Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

De parate loopbaan van de 64-3 Fillers

 

Diensttijd


Bewijs van inschrijving lichting 1964.

In het leger waren de opleidingen in tijdvakken van twee maanden verdeeld. Elke twee maanden kwam een nieuwe groep soldaten in dienst. Deze groepen werden Lichtingen genoemd. Per jaar waren er derhalve 6 lichtingen, genummerd van 1 tot en met 6. Lichting 1 kwam in dienst in de maand februari en vervolgens om de twee maanden de volgende lichting. Lichting 64-3 kwam op woensdag 10 juni 1964 in dienst.

Voor de meeste rekruten was er na de basisopleiding nog een vervolgopleiding van twee maanden en dan ging men naar een paraat onderdeel.

De dienstplichtige officieren en onderofficieren en de specialisten, zoals de radiotelegrafisten, hadden een vervolgopleiding van 4-8 maanden en kwamen pas veel later bij een paraat onderdeel. Om toch een redelijke tijd paraat te zijn geweest, moesten zij 21 maanden dienen. De niet-specialist dienstplichtigen dienden 18 maanden.

 

Filler-systeem

Het militaire opleidingsysteem werkte volgens het "Filler-Systeem". De nieuw opgeleide rekruten vulden de gaten die waren ontstaan door het afzwaaien van een oude lichting. Ze werden dan ook de "Fillers" genoemd. De Fillers van 64-3 vulden de gaten die waren ontstaan door het afzwaaien van lichting 63-2.

Donderdag 24 september 1964 liep onze vervolgopleiding ten einde. De dag erna, 25 september, gingen we naar een paraat onderdeel elders in Nederland. Voor mij was dat de C-compagnie van het 11Verbindingsbataljon in de Oranje-Kazerne in Schaarsbergen bij Arnhem. De C-compagnie was op 29 juli voor een lange oefening vertrokken naar La Courtine.

 

De Fillers van 64-3


64-3-niet specialisten, die rond 1 oktober 1964 bij de C-cie
instroomden. Foto: Kees Blokker.

De groep fillers die rond eind september 1964 op de C-compagnie arriveerde, bestond uit ongeveer 15 man. Het waren: Kees Blokker, Lex Bosveld, André Brenninkmeijer, Dré van Gerwen, Bernhard Hartendorf, Luz Inklaar, Cor Keet, Toon Knaap, Rinus Kweekel, Evert Meuwissen, Math Narings, Wim Pepelman, Hans Siebelt, Willie van de Ven en Wim Wolschrijn.

We troffen een vrijwel leeg gebouw aan. Er liepen een tiental verdwaalde soldaten rond en op de weekkamer zat de sergeant van de week zich stierlijk te vervelen. Hij toonde ons onze kamers en zei: "Zoek maar een bed uit". De kamers waren toch leeg, dus er was ruime keus en we zochten de beste plaatsen uit. Dat waren kapitale vergissingen, zoals later zou blijken.

We werden gedurende enige dagen bezig gehouden met een brugklasje voor nieuwelingen. Waarin belangrijke vragen werden beantwoord. Zoals: waar is de kantine, wanneer is etenstijd, waar is de bioscoop, wanneer kunnen we douchen en wanneer is betaaldag?

Ook kregen we een bivak op de Rozendaalse heide bij Arnhem-Noord. Op de middag van de eerste dag van dat bivak kregen we een kaartleesoefening. Niets geleerd hebbende van de ervaringen in het verleden, kreeg ik de leiding over een van de drie groepen die gedropt werden op de Rozendaalse heide. Prompt verdwaalden we dus weer. Toen men ons eindelijk had teruggevonden, werd het bivak haastig afgeblazen en sliepen we 's avonds gewoon op de kazerne.

 

Oude Stompen

Ik meen op de avond van de 2e oktober, gingen we zoals gebruikelijk om 22.00 uur gewoon braaf slapen. Maar midden in de nacht schrokken we wakker van een enorme aardbeving. Het leek wel of een kudde olifanten door de gang rende. De mannen van de C-compagnie kwamen terug uit La Courtine en schopten tegen bedden, deuren en kasten om hun misnoegen te uiten over het feit dat een vreemde in hun bed lag. In La Courtine hadden de mannen een heel andere kijk op orde en gezag gekregen. We keken onze ogen uit! Zoiets hadden ze ons in de basisopleiding niet verteld. Prachtig gewoon. Maanden nadien kon je diegenen die in La Courtine waren geweest er zo tussen uit pikken.

 

De paar dagen tot de terugkeer van de mannen uit La Courtine was ons leven in de “parate hap” (de dienstplichtige benaming voor “parate onderdelen”) zeer rustig en gedisciplineerd geweest. Dat veranderde op slag. We maakten kennis met het fenomeen “Oude Stomp”.


Ouwe stomp touw. Foto: Rinus Kweekel.

Oude Stompen waren dienstplichtigen die nog maar een paar weken hoefden te dienen. En alleen al daarom oud en wijs waren en met respect behandeld moesten worden. De Oude Stompen hadden een heel ceremonieel. Met een papieren meter werd nauwkeurig bijgehouden hoe lang ze die ellende van het leger nog moesten verdragen. En elke morgen werd met veel tamtam een stukje van die meter afgeknipt. Ze liepen gebogen en met een oude kromme wandelstok en waren de hele dag aan het kreunen en kraken van ouderdom.

De nieuwelingen waren de fillers, de groentjes, de ezels, die nergens iets vanaf wisten. Maar omdat wij, de Fillers van 64-3, al op de compagnie aanwezig waren en zij ons kwamen bezoeken, werden wij niet afgeknepen. En kregen ook geen andere bijzondere behandeling zoals een “wasbakje speciaal”. Hoe anders zou dat voor de lichting 64-4 verlopen. Zie het verhaal Ontgroenen of afknijpen.

 

Moederziel alleen

Al de eerste dag maakten we kennis met het verschil tussen een “Oude Stomp” en een “Filler”. Toen er om 17.00 uur gefloten werd voor het appel stonden alle groentjes al aan de deur te wachten en renden als hazen naar buiten. De oude jongens begonnen zich eerst nog eens uit te rekken, hun schoenen te zoeken en te schelden waarom ze nou weer op moesten staan. En nog meer van dat soort ongelooflijke dingen.

Nadat wij, de fillers, 20 minuten moederziel alleen buiten hadden gestaan, kwamen die kreunende en steunende oudjes ook en konden we dan eindelijk gaan eten.  Dat snel naar buiten rennen als er gefloten werd, hebben ze ons gauw afgeleerd.

 

Weinig gezien

Bij de mannen van 64-3 die bij de C-cie instroomden, zat ook Dré van Gerwen. Dré hebben we echter maar kort bij de C-cie gezien.

Nauwelijks twee maanden na het binnenkomen bij de parate hap, viel Dré op het Mobcomplex uit een Munga. Hij had de pech bij die val met een been vast te komen zitten tussen de deur en de stoel van de Munga. Zijn been brak gecompliceerd op drie plaatsen en Dré heeft de rest van zijn diensttijd in het militaire hospitaal "Oog in Al" in Utrecht mogen recreëren. Hij is hersteld tegen het einde van zijn diensttijd, maar is nooit meer bij de C-cie teruggeweest. Hij heeft tot zijn pensionering genoten van een militair invaliditeitspensioen.

 

De C37, de radioschakelwagen S6

Ik werd geplaatst op de radioschakelwagen met het codenummer S6, de C37, kenteken KO-31-12. We oefenden wat af met die wagen.

Wie er toen precies allemaal op die wagen zaten is mij onbekend. De chauffeur-aggregaat monteur was in elk geval John Ernst. Begin december 1964 was er een oefening met een codenaam die overigens vaker gebruikt zou gaan worden: "Pronto Prill". De oefening was, zoals gebruikelijk, in de omgeving van Hoenderloo.

 


Het telexbericht over het ongeluk met het Ecolexpapier.

Het was bitter koud en het was wel even wennen, dat slapen in die koude buitenlucht. Op een morgen moest ik de gebruikte Ecolex ponsbandjes volgens voorschrift gaan verbranden. Het vuur wilde van geen meter branden. John Ernst had net de aggregaten omgeschakeld en afgetankt en zei: "Zal ik je even helpen?". Hij wilde de laatste druppels uit één van de jerrycans op het vuur gooien. De jerrycan kwam in een bepaalde stand en daardoor kon een hele grote rest achtergebleven benzine uit een van de hoeken naar buiten komen. De steekvlam die toen volgde kwam recht in mijn gezicht terecht. Ik werd met een ambulance naar het ziekenzaaltje van de Oranje-Kazerne gebracht, waar ik een weekje van de brandwonden mocht herstellen. John was compleet van de kaart. Alles is gelukkig met sisser afgelopen en er zijn geen blijvende wonden in mijn gezicht overgebleven.

 

Lichting 63-3 zwaait af


Oude lichtingen poseren. Gehurkt Harrie Hoppenbrouwers, Harrie
Murkens. De staande personen zijn onbekend. Foto: Harrie Murkens.


Met witte gitaar: Peter van Lith & his Sparks. Foto: Peter van Lith.


Het door Hans Bosmann en Dicky Huijsmans in een weekendtas naar binnen
gesmokkelde hondje. Foto: Marinus van Schaijk.

Eind november 1964 zwaaide lichting 63-3 af. En namen we afscheid van mannen als Jan Gortemaker en het onafscheidelijke duo Harrie Murkens en "Hoppie" Hoppenbrouwers. Lichting 64-4 kwam de open gevallen plaatsen weer opvullen. Als de Oude Stompen afzwaaiden was het altijd tijd voor een feestje. In dit geval waren het ook nog zogenaamde Oude La Courtine peuken, dus die feestjes gingen er altijd uitbundig aan toe.

 

Sportievelingen

Het leger had sport hoog in het vaandel staan om de lichamelijke conditie van de soldaten op peil te houden. Regelmatig gingen we de hindernisbaan op en waren er wedstrijden tussen de verschillende onderdelen. Of werd er om het militaire kampioenschap gestreden. Bij de C-compagnie zaten een paar hele goede sporters: Johan Engelhart een Nederlands kampioen bij het atletiek en werd ook militair kampioen. Ook ons voetbalteam was zeer succesvol, met namen als Jo Bindels, Han Neeskens, Cor Leijtens, Koos van der Velden en de watervlugge Hubke Claassen van het kampioenselftal van RIOS uit Pey-Echt.

 

Muzikaal talent

Op muzikaal gebied had de C-Cie een paar grote talenten in huis. Peter Broekzitter zat in het bandje "Jessy and his Flaming Stars". Peter van Lith in "Peter and his Sparks". Cor Keet zat in: "The Blue Strings" en sergeant Ton Bosveld speelde in de fameuze Arnhemse band "The Dimes".

Ook klassieke muziek werd beoefend: Marinus van Schaijk speelde in het "Nationaal Jeugdorkest" en het "Nijmeegs Kamerorkest".

Vaak vormden deze mannen gelegenheidsbandjes in de kamers en improviseerden dat het leven een lust was.

 

Lichting 63-4 zwaait af

Eind januari 1965 zwaaide lichting 63-4 af en verdwenen geroutineerde mannen als Jaap Stremler en onze atletiek coryfee Johan Engelhart. Zij werden opgevolgd door lichting 64-5. Op donderdag 18 maart 1965 werden vaandrigs Wil Adriaans en Rob van Kordelaar beëdigd en bevorderd tot tweede luitenant. En dus was het weer tijd voor een feestje. Meestal waren die feestjes in de Flamingo bar onder de bioscoop.

 

Hans Bosmann en Dicky Huijsmans redden een hondje

Hans Bosmann redde op een avond een klein hondje (puppie) van verdrinking. Wij noemden hem Appie, naar onze favoriete sergeant, Appie Aalbers. Het hondje was zo klein dat hij ‘s avonds in Dicky Huijsmans zijn schoen sliep (en plaste!). Dicky heeft het hondje in het weekend mee naar huis genomen waar het zijn hele leven heeft gewoond. Nog lang nadat Dicky naar Canada was verhuisd.

 

Lichting 63-5 zwaait af en een nieuwe PC

23 maart 1965 zwaaide lichting 63-5 af. En dat was een grote lichting. Veel ervaren krachten als Jo Broers, Herman Buijs, Flip Derksen, Ket Hartman, Leen van de Hor, Leo Leenaarts, Cor Leijtens, Han Neeskens, Jan Rademakers, Gerrit ter Reehorst, Peter Verhoeven en Joop Willems trokken weer naar de burgermaatschappij. Een lichting die niet gemakkelijk te vervangen was, maar de nieuwe lichting 64-6 deed zijn best. Bij het Schakelpeloton kwam een nieuwe pelotonscommandant. Vaandrig Jan Vogels, die ingewerkt werd door 2lnt. Rob van Kordelaar. Het was dus weer tijd voor een feestje.

 

Het Mobcomplex

Onze meeste tijd brachten we zoek op het Mob. Het Mobilisatiecomplex "Duivelsberg" zoals het voluit heette. Het Mob lag aan Clemens van Maasdijklaan aan de achterzijde van de Oranje-Kazerne op ca. twee kilometer wandelen ervan. Daar stonden onze wagens. We waren meestal bezig met het onderhouden van de wagens en de apparatuur. De apparatuur sleet dan ook meer van het onderhoud dan van het gebruik.

 


1 mei 1965. Lichting 64-3 wordt
soldaat 1.

Lichting 63-6 zwaait af en 64-3 wordt soldaat 1

1 mei 1965 werden de eersten van lichting 64-3 bevorderd tot soldaat 1. En op 2 juni 1965 zwaaide lichting 63-6 af en verdwenen ervaren krachten als Martien van Bergen, Jo Bindels, Hans Bosmann, Inno van Dijk, Louis Eijck, Jan Rikken, Rob Scheeper, Jan Schuring en Wouter Stoop. Lichting 65-1 volgde hen op. Alles bij elkaar weer tijd voor een feestje.

 

49AFDVA


Op één van de 8" (203 mm) Houwitsers M115 van 49AFDVA.
Wim Smeltink, Hans Satter, Ferry Nij Bijvank, Jo Coenen,
Cor Keet, Kees Blokker, Frits Haen. Foto: Kees Blokker.

Het 11e Verbindingsbataljon verzorgde de verbindingen van de gevechtsonderdelen van de 1e Divisie “7 december”. Meer precies de verbindingen van de commandoposten van die gevechtsonderdelen naar de commandopost van de 1e Divisie.

Een gedeelte van de schakelwagens werd in oorlogstijd gedetacheerd bij het gevechtsonderdeel waarvoor zij de verbindingen moesten verzorgen. Het andere deel van de schakelwagens vormde dan de tegenposten die in het commandocentrum van de 1e Divisie stonden.

 

De S6, waar ik op zat, en de S7 waren toegevoegd aan de 49e Afdeling Veldartillerie (49AFDVA). De jongens van de 49AFDVA hadden zowel conventionele 8" (203 mm) Houwitsers als het geleide wapen “Honest John” raketten. Het afvuren van die wapens moesten ze regelmatig oefenen en dan mochten wij mee. Zo had de bemanning van de S6 en S7 niet alleen de eigen pelotonsoefeningen, maar ook de compagnies-, bataljons-, kazerne- en NATO oefeningen. En elke keer als een batterij of afdeling van de 49AFDVA ging oefenen, gingen wij ook mee. Alles bij elkaar heb ik in mijn diensttijd ruim 49 oefeningen gedaan en zat amper op de kazerne. Dat was leuk, want vervelen was er niet bij en we kregen elke keer ook nog eens oefentoelage. Zo kwamen we regelmatig in schietkamp Oldebroek, maar ook op de Lünenburgerheide. O.a. van 2 t/m 10 juli 1965 op die heide bij Celle en Münster. Die jongens van de 49AFDVA waren goed geoefend. Ook in het rijden met black-out verlichting. Dat hadden wij nog nooit eerder gedaan. En dus hadden wij al na tien minuten een aanrijding.

 


Dan tóch nog korporaal. Foto: Marinus van Schaijk.

1 augustus 1965

Ik had eens stoer verteld dat korporaal worden voor mij niet zo belangrijk was. Toen op 1 juli 1965 van 64-3 iedereen die daarvoor in aanmerking kwam, bevorderd werd was ik er dus niet bij. Eigen schuld dikke bult. Gelukkig kon ik dat nog rechtzetten en net voor dat 2lnt. Rob van Kordelaar afzwaaide, droeg hij me nog voor. Zo werd ik dan op 1 augustus 1965 alsnog korporaal.

 

Vaandrig Lanting


Vaandrig Lanting.
Foto: Aad Seesink.

Vaandrig Jan Vogels was tijdens een oefening in Brabant en Limburg onwel geworden en afgevoerd naar het ziekenhuis. Vrij kort daarna werd hij vervangen door vaandrig Lanting.

 

Hou Doe II

Deze oefening verliep rampzalig voor lichting 64-3. De oefening zou duren van 10-19 november 1965. We zouden op 25 november afzwaaien en als we dus op de 19e waren teruggekeerd, was er geen vuiltje aan de lucht geweest.

Maar op de 14e begon het zo ongenadig te vriezen, dat de oefening halverwege werd afgeblazen. De piketpennen van de antenne tuien kregen we nog niet met een afbouwhamer uit de bevroren grond. De tuien hebben we toen maar doorgeknipt, waardoor we op de volgende locatie geen piketpennen meer hadden. Ik kon nogal opschieten met de mensen van het onderdeel, waar wij met onze wagen op detachement waren. En na wat gesmoes, mochten wij in de verwarmde officierstent overnachten. In een pubtentje vroor je zowat dood. De thuisreis berekend op één dag, duurde door ijzel en sneeuwval bijna twee dagen. We kwamen thuis in de nacht van de 20e op de 21e. Van ordentelijk afzwaaien was totaal geen sprake. Het was inpakken en weg wezen. Compleet vergeten om de adressen van de maten op te schrijven. Bij de poort schreef ik achter op mijn loopbriefje de adressen van Hans Siebelt en André Brenninkmeijer. Dat was alles. Het leger, normaal een toonbeeld van organisatie, zakte compleet door het ijs. Zo’n chaos had ik nog nooit gezien. Maar we waren thuis. Voor een uitgebreid verslag van die oefening lees De hel van '65.

 

Dagboek van een Onbekende Soldaat


Het zit erop.

Het verslag gemaakt tijdens Oefening Hou Doe II op de pagina van Rinus Kweekel heeft hij niet zelf geschreven, maar van een telex gebietst. Het is niet duidelijk wie het geschreven heeft. In het begin noemt hij zich Meuwissen, maar Evert komt even later in het verhaal binnen, dus het is Evert niet. Omdat het op een telex is getikt gedurende drie dagen en hij van 64-3 is, denk ik dat het uit de vingers van Lex Bosveld is gekomen. Het verslag brengt je naar die koude dagen van 1965. Let niet op de spelling of de stijl. Op een telex kon je niet zo gemakkelijk iets veranderen. Het zijn vermakelijke ontboezemingen van iemand die nog maar een paar dagen in dienst hoeft te zijn. In het verhaal komen o.a. overste Duque, Evert Meuwissen, Appie Aalbers, sgt. Schaap, Jantje Swam, Willie van de Ven, Aad Seesink en ikzelf voorbij. Lees het volledige verhaal op Dagboek van een Onbekende Soldaat.

 

Afzwaaien van lichting 64-3

We hadden geen echt afzwaaifeestje, maar een goed soldaat heeft altijd wel tijd voor een pilsje.

Donderdag 25 november 1965. Het zit erop. Het feest is voorbij.

 

Kees Blokker, Voerendaal, augustus 2010. Met bijdragen van Rinus Kweekel, Peter van Lith, Harrie Murkens, Aad Seesink, Marinus van Schaijk.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.