemak onder ons kannibalen. Want ze denken ook dat ze meer zijn dan andere mensen. Nou, daar hoefde je bij het stafpeloton niet mee aan te komen. Hij was snel verdwenen en ik heb hem nooit van mijn leven terug gezien.

 

Welzijn

We gingen eens met een man of 10 naar de kantine in de Oranje-Kazerne voor een paar biertjes. We waren behoorlijk luidruchtig. Komt er een man in een burgerpak naar ons toe om te zeggen dat we ons gemak moesten houden. Eén van onze Tukkers zegt tegen hem: “Wie bin ie dan, mien jongen?”.

Zegt de burger: “Ik ben de welzijnszorg“.

Waarop de Tukker zegt: “Maar meneer, uw welzijn zal mij een zorg zijn“.

Dat ging natuurlijk naar kapitein Luchsinger en wij konden een week de bak in.

 

Lijfstraffen

We waren een keer op een oefening ergens in Limburg. Eén van onze jongens had bij een ongeluk iets ernstigs in zo’n oog gekregen en daar moest met grote spoed iets aangedaan worden. In de Jeep lagen nooit kaarten, alleen maar van die gedetailleerde stafkaarten en daar kon je je in een groter gebied moeilijk op oriënteren. Luchsinger had wel een Nederlandse kaart bij zich. Net zoals hij dat ook steeds in Frankrijk deed, wees hij iets aan op de kaart en zei: “Daar moeten we heen”. Hij zei niet hoe we daar moesten komen en volgens welke route. Hij wees altijd alleen maar de plaats aan en dan moest je zelf maar uitvlooien hoe je er moest komen.

Wij dus met die gewonde soldaat naar dat plaatsje waar een militaire kazerne met een hospitaal moest zijn. Het bleek de Legerplaats Budel te zijn. Budel ligt in Noord-Brabant, net over de Limburgse grens. Deze kazerne was in 1963 een Duitse kazerne geworden. Er was een opleidingseenheid van de Duitse Luftwaffe gelegerd.

De soldaat werd in de ziekenbarakken afgeleverd en wij moesten wachten of we hem ook weer konden meenemen. Ondertussen liep ik een beetje rond en keek naar de activiteiten op dat Duitse kazerneterrein. Er was een peloton soldaten met een exercitie les bezig. Één van de Duitse rekruten liep uit de pas, de sergeant werd kwaad en gaf de soldaat een harde klap midden in zijn gezicht. Ik kon mijn ogen niet geloven en ben het nooit vergeten. Dat hoefden ze in het Nederlandse leger niet te proberen!

 

Peepshow

Een andere keer op diezelfde oefening in Limburg was ik met Wiek Boom op missie. We konden niet op tijd terug komen in Someren (Brabant), waar ons bivak was. We vonden een loods met vrachtwagens, die schijnbaar ook gebruikt werd als fietsenstalling. Wij de slaapzakken op de grond en gelijk onder zeil. ‘s Morgens vroeg werden we wakker gemaakt door een hele troep jonge meiden. Die werkten schijnbaar samen ergens in een atelier en parkeerden elke morgen hun fietsen in de loods waar wij lagen te slapen. En daar stond dat hele zooitje jonge vrouwen te ginnegappen naar twee soldaten in afschuwelijk groen ondergoed met wijde pijpen. Vrouwelijke belangstelling, we hadden het graag. Maar toen voelden we ons behoorlijk opgelaten

 

Wordt wakker, het zonnetje is al op

Slapen in een pubtent heb ik eigenlijk alleen maar in de basisopleiding gedaan. Daarna nooit meer. Normaal als ik alleen was en de aanhanger bij me had, was het slapen niet zo moeilijk. Een luchtbed ging achter in de aanhanger, slaapzak erop, zeil dicht trekken en snurken. Ik sliep altijd naast het aggregaat, dat was lekker warm. Habets, de aggregaatmonteur uit ons peloton, sloeg elke keer om 6 uur met een schop keihard tegen de aanhangwagen. En elke keer als hij dat deed kregen wij een hartaanval.

 

Diepvrieshanden

Wiek en ik moesten eens een water tanker weg brengen naar Delfzijl. Op de terugweg natuurlijk naar Alie thuis om te koffieleuten. Geweldige tijd hadden Wiek en ik

Wat dat betreft was ik haast nooit op de OK. Altijd op weg met mijn jeep. Een keer moest ik in de winter naar Assen toe. Ik weet niet hoe koud het was. Toen ik bij die kazerne aankwam, waren mijn vingers bevroren en kon ik ze niet van het stuur krijgen. Na een bak koud water over mijn vingers aan het stuur, kregen de hospikken het voor elkaar. Vervolgens in de ziekenboeg begonnen ze met warm water over mijn handen. Nou ja, toen piste ik wel in mijn broek. Ze zeggen wel eens: hoe langer je leeft hoe meer je herinnert….

 

Beware of the Jetblast

Op een zonnige dag moest ik met de Jeep iemand wegbrengen naar vliegbasis Volkel. Ik besloot om, voordat ik terug ging, nog even rond te kijken op de vliegbasis. Ik parkeerde de Jeep een 30 meter naast een Delta Dagger straalbommenwerper. Die stond op de startbaan met de piloot en het grondpersoneel in de buurt. Opeens ging de sirene af. In een razend korte periode was die straaljager de lucht in. De kracht en het lawaai waarmee hij vertrok was enorm.

Ik kwam in gesprek met één van die mannen van de grondcrew. Hij vertelde me dat er werkelijk een atoombom aan boord was van die straaljager. Het vliegtuig moest binnen drie minuten op 30.000 voet (ca. 10.000 meter) hoogte zijn. “En“, zei de Luchtmachtman tegen mij: “het is maar goed dat je Jeep niet achter die straaljager stond, anders was hij compleet weg geblazen door de jetblast van het toestel“.

 

Zo moeder, zo dochter

Als we door Deventer reden gingen een hoop jongens van de C-Compagnie altijd koffie drinken bij mijn schoonmoeder (dat was een zachte fantastische vrouw). Je kent het oude gezegde wel: “Als je wil weten wat voor vrouw je hebt, kijk dan maar naar haar moeder“.

Zo was ook Wim Derksen een keer met een lange magere sergeant van het Lijnpeloton met 10 man en een dikke DAF op koffiebezoek bij mijn schoonmoeder. De dikke DAF hadden ze zo kort voor het raam gezet, dat het in één keer pikdonker was in huis. En schoonmoeder maar koffie maken (het arme mens). Hoewel, ik geloof dat ze er wel plezier in had om met die jonge knapen om te gaan.

 

Vuurwerk met terugslag

Op een dag gingen kapitein Luchsinger en ik naar Den Helder om een dagopleiding te doen met de .50 Browning. Benny zou ook schieten. Op die patroonbanden zat om de vijf patronen een lichtspoorpatroon. Luchsinger zat op het water te schieten. Op een gegeven moment raakte een lichtspoorkogel het water. Vervolgens kaatste die kogel op de één of andere manier terug de lucht in. En leek recht op ons af te komen. Luchsinger schrok zich een beroerte en was wit van ellende.

 

Fotomodel

Kapitein Luchsinger was helemaal geen beroerde vent. Als we samen op pad waren, maakte niet uit waar dat was, of het nu in Holland of in Frankrijk was, overal zei hij: “Kom op Johan, daar is een café. Laten we maar een kop koffie of een frisdrankje bestellen”. En dan had hij ook helemaal geen drukte. Een hoop van mijn foto's zijn door hem gemaakt. Hij wist dat ik met Alie verloofd was. Altijd zei hij: “Wij kunnen haar niet teleur stellen” en dan maakte hij weer een foto van mij.

 

La Courtine

Veel mensen in de C-compagnie hebben mij niet gekend. Ik heb meer in La Courtine gezeten dan in Schaarsbergen. De eerste keer ging ik er heen als chauffeur van kapitein Luchsinger (de arme man, hij was doodsbenauwd van de overste). Het was een soort verkenning om het zaakje overeind te zetten met de Fransen. En een paar maanden later voor de echte oefening met de hele C-Compagnie.

 

Made in France


1 augustus 1964. Onze aankomst in Camp La Courtine. De C18 was mijn
Jeep. De eerste links met blote hoofd ben ik, Benny met de pet op.
De 5e van links, ook met een bloot hoofd, is geloof ik Rob van Kordelaar.

Toen kapitein Luchsinger en ik de eerste keer naar La Courtine gingen, reden we door Aubusson. Aubusson is zeer bekend om de fraaie tapijten die er worden gemaakt. Er zijn tientallen tapijtweverijen. Op de markt hadden ze een heel groot tapijt uitgelegd om aan te werken. Het tapijt had prachtige kleuren en motieven.

In 1966 zijn Alie en ik naar Australië geëmigreerd. In 1968 gingen we naar een concert van Fats Domino in het opera gebouw van Sydney. Hing daar het zelfde tapijt, wat ze in 1964 in Aubusson aan het knopen waren. Ja, het is een kleine wereld.

 

Verkeerd begrepen

Wiek Boom en ik waren er eens op uit gestuurd en waren op de terugweg naar het Camp in La Courtine. We waren nog niet half op de terugweg, het was al behoorlijk laat en het begon al knap donker te worden. We besloten een boer te vragen of we bij hem mochten overnachten. We spraken geen van beiden een woord Frans, maar met handen en voeten probeerden we de man aan het verstand te brengen of we in zijn hooischuur mochten slapen. Het enige dat de man antwoordde was ”NON FUMEZ, NON FUMEZ” (niet roken, niet roken). We begrepen niets van wat hij zei en dachten dat de man niets te roken had. Dus gaven we hem één van onze sloffen Chesterfield sigaretten. Hij pakte de sigaretten aan, draaide zich om, rende de gang in en riep: “MAMAN, MAMAN” of er een wonder was gebeurd. Ja, die mensen waren ook zo arm als kerkratten. Dan hadden wij het met onze 1 gulden soldij per dag en 1 gulden buitenlandtoelage toch nog niet zo slecht.

 

Vuurwerk en tranen

In La Courtine maakte ik van alles mee. De Genie had een chauffeur te kort en toen werd ik één week aan de Genie uitgeleend. Dat zou mijn mooiste La Courtine ervaringen opleveren.

Op een van die dagen moesten we op zes verschillende plaatsen 200 liter vaten met diesel in de grond gegraven. Daar werden vervolgens zes stokken gelignite en blauwe ontstekingslonten ingestoken, waarna het hele zooitje de lucht in ging. Net voordat de tanks er overheen reden. Man, ik had nog nooit zoiets moois gezien. De vuurkolom die opvloog was geweldig. Ik stond te dansen van sensatie.

Een andere dag gingen we de infanterie vergassen met CS gas (traangas) in hoge druk brandblusapparaten. Net toen ze allemaal in de rij stonden bij de veldkeuken. En daarna natuurlijk direct maken dat we weg kwamen, voordat we op onze sodemieters kregen.

Geen wonder dat ik een explosiecursus gedaan heb in Australië. Dat was mooi werk.

 

Herinneringen aan de Warme Bakker


Geen wonder dat we terug kwamen als een stelletje alcoholisten.

Deze foto is gemaakt achter de Franse keuken, de eerste keer dat ik met kapitein Luchsinger naar La Courtine ben geweest. We waren gelegerd bij de Fransen en moesten daar ook eten. Het ontbijt was niet veel bijzonders. Maar de fles die ik op die foto in mijn handen heb, was van 1 liter rode wijn. Dat kreeg iedereen elke middag om 12 uur: 1 liter rode wijn. En elke avond kregen we 1 liter witte wijn. Plus wat we elke dag in het café dronken. Het was geen wonder dat we terug kwamen als een stelletje alcoholisten. Wat wij daar de eerste keer dronken was echte wijn, zonder die limonade die ze er later in deden.

Het fijnste was elke morgen om zes uur naar de bakker tegenover de poort van Camp La Courtine om vers gebakken stokbrood te halen. Dat was zo’n fantastische geur en dat brood was zo lekker warm.

Jaren later woonden we in de plaats Brewarrinna in de Australische Bush naast een warme bakker. Deze stookte de oven ook aan met hout en daar kwam diezelfde heerlijke geur vandaan als in La Courtine. Ja, dat bracht toen een hoop herinneringen terug.

 

No Shoeshine mister

Eind september / begin oktober 1964 keerde de C-compagnie terug naar Schaarsbergen. Om de één of andere reden bleef ik nog een week langer in La Courtine. Kapitein Luchsinger kreeg voor de terugreis een andere chauffeur en hij bleef dat ook daarna. Toen ik een week later ook weer terug was op de Oranje-Kazerne had ik geen functie meer.

Dat kwam ten eerste omdat ik bonje had met vaandrig Lambiek. Ik had hem verteld dat hij niet mijn baas was. Ten tweede begon kapitein Luchsinger een beetje raar te doen, nadat ik hem vertelde: “Ik ben je dienstmaagdje niet” toen hij zijn schoenen gepoetst wilde hebben.

En omdat men ervan uit ging dat ik eind november 1964 met mijn lichting 63-3 zou afzwaaien, kreeg ik ook geen nieuwe functie meer.

Ik bleef echter in dienst en hoefde niets meer te doen. Dit was het beste wat mij tot dan toe ooit was overkomen. Ik kon gewoon thuisblijven. Ik ging vier maanden aan de slag als belastingvrij losarbeider en hoefde maar één keer in de veertien dagen te verschijnen om mijn soldij op te halen.

Eind maart, net voor Pasen 1965, ben ik afgezwaaid.

 

Rijkswerkplaats

Toen ik uit militaire dienst kwam, had ik inmiddels twee jaar verkering met Alie. Dat begon toch wel erg serieus te worden en we begonnen wat over de toekomst na te denken. Mijn verblijf in het leger had ook mijn blik op het leven verandert. Een toekomst als kruidenier leek toch wat minder zeker te zijn dan gedacht. Ik ging op zoek naar werk. Maar voor iemand die alleen maar zes klassen lager onderwijs en twee klassen ULO had gehad, lagen de baantjes met een goede toekomst niet voor het oprapen. Ik liet me testen en ging vervolgens naar een opleiding tot betontimmerman op de Rijkswerkplaats, zoals de Centrale Vakopleiding voor Volwassenen in de volksmond genoemd werd. Op dat moment was er erg veel behoefte aan betontimmerlieden. Deze opleiding gaf mij een goede start in de Bouwnijverheid en daarin heb ik het uiteindelijk in Australië tot uitvoerder geschopt.

 

Waardebonnen

Alie en ik zouden gaan trouwen op 24 januari 1966 en voor die gelegenheid moesten we nieuwe kleren hebben. Omdat iedereen krap bij kas zat, zei mijn moeder: “Ga maar mee, dan zoeken wel even wat uit”.

Wij naar een kledingzaak. Eerst werd er een kostuum voor mij uitgekozen. Toen dat voor elkaar was, zegt mijn moeder: “Met zo’n aankoop denk ik dat er wel een sporthemd en stropdas voor niks bij kan“.

Alie en mijn nicht, die achter de toonbank stond, schaamden zich rot. Natuurlijk ken je je eigen moeder wel, dus ik deed net alsof ik gek was. En jawel hoor, ze kreeg het voor elkaar. De winkelier deed er een sporthemd en een stropdas gratis bij.

Vervolgens was Alie aan de beurt. Natuurlijk gebeurde hetzelfde, ze kreeg er een blouse voor niks bij.

Toen zegt mijn moeder: “En hoeveel is het nu bij elkaar?“. En nadat de rekening kwam, zegt mijn moeder: “Even wachten mijnheer, ik heb hier een hele hoop bonnen die ik in 1953 heb gekregen, toen we tijdens de watersnoodramp dekens en kleren hebben gegeven aan de mensen“ (op die bonnen kon je in 1953 een hele goede korting krijgen, maar het was nu eind 1965).

Ik weet niet of er uiteindelijk geld overgedragen werd. Tegen die tijd lag ik krom van het lachen. Alie schaamde zich rot en was inmiddels de deur uitgelopen. We zitten er soms nog steeds om te lachen.

 

Ik vertrek


Fremantle Australië. Eerbetoon aan emigranten
 die vaak berooid aankwamen. Foto: Oliver Raus

Mijn ogen zijn wel open gegaan. Daarom zijn Alie en ik in 1966 geëmigreerd naar Australië.

Ik heb een foto van een standbeeld dat staat in de stad Fremantle in Western Australia. Het standbeeld is een eerbetoon aan de emigranten die vaak volledig berooid in Australië aankwamen.

Alie en ik zijn ook zo aangekomen, dank zij de Hollandse belastingdienst. Alie had mijn tas (zie mijn foto's van La Courtine) en ik had een plunjebaal van het 11Vbdbat met onze spullen die we direct nodig hadden. De rest van onze spullen kwam later in een kist.

Alie en ik hadden ons kapot gewerkt in de maanden voor we zouden vertrekken. Dus hadden we een mooie cent gespaard. Een maand voordat we weg gingen werd er op de deur geklopt. De man die op de stoep stond zei: “Ik ben van de Belastingdienst. U bent nu getrouwd en gaat emigreren. Voordat jullie de visums krijgen worden beide lonen samen getrokken en moeten jullie daarover 33% belasting betalen“.

Wij vertrokken uit Rotterdam per boot naar Australië en maakten nog een tussenstop in Southampton. We waren blut toen we aan boord gingen en bij de gratie God kregen we van de Australische regering $100 boordgeld en $150 landingsgeld toen we in Fremantle aankwamen. Zodoende heb ik niet veel op met de Hollandse regering.

 

Bouwwerken bij de vleet

Ik kwam in Australië in de bouw terecht en heb aan tientallen projecten gewerkt. Zoals een waterzuiveringsinstallatie. 90% van dat werk zat ondergronds. Daar heb ik twee jaar aangewerkt.

Ik heb ook gewerkt aan een kantoorgebouw in Canberra, zes verdiepingen onder en twintig boven de grond. En een ander gebouw van veertig verdiepingen, waarvan vier ondergronds.

Het meest interessante gebouw waar ik aan gewerkt heb, was de nucleaire centrale in Menai. Van al die werken heb ik ook foto’s gemaakt. Maar van die nucleaire centrale heb ik er geen enkele. Daar was fotograferen strikt verboden.

Omdat die werken altijd in de middle-of-nowhere waren, kochten we een 13 meter lange caravan. Die caravan had twee slaapkamers, een badkamer, zitkamer, keuken en een zwembad voor de kinderen.

 

Zo druk als een klein baasje

Nu ik gepensioneerd ben, heb ik het drukker dan ooit. Ik ben al maanden bezig met de veranda achter het huis. Hopelijk gaat deze week het dak er op. Eerst was het regen en nu de hitte en de benauwdheid. Het is nu 32 graden in de schaduw en 80% vocht in de lucht. Ik kan mijn broek en hemd iedere keer wel uitwringen.

Ik ben nog druk bezig met de verbouwing en probeer in een paar weken tijd de betonnen vloer van de veranda en de zijkant van het huis te storten.

Om zeker te weten dat ik me niet verveel, heb ik een andere auto gekocht. Onze kleinzoon Corey is de baas op een autosloperij. Hij belde me op: “Opa kom gauw, ik heb iets voor je“. Blijkt een BMW 730 te zijn. Hoeft alleen maar te worden opgespoten en nieuwe bekleding op de zittingen te krijgen. Alle mechanische onderdelen, computer en motor zijn in topconditie. En dat alles voor maar voor $900.-.

 

Roots

Vooral omdat we in het buitenland wonen, vinden wij onze geschiedenis heel belangrijk. Het mooiste is dat Australië midden tussen Europa-USA-Asia in zit.

Een schoolmaat, we kwamen allemaal uit Nijverdal, was één van de laatste dienstplichtigen die in Nieuw Guinea waren. Van wat we zo gehoord heb, was het daar een mooie rotbende met negen gesneuvelde jongens. Hij heeft een interessante website opgezet: www.sobat-batjoe.nl .

 

Even op het linker been

Wie kan zich de ochtendgymnastiek nog herinneren: ”Goedemorgen dames en heren, nu volgt de ochtendgymnastiek door Ab Goubitz met aan de piano Arie Snoek”? Wel de dochter van Arie Snoek is mijn schoonzus en ik heb haar er nog wel behoorlijk over die ochtendgymnastiek geplaagd.

 

Niet gek

Ik moet eerlijk zeggen dat die 1,5 jaar die ik in dienst ben geweest, me in mijn leven heel goed van pas zijn gekomen. De laatste dertig jaar ben ik construction-manager (uitvoerder) geweest op de grote bouw bij 30 verschillende firma’s. Ik kan overal met een lachend gezicht terug komen. Dat is niet gek voor iemand die naar de Rijkswerkplaats (Vakopleiding voor Volwassen) is geweest om van kruidenier omgeschoold te worden naar betontimmerman.

Precies het zelfde met Louis Boom. Wat die broers gepresteerd hebben met de zaak van hun vader daar neem ik mijn pet voor af: http://www.boomtransport.nl/site/nl/index.htm

 

Flashbacks


Oom Henk Oogink, ook slachtoffer van
de Tweede Wereldoorlog.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, vocht mijn oom Dirk op de Grebbelinie. Hij werd daar gevangen genomen en was de hele oorlog krijgsgevangene in Duitsland. Na afloop van de oorlog kwam hij terug met open TBC. Hij is daaraan in 1949 overleden. Zijn verloofde Diene werkte bij ons in de zaak.

De vader van de Marechaussee neef die tegelijk met mij in Schaarsbergen zat, vocht net als oom Dirk ook op de Grebbelinie en ging ook als krijgsgevangene naar Duitsland. De Scholten familie was bekend om de Deutschfeindlichkeit. En zekerheidshalve werden alle Scholten’s maar vastgezet.

Tijdens de oorlog kreeg mijn oom Henk voedselvergiftiging. Bij gebrek aan ambulances moest hij met paard en wagen naar het ziekenhuis. Toen hij daar eindelijk arriveerde, was hij helaas al overleden.

Mijn vader en een andere oom waren in Deventer ondergedoken en werden opgepakt door de Sicherheitsdienst. Ze wisten te ontsnappen door uit een raam op de tweede verdieping te springen. Ze hadden een tas vol met Ausweisbewijzen bij zich. Ik ben er echter nooit achtergekomen hoe ze aan die dingen waren gekomen en wat ze er mee gingen doen.

Mijn grootvader Johan was in 1913 in militaire dienst. Hij overleed aan de Spaanse Griep op 14 november 1918, drie dagen na afloop van de Eerste Wereldoorlog. Mijn vader heeft zijn vader nooit gekend.

Drie van mijn andere ooms kwamen ook om het leven door de oorlog. Op dit moment wordt er door een schoolmaat een boek geschreven wat er zoal is gebeurd in Nijverdal in de oorlog. De geschiedenis van Nijverdal is geschreven door en voor protestanten. De katholieken hielden hun mond om te overleven in een protestante omgeving.

Vergeet niet dat er Twentenaren waren bij de kozakken die in Waterloo tegen Napoleon gevochten hebben. De kozakken waren gelegerd in Nijverdal-Noetsele. Dat is het gedeelte van Nijverdal, waar de familie Scholten woonde. Er was erg veel armoede in die dagen, zodoende waren er vrijwilligers genoeg.

 

Mijn radio?

Op één van de foto’s van Frits Diks zie ik een draagbare radio staan. Was Frits die jongen die bij de foerier werkte en zich altijd in de kelder verstopte?

Want ik geloof dat de radio op tafel op één van zijn foto’s dezelfde is die ik hem geleend heb. De laatste keer dat ik die radio gezien heb, was op de vensterbank in de kelder bij de foerier. Vraag hem maar of hij die radio nog steeds heeft. Het is nu een antieke radio. Het was een van de eerste transistor radio’s gemaakt bij Hitachi. Ik weet het serienummer nog: 00017. Toen ik afzwaaide ben ik dat ding helemaal vergeten. Ik heb me er ook nooit druk overgemaakt. Ik zie hem net op één van de foto’s staan. Het is een kleine wereld.

 

Toet-toet

Mijn zwager Joop Bosman komt uit Rotterdam. Hij heeft zijn hele leven op de binnenvaart gezeten. De laatste tanker waar hij op voer heette de AETOLIA.

De familie Bosman is een grote familie. Ze zitten allemaal in de scheepvaart. Joop is nu met pensioen en woont langs het kanaal in Almen. Als er een familielid met een boot voorbij komt, wordt er even aan de toeter getrokken. Alie en ik waren daar vorig jaar op bezoek. Het was elke dag net een processie met al dat getoeter.

 

Epiloog


Februari 2011. Johan en Alie Scholten bij het
huwelijk van hun kleinzoon.

Als dit zo doorgaat blijven er niet veel mensen van onze leeftijd over in Holland. Gaan ze niet naar de dokter toe als ze ouder worden? Als je hier 50 jaar oud wordt, stuurt de regering automatisch een testkit voor darmkanker. Voorkomen is goedkoper dan genezen.

Twee jaar geleden had ik ook darmkanker. Ik heb 6,5 uur op de operatietafel gelegen. Ze hebben alles wat kwaadaardig was er uit gehaald. Ik ben nu weer zo gezond als een vis, maar elk jaar wordt er ter controle nog steeds een colonoscopy gemaakt.

Alie is ook al jaren onder controle van een dokter. Ze heeft sinds 1984 leukemie en krijgt al 15 jaar lang Interferon en andere tabletten. Wat de ziektekostenverzekering $45000.- per jaar kost. Zouden we dat ook in Holland voor elkaar hebben kregen?

 

Confucius had gelijk: een miljonair is sneller klaar met het tellen van zijn geld, dan een gelukkig mens met het tellen van zijn herinneringen. In mijn geval zitten daar een hoop hele fijne herinneringen aan mijn diensttijd bij. Ik heb werkelijk een heel mooie tijd gehad in het leger en ik zal het nooit vergeten.

 

Johan Scholten, Robina (Australië), 7 april 2012. Wil je op dit verhaal reageren? Schrijf dan een mailtje rechtstreeks aan Johan Scholten. Hier is zijn e-mailadres: johnscholten44@hotmail.com

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.