Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact


Jacobijnenmuts,
symbool van de
Franse Revolutie.
Foto: Atrium.

Hoezo, iedereen moet in dienst?

Geschiedenis van de Nederlandse dienstplicht 1789-1996.

 

Franse Revolutie

De dienstplicht zoals wij die kennen is ontstaan in de Franse Revolutie. Vóór die tijd was oorlog voeren meer een zaak van de verschillende koningen. Die lieten hun huurlingenlegers wat tegen elkaar vechten en belegerden wat plaatsen over en weer. Het gewone volk merkte niet veel van de verschillende oorlogen die de koningen onder elkaar uitvochten. Een oorlog was in die tijd meer een speeltje voor de koningen onderling.

 

Vanaf het begin van de middeleeuwen (circa 500 na C.) had zich een standenorde ontwikkeld die bestond uit de koning, de aristocratie en de (Rooms Katholieke) kerk. Deze drie standen bezaten alle rechten en alle roerende en onroerende goederen. Alle andere mensen behoorden tot de Plebejers (de bezitlozen oftewel de laagste sociale klasse). Deze laatste groep had, zoals gezegd, geen enkel bezit. Maar ook geen enkel recht.

In de loop der eeuwen kwam er nog een groep bij: de Bourgeoisie (de gegoede burgerij). Deze groep had dan wel bezittingen verworven, maar was voor de rechten aangewezen op wat de elite wel of niet toestond. Met name de bourgeoisie had in de loop der eeuwen al geijverd voor meer rechten.

 

En terwijl de bezittende klassen in overdaad leefden, verhongerden de plebejers. Toen eind van de achttiende eeuw de voedselprijzen stegen, leidde dit tot rellen en opstootjes. De bourgeoisie zag haar kansen schoon. Ze organiseerde het verzet en spande de plebejers voor hun karretje om meer rechten af te dwingen. Toen dat maar niet wilde lukken, gooide het Franse volk (de bourgeoisie en de plebejers) de beuk er in. Ze bestormden op 14 juli 1789 de gevangenis de Bastille in Parijs. Frankrijk stond in de fik!

 

Geniaal manifest

Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger.
Links het origineel, rechts de vertaling.  Klik op de
afbeeldingen voor een vergroting. Foto's: Atrium.

Er werd een Revolutionaire Nationale Vergadering gekozen. Onder het motto Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap (Liberté, Egalité et Fraternité) publiceerde deze Vergadering een uit 17 punten bestaand magnifiek manifest “Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger”. Het was sterk beïnvloed door de Franse filosoof Voltaire en door het “Contrat Social” van de Zwitserse filosoof Jean-Jacques Rousseau. In deze Verklaring stonden punten die invloed hebben gehad op alle latere democratieën in de gehele wereld. En die tot op de dag van vandaag nog in ons dagelijkse leven terug te vinden zijn.

Belangrijke punten waren o.a. vrij vertaald: iedereen is gelijk en niemand kan de slaaf van iemand anders zijn; alles wat niet verboden is, is toegestaan; niemand kan bestraft worden op grond van een wet, die er nog niet was op het moment van het begaan van de daad; het onvervreemdbare recht van eigendom. En op artikel 12: De zekerstelling van de rechten van de mens, vereisen een strijdmacht.

 

Het eerste begin van dienstplicht

In de daaropvolgende maanden en jaren werden koning Louis XVI, honderden aristocraten en priesters gearresteerd. Alle bezittingen werden hen (en de kerk) ontnomen en die werden herverdeeld aan het (gewone) volk. De koning en veel aristocraten eindigden hun leven onder de guillotine.

Het lukte vele aristocraten naar het buitenland te vluchten. Zij vroegen steun bij hun familie (broers, neven, nichten) of geestverwanten in het buitenland. Die buitenlandse aristocratie was bevreesd dat de revolutie zou overslaan naar hun eigen land. En wilde dat voorkomen door de opstand in Frankrijk neer te slaan en de bezittingen van hun familie terug te vorderen. Op diverse plaatsen in de omliggende landen begon men met het opzetten van strijdmachten. In augustus 1792 viel een Pruisisch leger Frankrijk binnen en versloeg het Franse leger bij Longwy. Op 2 september viel de vesting Verdun in hun handen.

 

Wie helpt verdedigen?


September 1792. De slag bij Valmy. Foto: Atrium.

De Nationale Vergadering van de Revolutie zag de bui hangen en riep iedereen op ter verdediging. De bourgeoisie en de plebejers wilden hun pas verworven rechten niet verliezen en meldden zich massaal (nog vrijwillig!) aan voor de strijd. Er vormde zich een leger dat, zoals vastgelegd in de Verklaring van de Mens, alleen ter verdediging van de Revolutie zou dienen. Het zou geen veroveringsleger zijn. Op dat moment was er ook nog geen sprake van een dienstplicht. Er was alleen een oproep om de verworvenheden van de Revolutie te verdedigen. Men was dus zeer gemotiveerd om slag te leveren. En dat gebeurde. Drie weken na de nederlaag in Verdun, op 27 september 1792, leverde dit uit boeren en handwerkers bestaande leger bij Valmy in de Savoye slag. En joegen onder het zingen van de “Marseillaise“ de gedrilde Pruisische soldaten op de vlucht.

 

De eerste werkelijke dienstplicht

En ja zoals dat gaat, men achtervolgde de verliezers. De verdedigingsoorlog veranderde in een “bevrijdingsoorlog”. Men wilde aan de andere landen van Europa ook de voordelen van de Revolutie brengen en het volk bevrijden van het juk van feodale overheersers.

Maar ook voor de Franse Revolutie zelf was het gevaar nog niet geweken. Er kwamen nieuwe aanvallen uit het buitenland. Het Franse “bevrijdingsleger” had een enorme behoefte aan soldaten. Op 24 februari 1793 rekruteerde de Nationale Conventie via een dekreet driehonderdduizend soldaten. Dit was de eerste vorm van dienstplicht, gebaseerd op eerder genoemde artikel 12. Het patriottisme was nu een stuk minder en vooral in de Vendée braken er rellen uit tegen deze eerste vorm van dienstplicht.

 

Op 5 september 1798 werd de wet Jourdan-Delbrel aangenomen. Voortaan was de militaire legerdienst een algemene en persoonlijke plicht voor alle Franse mannelijke burgers van 20 jaar af tot 25 jaar. Maar de weerstand tegen de dienstplichtwet was enorm. Het lukte de Nationale Conventie maar niet om de wet nageleefd te krijgen.

 

Het genie van Corsica


Napoleon Bonaparte als jonge
artillerie officier. Foto: Atrium.

Onderwijl was het leven in Frankrijk op zijn zachts gezegd zeer chaotisch te noemen. Er werden wetten ingevoerd, die een paar maanden later alweer door andere wetgeving ongedaan werden gemaakt. Mannen die de ene dag nog leider van de Revolutie waren, werden een dag later al vermoord of stierven onder de guillotine. Revolutionair zijn was een hachelijk en riskant beroep.

 

Het is inmiddels 1799 geworden. De meest succesrijke generaal van dat moment was ene meneer Napoleon Bonaparte (in die jaren ook wel bekend onder de naam: de kleine korporaal). Hij was op “bevrijdingsoorlog” in Egypte en hoorde van de problemen in Frankrijk. Hij kwam terug naar Parijs, overzag de chaos en nam de hele boel over. Hij maakte een einde aan de Revolutie en liet een nieuwe Grondwet aanrukken. Waarin geen ruimte meer was voor de “Verklaring van de Mens en van de Burger”. Hij liet zich tot Consul voor het leven benoemen en voerde nog vele maatregelen door. Vrije verkiezingen werden vervangen door een van boven opgelegd referendum. Hij gaf daarmede al gelijk een voorbeeld voor alle latere dictatoren om de democratische gedachte te vervalsen. Alle verworvenheden van de Revolutie die hem niet te pas kwamen werden overboord gezet. Vakverenigingen en vrije pers werden verboden.

Voor zijn vele oorlogen had hij veel soldaten nodig. Hij maakte korte metten met de weerstand tegen de dienstplichtwet Jourdan-Delbrel en trad keihard op. Dienstplicht was nu een feit.

 

Code Napoleon

Maar er waren ook vele verworvenheden van de Revolutie die hij overnam. Zoals het metrieke stelsel van maten en gewichten dat op 7 april 1795 was ingevoerd.

Sinds 1789 hadden diverse revolutionaire leiders opdracht gegeven om alle nieuwe verworvenheden in wetten vast te leggen. Dit had geleid tot de Code Penal (Wetboek van Strafrecht). Napoleon liet ook een stel bekwame mannen wetgeving schrijven. Binnen zes maanden had men de Code Civil (Burgerlijk Wetboek) geschreven. Deze wet werd buiten Frankrijk bekend onder de naam Code Napoleon. De Code Civil was revolutionair te noemen. Logisch, want alle wortels van deze wet lagen in de Revolutie van 1789. De wet regelde in het hele land de Burgerlijke Stand, de overeenkomsten, het onvervreemdbare recht van eigendom, registratie van onroerende goederen enzovoort. Men werd verplicht een naam te kiezen, geboortes en overlijden werden geregistreerd en het huwelijk viel niet langer onder het kerkelijk recht.

 

Lotingen en remplaçants


Geromantiseerd schilderij van Napoleon terwijl hij zijn soldaten
aanmoedigt op hun tocht over de Alpen. In werkelijkheid reed
hij toen geen paard, maar een ezel. Foto: Atrium.

De dienstplichtwet van Jourdan-Delbrel paste Napoleon aan door er de lotingen en het systeem van remplaçants aan toe te voegen. Per jaar werd gekeken hoeveel soldaten er dat jaar nodig waren. Alle 20- jarigen werden op lijsten ingeschreven (conscriptie). Door loting werd vervolgens bepaald wie er werkelijk moest dienst nemen. Daarna kon een ingelote persoon gaan zoeken naar een remplaçant (vervanger) die voor hem (tegen betaling) de dienstplicht wilde vervullen. In de praktijk kwam dat er op neer, dat de ingelote zonen van de gegoede burgerij altijd aan de dienstplicht wisten te ontkomen door een arme sloeber in te huren. Het opleidingspeil van de gemiddelde soldaat in het leger was dan niet bepaald hoog te noemen.

Napoleon liet alle wetten van kracht worden in geheel Frankrijk en de door Frankrijk geannexeerde gebieden. Zo werden deze vanaf 1806 geldig in Limburg, dat toen nog tot de Zuidelijke Nederlanden behoorde. En vanaf 1810 had ook het Koninkrijk Holland (zoals Nederland toen nog heette) zich maar aan deze wetten aan te passen.

 

Waterloo

Napoleon bleef maar oorlog voeren. In 1810 kwam hij in onmin met Rusland, dat tot dat moment zijn bondgenoot was geweest. Hij maakte zich op voor een oorlog met de Russen. Medio 1812 begon zijn Russische veldtocht, die voor hem rampzalig zou verlopen en waarin zijn “Grande Armée” vrijwel geheel werd vernietigd. Dit was het begin van zijn einde. Op 6 april 1814 werd hij gedwongen afstand te doen en verbannen naar Elba.

Tien maanden later ontsnapte hij en begon aan zijn regering van de 100 dagen.

De geallieerden waren net voor een Congres in Wenen bij elkaar en waren in rep en roer. Zij mobiliseerden in allerijl en trokken opnieuw ten strijde. Op 18 juni 1815 werd Napoleon in Waterloo bij Brussel definitief verslagen en verbannen naar het eiland St. Helena voor de Zuid-Afrikaanse kust. Waar hij op 5 mei 1821, vermoedelijk aan darmkanker, is overleden.

 

Het ontstaan van Nederland


Koning Willem I hield  9 jaar onnodig een leger op

de been om België terug te kunnen veroveren.

Tijdens zijn regeerperiode wist hij zijn vermogen te

vertwintigvoudigen, terwijl zijn volk verpauperde.

Op het Weens Congres van 1815 werden het voormalige Koninkrijk Holland en de Zuidelijke Nederlanden bij elkaar gevoegd. Deze twee gebiedsdelen hadden sinds het einde van de tachtigjarige oorlog in 1648 een eigen ontwikkeling doorgemaakt. Het Noorden was een eigen republiek geworden met een stadhouder aan het roer. En het Zuiden was verder gegaan onder Spaans en later Oostenrijks bestuur. Deze twee landen werden nu bij elkaar gevoegd en moesten een soort buffer vormen om eventuele nieuwe veroveringsplannen van Frankrijk in noordelijke richting tegen te houden. Het werd het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden met aan het hoofd koning Willem I.

Er kwam een nieuwe Grondwet. Volgens die Grondwet van 1815 kon koning Willem I op basis van Koninklijke Besluiten regeren.

Hij nam vele wetten uit de Franse tijd onverkort of met aanpassingen over. Zoals de Code Napoleon. Tot op de dag van vandaag is het Belgisch Burgerlijk wetboek op vele punten daaraan nog steeds gelijk. Net als het Nederlandse Nieuw Burgerlijk Wetboek. Hoewel daar nu meer eigentijdse aanpassingen in zijn opgenomen.

In die Grondwet van 1815 was nu ook een artikel met de dienstplicht opgenomen. De uitwerking van die dienstplicht was vastgelegd in de militiewet van 1815. Hierin vinden we vele zaken terug die uit de dienstplichtwet Jourdan-Delbrel kwamen. Zoals de loting en het remplaçantenstelsel.

 

Afscheiding van België

De Noordelijke Nederlanden maakten er een potje van richting de Zuidelijke Nederlanden. Zij zagen de mensen beneden de grote rivieren als een onderontwikkeld katholiek volkje. Dat kón niet goed blijven gaan.

In 1830 braken er overal  in Europa rellen uit en het leek weer op een revolutie af te stomen. Dit sloeg ook over naar de Zuidelijke Nederlanden, die totaal ontevreden waren over hoe zij door koning Willem I en de Noordelijke Nederlanden werden behandeld. De Zuidelijke Nederlanden scheidden zich af en gingen als België op eigen benen verder. Het huidige Nederlands Limburg bleef nog tot 1839 bij België.

 

De Grondwet van Thorbecke


Johan Rudolph Thorbecke gaf ons in

1848 de Grondwet. Waardoor koning

Willem II zijn hoofd behield.

In 1840, kort nadat de afscheiding van België definitief werd, trad koning Willem I af. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem Frederik. Die door het leven zou gaan als Willem II, regerend op dezelfde manier als zijn vader, via Koninklijke Besluiten.

In 1848 braken weer overal rellen uit. Het Franse volk, nooit te beroerd om de barricaden te beklimmen, gaf daarin opnieuw de toon aan. Er was een nieuwe revolutie op komst. Overal in Europa werden koningen afgezet en een aantal verloor zelfs het hoofd.

Koning Willem II zag de bui hangen. Hij had gezien, dat zijn vader in 1830 tijdens opstanden België verloren had. Hij was niet van plan zijn eigen hoofd tijdens een nieuwe opstand te verliezen. Om dat te voorkomen gaf hij de liberaal Johan Rudolph Thorbecke de opdracht een nieuwe Grondwet te schrijven.

Die Grondwet van 1848 vormt nog steeds de basis van ons huidige parlementaire systeem. Niet langer kon de koning per Koninklijk Besluit regeren. Maar waren het de ministers die verantwoordelijk waren voor het beleid, ook op het gebied van defensie.

 

En hoe ging het met de dienstplicht verder?

Het remplaçantenstelsel in de militiewet van 1815 werd in 1898 buitenwerking gezet toen de persoonlijke dienstplicht werd ingevoerd. Nu werd een probleem zichtbaar: de dienstplicht kon niet algemeen zijn, omdat er altijd veel meer dienstplichtigen waren dan men aan soldaten nodig had.

De dienstplichtigen werden nog steeds via loting aangewezen. Dat ging als volgt: Er werd eerst bepaald hoeveel soldaten men nodig had. Iedere dienstplichtige kreeg een nummer. Vervolgens werd één nummer getrokken en vanaf dat nummer werd afgeteld tot het benodigde aantal soldaten was bereikt. Diegenen met een hoger of een lager nummer werden vrijgesteld. Zij waren uitgeloot, zoals dat heette.

 

Mobilisatie voor de Eerste Wereldoorlog

We komen nu langzaam in de periode dat de opa van Johan Scholten in militaire dienst is geweest.

Na de invoering van de persoonlijke dienstplicht in 1898 was er in 1901 nog een nieuwe militiewet gekomen. Deze regelde een kader-militieleger met een jaarlijks benodigd aantal dienstplichtigen van ca. 19.500 man en een mobilisabele sterkte van ca. 200.000 soldaten. In 1912 werd deze wet weer aangepast en het aantal jaarlijks benodigde dienstplichtige soldaten verhoogd naar 23.000 man in twee lichtingen per jaar. Johannes Scholten sr. sr. was daar ook bij. Zijn lotgevallen vind je in Dienstplichtigen tussen 1900 tot 1940.

 


28 juni 1914. De Servische nationalist Gavrilo Prinzip vermoordt
aartshertog Franz Ferdinand en zijn  vrouw Sophie. En ontketent
daarmede de Eerste Wereldoorlog.  Foto's: Wikipedia.

Op 28 juni 1914 wordt in Sarajevo de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand en zijn vrouw Sophie tijdens een rijtoer vermoord. Er volgt een kettingreactie van ultimata en oorlogsverklaringen over en weer. Op 28 juli verklaart Oostenrijk de oorlog aan Servië en is de Eerste Wereldoorlog begonnen.

Op 31 juli 1914 wordt ook in Nederland de mobilisatie uitgeroepen. Iedereen verwacht dat de oorlog wel tegen het einde van dat jaar is afgelopen. Dat zou een vergissing blijken te zijn.

 

Wapenstilstand

Pas na ruim vier jaar, wordt op 11 november 1918  een wapenstilstand gesloten. En dat maakt een einde aan de Eerste Wereldoorlog. De oorlog heeft dan naar schatting aan 15-17 miljoen mensen het leven gekost. Nederland is neutraal in het conflict en blijft ongemoeid gedurende de hele oorlog. Gedurende die gehele periode zijn ook de dienstplichtigen onder de wapens geweest.

 

Nieuwe Dienstplichtwet

In 1922 wordt de militiewet vervangen door de Dienstplichtwet 1922. In deze wet staat ook het uitstel- en vrijstellingsbeleid waarmee het dienstplichtigen mogelijk wordt gemaakt om tijdelijk of voorgoed af te komen van hun grondwettelijke verplichtingen ter verdediging van het Rijk. Het aantal dienstplichtigen wordt gesteld op 19.500 per jaar. Ze krijgen allemaal een infanterie opleiding en hebben een diensttijd van 5,5 maand. Deze wet is een schoolvoorbeeld van een zeer slechte wet. Op een totaal van ongeveer 70.000 ingeschreven jongens, kwamen alle lasten voor de dienstplicht op de schouders van de ingelote jongens terecht. Ongeveer 50.000 uitgelote leeftijdsgenoten gingen dus vrijuit. Het systeem van de lotingen werd in 1938 afgeschaft.

 

De periode tussen de twee wereldoorlogen wordt het Interbellum genoemd. Aanvankelijk verliep deze periode vrij rustig. Maar in 1933 wint een nieuwe partij in Duitsland de verkiezingen en vrij kort daarna begint men met de wederopbouw van het Duitse Leger. Op 1 september 1939 valt Duitsland Polen binnen. Op 3 september verklaart Engeland de oorlog aan Duitsland en is de Tweede Wereldoorlog begonnen.

Een paar dagen daarvoor, op 28 augustus 1939, mobiliseert Nederland. Ons land is nog steeds neutraal en iedereen verwacht dat wij ook dit keer buiten het oorlogsgeweld zullen blijven. Niettemin heeft het leger de lichtingen 1924 tot 1939 opgeroepen met een totale sterkte van 280.000 man.

 

Het zal wel meevallen

De mannen komen onder de wapenen en zijn ontspannen. Het zal ook deze keer wel weer goed komen. Net als in 1914, zal de neutraliteit ook nu wel gerespecteerd worden.

Helaas, in de vroege morgen van vrijdag 10 mei 1940 viel Duitsland onverwacht Nederland binnen. De ontspannen mannen worden plotseling overvallen door een vijand die op alle fronten beter is uitgerust en na vijf dagen is de strijd gestreden.

 

Het Nederlandse leger was slecht bewapend en niet opgewassen tegen een moderne oorlogsmachine als het Duitse leger toen was. En de vraag is dan ook of het ook wel zin heeft gehad om tegen de Duitsers te strijden. Na vijf dagen was het bekeken. Rotterdam lag in puin, er zijn meer dan 2200 militairen gesneuveld. Het enige dat bereikt was, is dat koningin Wilhelmina met prinses Juliana en co en de regering een veilig heenkomen konden zoeken. Was dat al die doden wel waard?

 

Nederlands-Indië


Herdenkingsmonument op het ereveld Menteng Poelo in Indonesië.
Foto: Sdu uitgevers.

Al gedurende de oorlog hield de regering in ballingschap in Londen er rekening mee dat na de bevrijding er een militaire actie in onze toenmalige kolonie Nederlands-Indië zou moeten komen. Om de daar uitgebroken revolutie neer te slaan. Men ging er in eerste instantie van uit dat er voldoende vrijwilligers gevonden zouden worden om zo’n leger te vullen.

Artikel 192 van de Grondwet verbood namelijk de overzeese uitzending van dienstplichtigen zonder hun toestemming. Zekerheidshalve werd er alvast op 22 juni 1944 een Koninklijk Besluit uitgevaardigd, dat uitzending van dienstplichtigen mogelijk maakte naar elk gebied in de wereld “waar de vijanden van het Koninkrijk moeten worden bestreden”. Dat was zeer omstreden omdat hiervoor eigenlijk de Grondwet gewijzigd moet worden. En daarvoor is een tweederde meerderheid in de Tweede Kamer nodig.

Al direct waren deze geplande uitzendingen naar een ander deel van het Koninkrijk niet populair en er vonden de nodige rellen plaats van dienstplichtigen die het nut van uitzending niet zagen zitten.

De geboortejaren 1925, 1926 en 1927 waren, om het eens in het Maleis te zeggen, de pisang. Hoofdzakelijk deze geboortejaren werden gedwongen en vrijwel onvoorbereid uitgezonden naar Nederlands-Indië. Daar moesten zij strijd leveren voor een zeer dubieuze zaak, die zeker niet de hunne was.

Vanaf 1946 tot 1950 was het Nederlandse leger met 1Divisie “7 December” in Nederlands-Indië. Het motto van de divisie is:  "Wij werden geroepen". Maar die dienstplichtigen werden niet geroepen, die werden gestuurd. En meer dan 6000 van hen verloren hun leven. Voor een zaak die zeer omstreden was en bij voorbaat al verloren. Was dat wel zinvol?

 

Bij hun terugkeer is er geen begeleiding, geen opvang en geen enkele waardering. De Indiëgangers werden volledig aan hun lot overgelaten. Niks slachtoffer hulp. Zoek het maar zelf uit, was het credo. Zij kregen pas erkenning nadat de Libanongangers tussen 1979 en 1985 hetzelfde overkwam. En dit vervolgens door de dienstplichtige vakbonden VVDM en AVNM aan de kaak werd gesteld. De Indië veteranen vroegen zich vervolgens af: “Waarom zij wel?”. Waarna er eindelijk door Defensie aandacht aan hen werd besteed.

 

We komen nu langzaam in de periode dat we zelf gediend hebben.

Tot 1948 stond er in de Dienstplichtwet vermeld hoeveel dienstplichtigen (19.500) er per jaar nodig waren. Vanaf dat jaar wordt die begrenzing geschrapt. In principe kon nu iedereen die goedgekeurd was voor Eerste Oefening worden opgeroepen. In 1951 werd echter het jaarlijks benodigde aantal dienstplichtigen gesteld op 40.000 en de diensttijd op 20 maanden voor soldaten en 24 maanden voor officieren en onderofficieren.

 

Gelijkheid en broederschap?


Eén meisje en twee jongens. Wie van deze dotjes zal later in dienst moeten?
Foto: Aafke Bies.

Gegevens over de sterkte van de strijdmacht werden angstvallig geheim gehouden. We hadden er geen idee van hoeveel mensen er werkelijk in dienst moesten.

In die tijd was het adagium “Iedereen moet in dienst”. We waren er zelf ook van overtuigd dat iedereen vroeger of later zijn dienstplicht moest vervullen. Ja, afgezien van een iemand die afgekeurd was of waarvan de vader was gesneuveld. Nou ja, met die jongens wilde je ook niet ruilen. Dus gingen we braaf onze plicht vervullen. Niemand verzette zich er tegen.

Je kwam helemaal niet op de gedachte dat de meesten juist helemaal NIET in dienst hoefden te gaan en dat je als dienstplichtige ernstig benadeeld werd ten opzichte van andere leeftijdsgenoten.

Kijk maar eens: in Nederland werden in die jaren ongeveer 180.000 kinderen geboren. In 1946 en 1947 zelfs meer dan 280.000! Deze naoorlogse geboortegolf wordt ook wel de Babyboom genoemd.

 

De helft van de baby's zijn meisjes. In die tijd waren we heel galant en vonden het harde soldatenleven niet zo geschikt voor de dames. Dus hoefden ze niet in dienst. Maar in wezen was dat al een discriminatie van jewelste. Lees het maar eens na:

Onze huidige grondwet is gebaseerd op en in grote lijnen nog steeds gelijk aan de Grondwet van 1848 van Thorbecke. Artikel 1 van de Grondwet luidt: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Daar staat toch echt: Discriminatie wegens ras of geslacht is niet toegestaan.

 

Goed, gaan we eens uit van die 180.000 geboortes uit onze tijd. 90.000 daarvan zijn jongens en we geven de meisjes vrijstelling. Gegevens van de keuringen zijn er niet, dus gebruik ik de 20/80 regel uit de statistiek, die opvallend vaak juiste resultaten oplevert. Dat betekent dat 20% = 18.000 jongens sowieso niet in dienst zullen hoeven. Bijvoorbeeld door vooroverlijden, vrijstellingsredenen of afgekeurd worden. Blijven er 72.000 over. Het leger heeft er maar 40.000 nodig. Ongeveer 32.000 werden dus bestempeld tot “buitengewoon dienstplichtige” en hoefden niet op te komen (het percentage jongens dat de dienstplicht moest vervullen heeft sinds 1900 (m.u.v 1952-1960) altijd tussen de 30 en 40 procent gelegen). Hoezo, iedereen moet in dienst?

 

Sommigen hadden het niet willen missen

O.K. goed, iemand moet de kar trekken, de klos zijn en soldaat worden. Dus hoopten we, dat diegenen die de pineut waren goed verwend en in de watten gelegd werden. Per slot van rekening offerden ze 18-21 maanden van hun leven op en konden pas zoveel later aan een carrière beginnen.

Nou, vergeet het maar, dat was helemaal niet het geval. We kregen een soldij van 1 gulden per dag, slapen op een strozak, enne…. Ja, ik geloof dat was het wel. De rest ben ik gewoon vergeten, want ik had een geweldige tijd bij de Verbindingsdienst. Vooral bij onze C-compagnie. Waar we gewoon fijn beroeps- en dienstplichtig kader hadden.

Maar ik heb ook wel verhalen gehoord van jongens die 14 dagen licht arrest kregen omdat onderbroeken niet messcherp in de kast lagen. Of omdat er een vlek op het koper van de koppelriem zat. En het arrest was altijd in het vrije weekend.

 

Dit pikken we niet meer

Het zat er dan ook aan te komen dat dienstplichtigen dit niet langer zouden pikken. De lichtingen van het geboortejaar 1946 dienden zich aan. Zij hadden de oorlog niet meer meegemaakt. Geboren in 1943 en 1944 hadden wij de oorlog ook niet bewust meegemaakt, maar we hadden wel sterk te lijden van de schaarste en de verschrikkingen die onze ouders hadden meegemaakt. Voor de geboortejaren van 1946 en verder werd dat heel anders. Schaarste behoorde vrij snel tot het verleden. De welvaart steeg voor iedereen enorm. Met het gevolg dat de Babyboomers hoger werden opgeleid. Dienstplichtigen werden steeds mondiger en begonnen meer en meer kritiek te hebben op de noodzaak van de dienstplicht, de betaling, de groetplicht, de legering en de strozakken. Het begon te rommelen in het leger. De dienstplichtigen begonnen zich te roeren.

 


Foto: X

VVDM en AVNM

Er zaten pientere mannekens bij de Verbindingsdienst en Loebas Oosterbeek was er zo eentje. Hij was dienstplichtig en gelegerd in de Elias Beeckmankazerne in Ede. Een andere dienstplichtige had onder een appel laten weten “het allemaal maar een belachelijke vertoning” te vinden. Als dank voor zijn constructieve bijdrage aan het militaire leven, kreeg hij vijf dagen verzwaard arrest. En dat was de directe aanleiding voor Loebas om op 4 augustus 1966 de VVDM (Vereniging van Dienstplichtige Militairen) op te richten.

In de loop der daaropvolgende jaren kreeg de VVDM veel publiciteit en wist een groot aantal zaken voor dienstplichtigen te veranderen. Tegen eind 1967 werd de soldij afgeschaft en kregen dienstplichtigen een meer normale beloning. De groetplicht ging er uit.

Een van de opvallendste zaken die de VVDM bereikte was het vrijlaten van de haardracht. Dat had tot gevolg dat de Nederlandse dienstplichtigen (demonstratief) met langere haren rondliepen dan de jongens in de burgermaatschappij.

 


Appèl het maandblad van de AVNM.

Foto: Kwadraat uitgevers.

De VVDM bereikte ongelooflijk veel voor de dienstplichtigen. In latere jaren ging de VVDM echter een steeds radicalere koers varen. En verloor daardoor veel steun van haar leden. Één van die leden was Joop Pison (1952, 72-2). Hij was een infanterist van de Stoottroepen en zat als bestuurslid in het VVDM afdelingsbestuur van de Generaal Spoorkazerne in Ermelo. Door radicale personen binnen de VVDM waren een aantal sabotageacties gepleegd en dat ging hem veel te ver. Hij besloot een andere gematigde vereniging op te richten. Die zich niet met politiek, maar alleen met de belangenbehartiging van de dienstplichtigen zou bezig houden.

Die vereniging, de AVNM (Algemene Vereniging van Nederlandse Militairen), werd op 28 november 1972 opgericht. Joop werd de eerste voorzitter. Hij hield zich de eerste maanden vooral bezig met het opzetten en de ledenwerving. Daarbij geholpen door een Verbindingsman, adjudant Dekker van de Hojelkazerne in Utrecht.

Na zijn afzwaaien werd het voorzitterschap overgenomen door, let op: alweer een Verbindingsman, Ben Verwaaijen. Ben wilde aanvankelijk zelf een club oprichten. Hij nam de AVNM onder zijn hoede en na veel vallen en opstaan, mee- en tegenwerking overvleugelde zijn club de VVDM volledig.

Hoe het ook zij: de belangenverenigingen veranderden veel voor de dienstplichtigen. Loebas Oosterbeek: “Het belangrijkste dat we bereikt hebben, is de emancipatie van de soldaat. De samenleving beschouwt een soldaat nu als een volwaardig mens en niet als iemand die voor spek en bonen mee doet” .

 

Koude Oorlog Veteranen

En dat ben ik met Loebas eens. Dienstplichtigen werden niet voor vol aangezien. Je offerde anderhalf jaar van je leven op en op de afzwaaidag kreeg je niet eens een hand en een bedankje. Gedurende je kleinverlofperiode was je militaire paspoort nog geldig om je achtergebleven kameraden eens te bezoeken. Maar daarna was je toch echt persona-non-grata, wilde men niets meer van je weten.

In de Nederlandse opvatting van het woord, is een Veteraan iedereen die soldaat is geweest. In de opvatting van Defensie is een Veteraan een soldaat die uitgezonden is geweest of aan enige vorm van militaire actie heeft deelgenomen. Alle andere soldaten zijn eigenlijk niets, hebben ook niet bestaan of zo en worden aangeduid met de term: Koude Oorlog Veteranen. Jawel, en dat kostte ons 18 tot 21 maanden. Een beetje waardering zou wel op zijn plaats zijn.

En dat is wat de militaire vakbonden hebben bereikt: dienstplichtigen worden nu voor vol(ler) aangezien.

 

Einde van de dienstplicht

Met de val van de muur op 9 november 1989 verdween plotseling ook het gevaar van onze aloude vijand Boris Ruskie.

Er was al regelmatig gesproken over het nut van de dienstplicht, maar nu ging men ook werkelijk onderzoeken of een vrijwilligersleger misschien toch niet beter zou zijn. Op 1 november 1992 maakte toenmalig minister Relus ter Beek, die overigens zelf nooit in dienst is geweest, aan de defensietop bekend, dat er een einde aan de dienstplicht kwam. Beter gezegd: de opkomstplicht werd opgeschort. Op 1 januari 1994 werd vervolgens de dienstplicht nog eens verkort naar 9 maanden voor soldaten en 11 maanden voor het kader. Niemand had er meer zin in. Op 1 februari 1996 werd bekend gemaakt dat lichtingen 96-3 en 4 niet meer hoefden op te komen en dat iedere dienstplichtige op 31 augustus zou afzwaaien. Dat was echt balen voor de jongens van 96-2. Zij waren nét de dag ervoor, op 31 januari, in dienst gekomen.

 


22 augustus 1996. De laatste dienstplichtigen zwaaien juichend af.
Foto: Sdu uitgevers.

De Trip van Zoutlandtkazerne in Breda was gekozen als decor voor deze historische gebeurtenis. Op 22 augustus 1996 zwaaiden daar de laatste dienstplichtigen van de Koninklijke Landmacht af. En zo kwam er een einde aan bijna twee eeuwen dienstplicht in Nederland.

 

Maar is de dienstplicht echt weg?

In de Grondwet stond bij (in 1964) artikel 194 ook het artikel dat aanleiding geeft tot discriminatie van een grote groep Nederlanders: “Alle Nederlanders, daartoe in staat, zijn verplicht mede te werken tot handhaving der onafhankelijkheid van het Rijk en tot verdediging van het grondgebied.”

In 1983 vond er een grote herziening van de Grondwet plaats en verschoof artikel 194 naar 97. Het luidt nu:

1. Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht.

2. De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.

En in artikel 98

1. De krijgsmacht bestaat uit vrijwillig dienenden en kan mede bestaan uit dienstplichtigen.

2. De wet regelt de verplichte militaire dienst en de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping in werkelijke dienst (Met De wet wordt hier bedoeld: De Dienstplichtwet).

 

In artikel 99 staat:

De wet regelt vrijstelling van militaire dienst wegens ernstige gewetensbezwaren.

In de volgende artikelen 99a, 100 en 103 wordt dan nog gesproken over civiele bescherming, noodtoestanden en uitzendingen van de krijgsmacht naar het buitenland.

 

Nee hoor!

De Dienstplichtwet kent een artikel waarin staat, dat iedereen die een oproep heeft gekregen daar gehoor aan dient te geven. Dat artikel is nu opgeschort. Maar alle andere artikelen van de Grondwet en Dienstplichtwet zijn nog steeds geldig. Als de nood aan de man komt, kan dat opgeschorte artikel razendsnel weer worden ingevoerd. En dan is er weer gewoon dienstplicht in Nederland.

 

Sinds 1948 is Nederland lid van de NAVO en dat heeft voor een hoop veiligheid gezorgd in Europa. Na de val van de Berlijnse muur en de opheffing van de Sovjet Unie is het gevaar uit het Oosten sterk verminderd. Dat wil niet zeggen dat de NAVO kan worden opgeheven. De NAVO dient nog steeds de veiligheid van de inwoners van Europa en dus ook Nederland. Binnen NAVO verband hebben wij ook onze verplichtingen aan de verdediging van Europa. Bovendien zijn wij lid van de Verenigde Naties en ook daaraan hebben wij verplichtingen. We kunnen het leger dus niet opheffen. Nu er geen dienstplichtigen meer zijn, wordt het leger gevuld met vrijwilligers. Maar als het niet zou lukken om op die manier een voldoende sterke strijdmacht te krijgen, en onze NAVO en VN verplichtingen zouden dat vereisen, dan is de dienstplicht zo weer in gevoerd.

 

Tot slot

Aan diegenen die dat ooit zal overkomen wil ik wat raad meegeven: richt onmiddellijk een vereniging op, die opkomt voor jullie belangen en maak er daarna het beste van.

 

Kees Blokker, Voerendaal 3 juni 2011. Met bijdragen van Atrium uitgeverij, Aafke Bies, Walter Grab, Kwadraat uitgevers, Joop Pison, Sdu uitgevers, Johan Scholten, Familie Severens, Wikipedia, X.

 

Geraadpleegde literatuur:

De Franse Revolutie,

Prof. Dr. Walter Grab.

 

 

Nieuw Handboek Soldaat,

Kees Beemsterboer en

Boudewijn Poelmann.

 

't Is plicht dat iedere jongen -

Geschiedenis v.d. dienstplicht

in Nederland, Arjan Kors.

De geschiedenis van 1 Divisie

 “7 December” 1946-1996,

Martin Elands, Richard van

Gils, Ben Schoenmaker.


De Nederlandse

Wetboeken
van J.A. Fruin.

 

 

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.