Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

Hou Doe II pagina's:   De hel van '65      De Foto und die Sehnsucht

Dagboek van een Onbekende Soldaat     Dagboek van een Bekende Soldaat

Dagboek van een Keukenprins                Fotoalbum

 

De hel van ’65. Oefening Hou Doe II, 10-19 november 1965.

La Courtinegangers hebben hun eigen herinneringen en verhalen. Waarbij ze dan denken, dat die andere soldaten snotjes waren. En nooit iets hebben meegemaakt, dat ook maar in de buurt van hun "Vin Blanc au citron" verhalen kan komen. Wel heren, dan zullen we u nu even uit de droom helpen.  Dus La Courtinegangers, ga er maar eens goed voor zitten en huiver.

 

Waar we heen gaan

Alle mannen van de C-compagnie die in november 1965 in dienst waren, zullen zich nog die gruwelijk koude oefening Hou Doe II herinneren. Deze oefening was een bataljonsoefening en dat betekende dat de hele club van overste I. Duque in de veren moest. De oefening vond plaats in de omgeving van Sittensen in de regio Bremervörde in Noord-Duitsland. Ongeveer 50 kilometer ten westen van Hamburg. En hemelsbreed zo’n 90 kilometer van het ijzeren gordijn. Een afstand van 345 kilometer vanaf Schaarsbergen. De bedoeling was niet alleen de verbindingen te oefenen. Maar ook om te kijken af we konden worden afgeluisterd door de Oost-Duitse inlichtingendiensten. Er waren heel wat luisterposten van de MID (Militaire Inlichtingen Dienst) op de been en we kregen op het hart gedrukt, vooral geen geintjes met de apparatuur uit te halen. En ons te houden aan de verbindingsprocedures. Vooral geen namen en posities doorgeven. Dat soort dingen.

 

Effe Oefene


De oefencolonne passeert Hummelo. Op weg naar Hengevelde.
Foto: Adri de Bie.

Omdat er veel chauffeurs met weinig rijervaring waren, besloot men met een groot gedeelte van het bataljon eerst het colonne rijden te gaan oefenen. Alle compagnieën waren van de partij met een totaal van ongeveer 80 wagens. Er waren tien marseenheden met acht wagens per marseenheid (pakketten). Colonne commandant was de toenmalige MTO (Materieel Transport Officier) 1lnt C. Verhoeve. Op woensdag 27 oktober 1965 om 13.00 uur vertrok de eerste wagen van het Mob. De A-cie was als eerste aan de beurt. Daarna vertrok elke drie minuten een pakket. Om 13.06 uur was de B-cie aan de beurt en om 13.12 uur vertrokken drie pakketten van de C-cie. Om 13.21 uur sloot de Staf-cie de colonne. De colonne ging richting Ruurlo en Haaksbergen. Jammer genoeg moesten we, volgens de route tijdtabel, Hengevelde links laten liggen. Anders hadden we even kunnen gaan buurten bij Henk Pierik c.s., die net één maand weer burger was.

Ruim na middernacht keerde de colonne terug op het Mob. De chauffeurs hadden toen ruim 174 kilometer rijervaring opgedaan.

 

Probleemloos

Onze compagniescommandant kapitein Luchsinger was op cursus. Hij werd waargenomen, eerst door 1lnt. H.L.A. Duivelshof en later door 1lnt J.J.C.N. de Vries. Dit was de eerste grote oefening voor luitenant de Vries. Hij had in september wel al twee kleine oefeningen meegemaakt ("Prelude" en "Refrein"). Maar dit was toch het grote werk. Dus liet hij ons in de weken vóór het vertrek alles al poetsen en testen.

Op woensdag 10 november 1965, was het dan zover. Al het rijdende materieel van het bataljon ging mee. Totaal zo‘n 140 voertuigen. Colonnecommandant was dit keer de plaatsvervangende bataljonscommandant majoor Nic. Baden. De officier-melder (vraag me niet wat hij moest melden) was onze eigen 2lnt Peter Moeys van het BK Telexpeloton.

Er waren 11 marseenheden van 12-14 wagens per eenheid. De tussentijden per pakket waren ook nu weer drie minuten. De volgorde van vertrek was hetzelfde als bij de oefening van 14 dagen ervóór. Om 6.30 uur trapte de A-cie af en om 07.00 uur was voor het hele bataljon oefening "Hou Doe II" begonnen. Niemand kon op dat moment vermoeden hoe koud het voor ons zou worden.

De laatste ploeg die vertrok was een bezemploeg van de Staf-cie met daarbij de Breakdown van Frits Boendermaker. Frits vertelde daarover later: "De heenweg, dat was een makkie, niemand in de sloot, geen aanrijdingen. Wel af en toe een wagen die de geest had gegeven, maar die kregen we wel weer aan de praat. Die ouwe DAF 314 was een prima wagen. Op de terugweg zou dat wel anders worden".

 

Hier voelen we ons thuis


Foto: Frits Diks.


Foto: Adri de Bie.

Rond 15.30 uur waren alle onderdelen in Sittensen gearriveerd. De A-cie reed gelijk door naar hun oefenlocatie in de omgeving van Harsefeld. Waar ze rond 16.00 uur aankwamen. De C-cie vertrok na een kleine pauze naar oefenlocaties in Groß Meckelsen en Wohste. Waar de B-cie en de Staf-cie terecht kwamen heb ik niet kunnen achterhalen.

Het grootste deel van de C-cie kwam in Groß Meckelsen terecht.

Ik leen nu even een stukje tekst van Jos van Kampen: "De C-compagnie had het héle dorpje in beslag genomen. Inclusief alle boerenschuren en loodsen. Hierin stonden alle functietrucks, zoals het lijnencentrum en de telefooncentrale. Maar ook een aantal radiostraalzender wagens. De soldaten sliepen meestal bij de boeren binnen in de boerderijen en hadden daar hun eigen "stekkie".

Officieren en het kader sliepen in het zaaltje dat bij Gasthaus Pension Klindworth hoorde. Het Gasthaus diende voor allerlei doeleinden zoals kantine, bar, eetzaal, algemeen ontmoetingscentrum van de compagnie en wat al niet meer. Het was er altijd druk en ook werd er (zoals ik er nu op terugkijk) continue getapt. Rangen en standen losten tijdens de oefening en het koude weer langzamerhand op. Dat gaf een bijzonder plezierige sfeer moet ik zeggen".

 

Een ander deel van de C-cie onder aanvoering van sergeant Berrie Barendregt kwam in Wohnste terecht. En, jullie raden het al, die hadden ook een stekje bij een Gasthaus gevonden: Behrmann’s Gasthaus, Eichenstr. 1 in D-27419 Wohnste. Tel.: 0049 4169 651.

De adresgegevens van Pension Klindworth in Groß Meckelsen zijn nu: Gaststätte Lindenhof, eigenaar: Anne Margarete Klindworth, Hauptstraße 18, D-27419, Groß Meckelsen. Tel: 0049 4282 1576. Ik vermeld de adressen er maar even bij voor diegenen die nog eens terug willen keren.

 

Het Logistiek

In de basisopleiding waren we al vaak op kamp geweest. Een kamp noemden we daar "een bivak". Maar toen waren we amateurs. Nu waren we de professionals van de parate hap. En die professionals noemden een bivak "Het Logistiek Centrum". Als we haast hadden, kortten we dat af tot "het Logistiek". En als we helemaal geen tijd hadden, werd het nog korter "het Log".

De avond van woensdag 10 november werd, na aankomst, eerst het Logistiek ingericht. Als ik me goed herinner was dat achter of in de buurt van Pension Klindworth in Groß Meckelsen (waarom zou je ver weg gaan, als de gezelligheid dichtbij is?). En er werden een aantal verbindingen tussen de verschillende locaties gemaakt.

In het Logistiek werd een slaaptent neergezet. Die was bedoeld voor de onderofficieren, die niet in Pension Klindworth konden slapen (er was voor hen geen plek in de herberg). Allemaal heel comfortabel met veldstretchers en een verwarmingskachel. Er ontbrak alleen nog maar iemand om de onderofficieren in te stoppen.

 


Het Logistiek. Foto: Willy Broens.

Ongewenste elementen

Binnen het Logistiek moest ook nog worden wachtgelopen. Dat ging niet zo gemakkelijk, omdat alle wagens en manschappen zo verspreid waren. In hoofdzaak kwam het erop neer, dat er wacht werd gelopen rondom de keuken en de BOS goederen. Allemaal spullen van het Stafpeloton, maar de andere pelotons waren de klos om daarbij de wacht te lopen. Om de twee uur was een ander de sigaar. En draaide in de nachtlucht een rondje om de keukenapparatuur en de jerrycans. Als er iemand naderde moest je roepen: "Wie daar?". Waarop de ander zijn naam moest roepen. Vervolgens riep de wacht: "Wachtwoord?". De nader bijkomende persoon moest dan het wachtwoord roepen. Bijvoorbeeld: "Kersenpit" of "Hamlap" of een ander woord. Dat ging dan meestal zo hard, dat andere personen ook dat wachtwoord konden horen. Die andere personen waren de zogenaamde "ongewenste elementen, die konden infiltreren, binnen beveiligd gebied". En om dat zoveel mogelijk tegen te gaan, werd het wachtwoord elke dag veranderd. Als je het Logistiek uitwilde, moest je altijd even bij de CSM om het wachtwoord gaan vragen. Die het vaak zelf ook niet wist en er dan maar stante pede eentje verzon.

Het wachtwoord had je nodig om te vermijden, dat je bij je terugkeer zou worden afgeschoten. Interessant werd het altijd als zowel de wacht, als de terugkerende persoon het wachtwoord niet kenden. Of het wachtwoord van de vorige dag nog in gedachten hadden. Dan volgde een Babylonische spraakverwarring van jewelste.

 


Frits Diks is tevreden over zijn camouflagewerk. Foto: Frits Diks.

We trappen af

Donderdag 11 november werd begonnen met de oefening. Alle verbindingen kwamen in bedrijf. Het Berichtenkantoor en de telefooncentrale werden ingericht. Toen de verbindingen er eenmaal inzaten was het een kwestie van het instand houden van die verbindingen, aggregaten om de twee uur omschakelen en op tijd eten. Want dat was natuurlijk ook heel belangrijk. Diegenen die vrij waren, maakten kennis met de boeren waar ze waren ondergebracht en er ontstonden al nauwe banden. Vooral het Lijnpeloton werd bij hun gastheren uitbundig in de watten gelegd. De mannen in de Gasthausen lieten zich ook niet onbetuigd en zullen aan hun verblijf aldaar hele prettige herinneringen hebben. Lees daar over meer in het verhaal van Jos van Kampen "De Foto und die Sehnsucht"

 

 


Foto: Adri de Bie.

Bevriezen

In de nacht van donderdag 11 op vrijdag 12 november begon het weer plots te veranderen. De temperatuur daalde en het begon te sneeuwen. Er stak een forse wind op. In de loop van de volgende dagen zou de temperatuur nog verder dalen en in de nacht waardes halen van min 16 tot min 20 graden Celsius. Dat gecombineerd met de forse wind zorgde ervoor dat de gevoelstemperatuur, zoals dat tegenwoordig heet, ergens tussen –30 en –35 was. We kregen een voorproefje van een Russische winter. En hoe de Duitse troepen zich moeten hebben gevoeld toen ze in 1942 voor de poorten van Stalingrad stonden.

Dat had natuurlijk ook gevolgen. Water bevroor terwijl je het buiten stond in te schenken. Diesels begonnen te pruttelen en er moest benzine bij de diesel worden gemengd. Alles was ijs- en ijskoud. Berrie Barendregt, of iemand anders, vertelde over de kou: "We moesten verplaatsen. Ik had mijn wollen handschoenen niet aangetrokken. Je hoefde zo’n antennesectie toch maar even vast te houden. Met handschoenen aan is het verrekte lastig om de tuidraden goed door de tui kikkers te trekken. Alle mastdelen waren ijskoud. Binnen de kortste keren zat ik aan de buis vastgevroren. En moesten wij met de primusbrander de buis verwarmen om me los te krijgen".

De jerrycans voelden als metalen ijsblokken. Bij het aftanken moest je altijd handschoenen aan. Want het was niet aangeraden om je handen met een primusbrander los te branden van een benzinecan. Dan zou je het wel eens héél warm kunnen krijgen. En had je met handschoenen aan getankt, kon je die handschoenen ook nergens anders meer voor gebruiken. Zó stonken ze dan naar benzine. Ze lieten je er zelfs niet eens meer een schakelwagen mee in.

En zo bracht die enorme koude nog veel meer ongerief met zich mee. De sneeuwbuien zorgden ervoor dat verplaatsingen moeilijk werden. Het opnieuw opzetten van antennemasten werd bijna onmogelijk. Je kreeg de piketpennen van de antenne tuien nog niet met een afbouwhamer de keihard bevroren grond ingeslagen. En de piketpennen die al in de grond zaten, kreeg je er met geen mogelijkheid meer uit. Die moesten we laten zitten en de tuidraden doorknippen. Na een paar dagen waren er geen piketpennen meer en de tuidraden werden steeds korter.

 


Naar de Reeperbahn. Frits Diks
verheugt zich al.
Foto: Jan van Vegchel.

Naar de Reeperbahn

Diegenen die geen dienst hadden konden zich inschrijven en zij gingen op zaterdag 13 november met een DAF YA 314 passagieren in Hamburg. Een ritje van meer dan drie uur in een ijskoude achterbak van de DAF’s over glibberige wegen. Het openbaar vervoer in Hamburg lag vrijwel stil. Er was weinig te beleven in Hamburg bij die kou en toen moest ook weer de terugweg worden genomen in de achterbak. Dat waren pas geharde soldaten. De thuisblijvers hadden intussen hun oefentoelage al bij de families Klindworth of Behrmann geïnvesteerd.

 

Kerosine brander

De grootste deel van het personeel was bij boeren of in de Gasthausen ondergebracht. Een deel kon in de eigen wagen slapen. Maar er was nog steeds een deel van de mannen die in pubtentjes moest slapen. Normaal was dat geen probleem. Want die legergroene slaapzakken waren bijzonder dik en warm. Maar nu was men toch bang voor bevriezingsgevaar. Dus mochten deze mannen in de slaaptent van de onderofficieren in het Logistiek gaan slapen.

Daarin stonden een paar kerosine verwarmingsbranders te loeien. Ze hielden de tent op temperatuur. Maar de stank van de kero (ook weer zo’n dienstafkorting) was niet te harden. En je deed geen oog dicht van het lawaai van die branders. Het was net of je op een vliegveld achter de uitlaat van een opstijgende Boeing 747 lag te pitten. Maar… bevriezen was er niet bij in die tent.

 


De door het ijs gezakte MUNGA klaar voor de thuisreis.
Foto: Wim Wolschrijn.

 

Frits Boendermaker had nu handen vol werk. Menige DAF kwam in de problemen. Tijdens de verplaatsingen raakten talloze wagens van de weg en dan kon Frits weer uitrukken. Ook had zijn ploeg handenvol werk aan startproblemen, bevroren radiateurs en meer van dat soort ongemakken.

Op sommige plekken was door de sneeuw het verschil tussen de begaanbare wegen en een meertjes niet meer te zien en een chauffeur van het Lijnpeloton zakte met zijn MUNGA door het ijs. Frits mocht de wagen uit de vijver takelen en op een vrachtwagen zetten. In Nederland zouden we wel verder zien met die wagen, was de achterliggende gedachte.

 

Contrabande

Op normale oefeningen kwam er in het Logistiek één of tweemaal per dag een legergroen Volkswagen busje van de CADI (Cantine Dienst) langs. Er zat aan de zijkant een klapluik en daar kon je dan koffie, gevulde koeken en versnaperingen aanschaffen. Op oefening Hou Doe II kan ik me niet herinneren dat die CADI bus met koffie kwam. Dat was ook niet nodig. Waar we zaten, konden we genoeg andere vochtigheden dan koffie aanschaffen.

Maar in het buitenland verblijvende militairen hadden recht op belastingvrije sterke drank, sigaretten en parfums. En omdat aan de man te brengen, kwam ook één keer in de week een CADI bus langs. Die bus zat vol met belastingvrije heerlijkheden. En dáár stonden we wel voor in de rij aan dat klapluik.

Als ik me goed herinner hadden we recht op een rantsoen van vijf liter belastingvrije sterke drank en 200 sigaretten per week! En nog wat flesjes parfum (dat kochten alleen maar jongens die onder de knoet van hun lief zaten). Dat was een rantsoen per week. Omdat we anderhalve week in Duitsland waren, kwam de CADI bus twee keer langs. Een fles jenever die in de winkel 12-14,00 gulden kostte, had je bij de CADI voor 3,60 en een slof sigaretten voor een gulden of vier. De makkers die niet rookten of niet dronken, werden onder druk gezet om toch vooral hun rantsoenen aan te schaffen. En daarna werden ze gechanteerd om hun aankopen weer aan hun slapies te verkopen.

Zo hadden we dus na die anderhalve week voldoende sigaretten om een half jaar vooruit te komen (we rookten nog niet zoveel in die jaren) en genoeg sterke drank om alcoholist van te worden. Maar ja. We hadden dan wel recht op die belastingvrije aankopen. Maar we mochten ze niet mee naar Nederland nemen. Dus werden de wagens omgebouwd tot vernuftige smokkelvoertuigen. Antenne secties werden volgestopt met sigaretten, radio apparatuur werd gesloopt en de vrijgekomen ruimte werd gebruikt voor de flessen jenever. Zo had elk peloton een oplossing voor het naar huis brengen van die belastingvrije lekkernijen.

Toen we naar huis gingen, waren de wagens rijdende slijterijen en tabakswinkels. We werden niet gecontroleerd. Daar was het gewoon te koud voor.

 

Home Sweet Home?

Het koude weer bleef aanhouden en de laatste twee dagen werden de oefeningen op een laag pitje gezet. Alle wagens en personeel verzamelden zich in het Logistiek. We maakten alle wagens gereed voor de terugreis naar Schaarsbergen.

Op donderdagmiddag 18 november 1965 hield luitenant de Vries nog een toespraak. Waarin hij de procedures nog eens doornam. En de mannen opriep tot voorzichtigheid. De bijrijders kregen op het hart gedrukt om er vooral op te letten, dat de chauffeur onder het rijden niet in slaap zou vallen.

 


Klaar voor de thuisreis: Wim Wolschrijn, Jos van Kampen,
Toon Knaap, Frits Diks. Foto: Jan van Vegchel.

IJspaleis 11Vbdbat

Vroeg in de morgen van vrijdag 19 november 1965 vertrok de eerste wagen. De temperatuur schommelde overdag tussen +1 en –4 graden. Op de terugweg begon het plotseling te regenen. Zoals men dat toen noemde: neerslag met ondergekoelde regen. Nu heet dat: het begon te ijzelen. In ondergekoelde regen heeft het water een temperatuur lager dan 0 graden, maar is nog niet in ijs veranderd. Op het moment dat ondergekoeld water een schok krijgt of ergens tegenaan stoot, verandert het op slag in ijs. En dat gebeurde dus. Op hetzelfde moment dat de regen op de wagens en de grond terecht kwam, veranderde het in ijs. En dat leverde een 345 kilometer lange glijbaan op.

Er zat geen voorruit verwarming in de DAF’s. Binnen een paar minuten zat er een ondoorzichtige ijslaag op de ruiten. Door die dikke ijslaag en die ijspegels die in lange stangen langs de zijkanten hingen, leek het wel of de wagens rechtstreeks uit een ijspaleis kwamen.

 


We zijn er bijna. Foto: Adri de Bie.

 

Het bleef ijzelen en om het kwartier stond de karavaan stil om de voorruiten schoon te krabben. Bovendien was de weg spiegelglad en dat veroorzaakte de nodig glijpartijen en kleine botsingen. Dat alles maakte dat we bijna niet verder kwamen. De bedoeling was om die vrijdagavond in Schaarsbergen aan te komen. Zover ik me herinner kwamen we echter pas in de vroege morgen van zaterdag op zondag aan op het verzamelpunt op de Schelmseweg in Arnhem. Daar moesten we nog een tijd wachten, voordat alle voertuigen van de hele colonne er waren. Toen vertrokken we voor het laatste stukje naar het Mob. Hier werden inderhaast de wagens in de hallen geparkeerd. En marcheerden resp. gleden we terug naar ons gebouw op de Oranje-Kazerne.

Midden in de nacht had een keukenploeg nog een warme maaltijd klaargemaakt voor de 500 mannen van het 11Verbindingsbataljon. Eindelijk konden we gaan slapen.

 

Wij zwaaien af

Het was een enorme chaos op de compagnie en het Mob. Al vrij snel had 1lnt de Vries alles weer in goede banen. En mijn lichting 64-3 zwaaide keurig op tijd, woensdag 24 november, af. De dag erna begon ons klein verlof.

Hoe oefening "Hou Doe II" verder is afgewerkt weet ik dus niet. Maar de overblijvende lichtingen zullen er de handen vol aan hebben gehad.

 

En wat zegt de baas er zelf van?

Luitenant de Vries, onze toenmalige CC, herinnert zich oefening Hou Doe II ook nog levendig: "Dat was inderdaad iets bijzonders en niet alleen vanwege de plots ingetreden koude. Het was een zgn. CPX (=command post exercise) van de staf van 1Div 7 December. Waaraan (ondermeer) ook de vier brigadestaven deelnamen. De divisiestaf zat in een boerderijencomplex (met een ingewikkelde bekabeling voor de verbindingen) en de brigadestaven verplaatsten veelvuldig door het terrein. En vooral die moesten we bedienen.

We hadden bij die oefening voor het eerst de jeep Munga (een 2-takt!) mee. De invallende vorst zorgde voor veel problemen. Omdat we de juiste motorolie (mengsmering) niet hadden. Waardoor zeker zeven jeeps uitvielen met kapotte motoren.

De terugreis was inderdaad een verhaal apart, maar dat vertel ik misschien later wel eens.

De oefening was voor mij bijzonder, omdat in de oefenperiode mijn vrouw zou moeten bevallen van onze eerste zoon. Maar die heeft netjes gewacht tot ik weer thuis was".

Zo heeft iedereen die de oefening heeft meegemaakt wel een verhaal te vertellen. En daar vallen de  verhalen van de La Courtinegangers compleet bij in het niet.

 

Kees Blokker, Voerendaal 24 februari 2011. Met bijdragen van Berrie Barendregt, Adri de Bie, Willy Broens, Frits Diks, Jos van Kampen en generaal-majoor bd Hans de Vries.

 

Hou Doe II pagina's:   De hel van '65      De Foto und die Sehnsucht

Dagboek van een Onbekende Soldaat      Dagboek van een Bekende Soldaat

Dagboek van een Keukenprins                 Fotoalbum

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.