Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

De blondine en de strozak. Dienstplichtige bed observaties.

 

Landbouw en veeteelt


Het resultaat van Molenaars kindermeel en suiker van 10 gulden
per kilo: een blozend blondje.

Heel, heel lang geleden werd er op een vroege maandagmorgen in een Fries dorpje een blond jongetje geboren, dat de naam van zijn opa kreeg: Kees. Het was oktober en de winter stond voor de deur. Deze winter zou kouder worden dan mensen zich heugen konden en de geschiedenis ingaan onder de naam: “Hongerwinter 1944”.

De nieuwe wereldburger was zich echter niet bewust van het onheil, dat voor veel mensen in het Westen van het land in het verschiet lag. Hij lag daar lekker te dromen in zijn warme nestje. Zijn vader was werkzaam in de agrarische veeteelt. Hij was loonwerker en maaide tegen betaling velden en deed alle andere werkzaamheden die zo in het agrarische bedrijf voorbijkwamen. Het maakte niet uit welke werkzaamheden. Als er maar na afloop van het werk een nota kon worden verzonden. Want na betaling van die nota’s stond er bij dit gezinnetje weer brood op de plank. En pa was handig en creatief genoeg om dreigende tekorten in de leeftocht van zijn gezin onder de aandacht van zijn opdrachtgevers te brengen. Tegenwoordig zou men zeggen: Hij had een groot netwerk.

 

Een tevreden mens

Het zorgde er ook voor dat onze kleine Kees niets van de hongerwinter merkte. Hij sliep rustig en brulde op zijn tijd eens flink. Na het consumeren van zijn flesje Molenaars kindermeelpap liet hij, zoals dat hoorde, met een flinke “BURP” de wereld merken, dat zijn maaltijd gesmaakt had. En hoe tevreden hij wel niet was.

De enige opmerking over zijn zuigelingschap die hij later van zijn vader hoorde, was: “Je was een lekker jong. Maar je had wel veel suiker nodig, die toen tien gulden per kilo kostte“. Zijn pa lachte altijd hartelijk bij die herinnering. Het op de kop tikken van de kilo suiker zal hem veel moeite hebben gekost, alles was schaars in die jaren.

 

Uit logeren


Dát zijn pas neven en nichten.

De kleine Kees had nog een tante en twee ooms. Eén van deze ooms heette Wiebe (Frieser kan het bijna niet). Deze oom zat ook in het agrarisch bedrijf. Hij was melkveehouder en had maar liefst 45 melkkoeien. Voor die tijd een enorm aantal. Koeien stonden in die tijd in de winter altijd binnen. Dus zijn ome Wiebe had ook een hele grote boerderij met een hele grote hooi- en strozolder. En hij had (samen met zijn vrouw Hielkje natuurlijk) drie prachtige dochters en een hele fijne neef.

Kees ging heel vaak bij zijn nichtjes en neef spelen. Hij mocht er soms ook een paar dagen overnachten. Dat was pas echt feest. Dan werd hij door zijn nichtjes, die veel ouder waren en hem als een extra broertje zagen, in de watten gelegd.

 

De hooizolder

Het mooiste tijdens die logeerpartijen was het spelen op de hooizolder. Zoals een echte hooizolder betaamt, lag ook deze barstens vol heerlijk droog en geurig ruikend hooi. Eerst klommen de bengels via een steile ladder op de hooizolder en probeerden zich diep onder het hooi onvindbaar te verstoppen. Dat duurde vaak niet lang, want het hooi zat vol stof en had je dat in je neus, dan waren het de niesbuien die precies lieten weten waar de verstekeling zat.

Dan gooiden ze hele bergen hooi van de zolder naar beneden en sprongen van boven af in het hooi. Dat veerde heerlijk en zacht. En wie het verste durfde springen was de kampioen van die dag.

AAH, wat een pret!

Na thuiskomst was die pret gauw vergeten. Want daar kreeg hij al direct bij binnenkomst een wats om de oren. Al dat hooistof en alle mogelijk beestjes die in het hooi hun thuisbasis hebben, hadden nu de kleine Kees als thuisbasis gekozen. In die tijd was een duik in de wasteil maar één keer per week voorzien. En nu moest zijn moeder tussentijds een ketel op het kolenfornuis zetten om de vele duiken van de hooizolder ongedaan te maken. En daar zat ze eigenlijk niet op te wachten. En bij die gedachte alleen al, gaf ze de kleine Kees nog eens een extra wats om de oren.


Droomvrouw Blonde Brigitte.

 

Dromen zijn bedrog?

Begin jaren vijftig verhuisde de familie naar Limburg en was het afgelopen met de logeerpartijen bij zijn oom en tante en hun kids.

Maar het duiken in het hooi werd niet vergeten. Hij droomde er wel eens van. Net zoals hij ervan droomde om ooit nog eens met ‘n persoon van het andere geslacht in een hooiberg naar een haarspeld te zoeken. Meer niet. Alleen maar zoeken naar een haarspeld.

 

Blonde Brigitte

Althans in het begin. Met het verstrijken der jaren en het toenemen van de voorlichting op school over bloemen en bijtjes veranderde dat verlangen. De haarspeld in zijn dromen werd gaandeweg vervangen door de werkzaamheden van een honingbij rondom een stampertje in een bloem. De persoon van het andere geslacht begon ook duidelijker vormen aan te nemen. De droomvrouw was een prachtige welgevormde blondine. In gedachten had hij haar ook al een naam gegeven: Brigitte.

Zijn dromen werden helaas nooit vervuld. En bij gebrek aan hooi en stro vervaagden die dromen langzaam. Tot op woensdag 10 juni 1964 de kennismaking met stro werd vernieuwd.

 

De bedden


Nieuwe rekruten, de meesten nog in hun burgerkleding, poseren in hun kamer.
Let vooral ook op de stapelbedden links en rechts met daarop die perfecte
strozakken. Foto: Henk Verhees.

“Zoek er maar eentje uit”, zei een man in militaire kleding tegen een stuk of vijftien jongemannen, die om hem heen stonden. Terwijl hij dat zei, wees hij op de bedden die in de kleine ruimte stonden. Nou ja, bedden is wellicht een groot woord voor de aangewezen eenvoudige metalen constructies. De door de militair bedoelde meubelstukken bestonden uit drie stukken: twee eindstukken en een spiraalveren matras. De eindstukken bestonden uit twee ca 80 centimeter lange verticale buizen die op afstand werden gehouden door twee horizontale buizen. Voor de sier waren er tussen deze twee horizontale buizen nog een drietal kleine verticale buizen gelast, die ook als afstandhouders fungeerden.

Aan de verticale buizen was links en rechts een driehoekige beugel gelast, waar de spiraalmatras ingehaakt kon worden. De buisconstructie was in een moedeloos makende kleur grijs gespoten. Dat was al in een ver verleden gebeurd. Dat kon je goed zien. Het droeve grijs was op sommige plaatsen geheel weggesleten. Op die plaatsen had de natuur inmiddels zijn werk gedaan en was het metaal gaan roesten. Dat gaf het geheel een nog troostelozer aanblik.

De verticale buizen liepen aan de bovenzijde taps toe. Dat maakte het mogelijk om er een ander eindstuk bovenop te plaatsen en zo meerdere bedden op elkaar te stapelen. In principe werd het aantal op elkaar te stapelen bedden alleen beperkt door de plafondhoogte van de ruimte waarin de bedden stonden. Als men wilde konden er tien, vijftien bedden op elkaar worden gestapeld.

Maar in deze ruimte stonden er maar twee bedden op elkaar. Links en rechts in de kamer stond een rij van vijf van deze dubbele bedden. Er konden dus maximaal twintig toekomstige soldaten in deze kamer een plaatsje vinden.

 

Blauwwit geruite Pullman

Op de bedden lag een blauwwit geruit iets. Waarvan iedereen in eerste instantie dacht dat het een Pullman binnenveringmatras was. Die illusie werd direct door de aanwezige militair de grond in geboord. Met “Dat zijn strozakken” hielp hij iedereen gelijk uit de droom.

Iemand liep op één van de bedden af en duwde eens op het blauwwit geruite iets waarvan we nu wisten dat het een “strozak” was. “Ik neem deze wel”, zei hij en zette zijn weekendtas op het bed. De overige jongens kregen in de gaten, dat het slim was om snel een keuze te maken. Anders bleven er alleen nog maar bovenbedden over. Slapen op een strozak was al een hele uitdaging. Maar als die ook nog eens twee meter boven de grond hing, dan was dat voor menigeen vandaag nog een etage te hoog.

 

Een nieuwe toepassing


Zo zag een goed gevulde en ergonomische gevormde strozak eruit.
Foto: Hans van de Gender, beheerder SHCRB&T.

Ook onze Kees had snel een bed uitgezocht. Hij was inmiddels veranderd van een klein Keesje in een slungelige knaap. Zijn hoge jongensstem was een paar jaar geleden veranderd. Sindsdien mocht hij niet meer optreden als solist in het jongenskoor. Eerlijk gezegd: bij een wedstrijd vals zingen zou hij zeker de hoofdprijs winnen.

Hier en daar begonnen een paar haren op zijn kin te groeien. Wat het nodig maakte, dat hij tenminste één keer in de maand de kwast en de scheerkrabber was gaan gebruiken. Die frequentie zou nu snel toenemen. Al was het alleen maar omdat het leger eiste, dat zelfs nesthaar niet op je gezicht mocht staan.

Een maand geleden had hij een oproep gekregen om zich te melden voor zijn militaire dienstplicht in Legerplaats Ossendrecht. En op die woensdagmorgen was hij na een reis van een paar uurtjes samen met nog een paar duizend jongemannen hier gearriveerd. En vervolgens met een groepje van ongeveer 15 jongens waren ze door deze militair naar dit gebouw gemarcheerd.

De opmerking “Dat zijn strozakken” riep gelijk herinneringen op aan de hooizolder van zijn oom. Bij het binnenkomen van de kamer had hij al iets geroken dat hem bekend voorkwam. Nu wist hij wat het was: stro. Maar dit was toch ander stro of hooi dan hij zich herinnerde. In dit stro kon je niet spelen of springen. Hier moest je op slapen. Op slapen. Dat was een heel nieuwe toepassing van stro, die Kees nog niet kende. Als dat maar zou bevallen.

Zijn keuze was gevallen op een bovenbed. Veel keuzes waren er namelijk al niet meer. Alle benedenbedden waren in rap tempo voorzien van weekendtassen van jongens die over snellere reflexen bleken te beschikken.

 

Inspectie van een RVV


Rinus Kweekel kon overal slapen, vooral na een paar flessen Grolsch. Foto: Rinus Kweekel.

Kees onderwierp zijn slaapplaats aan een nadere inspectie. Het blauwwit geruite iets bleek een overtrek te zijn. Waarvan de naam een paar dagen later werd onthuld: Tijk. Of, om het in diensttaal te zeggen: Tijk, katoen, blauwwit geruit, afsluitbaar met knopen, voor persoonlijk gebruik, afmeting 190 x 80 cm.

Later zou hij zich realiseren dat dit de enige van Rijkswege Versterkte Voorziening (RVV) was, die niet de kleur Legergroen had.

Uit zijn inspectie van de strozak bleek verder:

1. De Tijk had aan de hoofd-eindzijde een met knopen afsluitbare opening. Na het openen van deze sluiting ontdekte hij vervolgens:

2. Binnenin zat nog een zak. Dit was een: Binnenzak, wit, voor strovulling en persoonlijk gebruik, afsluitbaar met naaigaren, afm. 190 x 80 cm.

Dit was dus de echte strozak. Deze zak was dichtgenaaid en kon hij niet voor inspectie openen. Door betasten en met behulp van zijn vakkennis van hooi en stro kon hij vaststellen dat deze zak gevuld was met:

3. Stro, gedroogd, eerste kwaliteit.

En hij stelde vast dat de zak vakkundig gevuld was. Niet teveel, niet te weinig, precies goed. Dat zag er niet slecht uit.

En zo bleek het ook in de loop van de volgende twee maanden. De persoon/personen die voor hem en alle anderen deze zakken hadden gevuld, hadden een product gemaakt, waar mee te leven was.

Het was even wennen, maar daarna kon je er goed opslapen. Vooral als je gebroken terug kwam van een velddienst of een speedmars. Dan maakte het namelijk niet uit waarop je kon gaan liggen en zou zelfs een spijkerbed nog geriefelijk aanvoelen.

 

Geen plaats voor Brigitte

Die avond klom Kees voor de eerste keer naar de eerste etage van het tweede stapelbed aan de linkerzijde van de kamer. Hij hoopte dat ook zijn oude droom weer met hem zou gaan slapen, hier op dit stro. Helaas, toen hij op de bovenetage was aangekomen, bleek daar geen ruimte voor te zijn. De bedden bleken met hun 80 centimeter, net breed genoeg voor één persoon. Om te vermijden dat hij onder het slapen uit het bed zou lazeren, was hij genoodzaakt in het midden te gaan liggen. En zich in de slaap niet om te draaien.

Een kunst die niet iedereen beheerste. De eerste nacht kwamen er al drie kamergenoten met veel geraas naast hun bed te liggen. Schrik en hilariteit alom.

Nee, voor Brigitte was niet echt plaats op het stro in deze dienstherberg.

 


Feestje op kamer 8. Links en rechts staan de stapelbedden met daarop
de strozakken die nodig aan vernieuwing toe zijn. De hoofdkussens worden
als zitkussen gebruikt op de keiharde bank. Foto: Marinus van Schaijk.

Een scherp bed

Elke lichting dienstplichtigen claimde de uitvinder te zijn van een reeds lang bestaand militair volksvermaak: het op scherp zetten van een bed. Dat vermaak bestond eruit om de spiraalveren matras niet met de haken in de beugels te hangen. Maar de haken op de rand van de beugels te zetten. Als de nietsvermoedende bewoner van het betreffende bed zich daarna op het bed te ruste begaf, lazerde de hele constructie met veel geraas in elkaar. Hilariteit alom. Behalve als de betreffende soldaat er een hartstilstand van kreeg.

Ook was het zaak dit alleen te doen bij niet-gestapelde bedden. Anders zakte tegelijk ook het bovenbed in een spagaat en werd ook de bovenbewoner bij de val betrokken. Vaak werd dan ook alleen het bovenbed op scherp gezet.

Tja, buitenstaanders dachten dat er met een bed en een strozak niets te lachen was. Die waren kennelijk niet in militaire dienst geweest.

 

Comfortabel slapen

Na twee maanden vertrok onze Kees naar de vervolgopleiding in de Hojel kazerne in Utrecht. En ook in de Hojel kazerne bleken de strozakken goed en vakkundig gevuld te zijn.

Weer twee maanden later verhuisde hij opnieuw. Dit keer naar de Oranje-Kazerne in Schaarsbergen. Hier was de keuze een stuk groter. De kamer waarop hij en nog vier anderen werden ondergebracht was helemaal leeg. De vijf mensen konden kiezen uit twintig bedden en ieder koos een zo comfortabel mogelijk bed. Deze bedden leken al “ingeslapen” te zijn. Ze hadden een kuil in het midden en waren al gevormd naar het lichaam van de vorige bewoner.

 

Wat kan men van een strozak verlangen?


Zo zien strozakken er voor hun geboorte uit.

Strozakken moeten zo egaal mogelijk gevuld zijn. Daarvoor was het nodig om het samengeperste stro zoveel mogelijk uit elkaar te trekken. En daar vervolgens een soort van klonten stro van te maken. Die vervolgens zo regelmatig mogelijk in de binnenzakken moesten worden verdeeld. Zodat er geen dikke harde, boven de rest uitstekende delen in zaten. Want het was slecht slapen op een wasbord van stro. Nadat zo’n regelmatig gevulde strozak enige weken beslapen was, begon de strozak zich te vormen naar het lichaam van de slaper. De strozak was dan, zoals men tegenwoordig zou noemen, ergonomisch gevormd. En er bestond niets wat zo lekker sliep als een ergonomisch gevormde strozak. Zei het leger.

 

Levensduur van een strozak

In principe kon men jáááren liggen op een strozak. Het leger had een hele lange afschrijftermijn voor de inhoud van haar strozaken. Maar ooit kwam de tijd dat het stro vernieuwd moest worden.

Als het stro in een binnenzak regelmatig verdeeld was, had de strozak een dikte van circa twaalf centimeter. Door het gebruik verpulverde het stro langzaam en werd de strozak steeds dunner.

Als de dikte van de strozak niet meer bedroeg dan twee keer de stofdikte van de binnenzak en twee keer de stofdikte van de tijk, achtte het leger het tijdstip gekomen om het stro te vervangen.

Beter gezegd: dan was het tijd om het verpulverde poeder in de zak te vervangen door het reeds eerder genoemde “Stro, gedroogd, eerste kwaliteit”.

 

Het uur S

Zo’n tijdstip brak voor de C-compagnie aan in 1965. Steeds meer mensen beklaagden zich erover dat hun strozak te dun was geworden. En dat ze ‘s morgens wakker werden met de afdruk van de spiraalmatras in hun rug. Het leger besloot daarop een offerte te vragen bij een plaatselijke fouragehandelaar gespecialiseerd in eerste kwaliteit stro voor militaire doeleinden. De uitgebrachte offerte moet gunstig zijn uitgevallen, want op een dag in mei/juni 1965 reed er een vrachtwagen met aanhanger van die fouragehandelaar de Oranje-Kazerne op en manoeuvreerde tussen de gebouwen door tot hij tegenover het gebouw van de C-cie tot stilstand kwam. De aanhanger werd losgekoppeld en mannen begonnen met het lossen van de vrachtwagen. Even later kwam er een andere wagen die een enorme bak bracht. Deze bak zou worden gebruikt om de strozakken te ontdoen van de ongewenste stof inhoud.

 

S-Day

Het was een prachtige dag, het zag er niet naar uit dat er nog regen zou komen. Er stond een matige wind, kracht drie op de Beaufortschaal.

Direct na het ochtendappel begonnen de werkzaamheden. Iedereen moest zijn eigen strozak voorzien van nieuw stro. En ieder die in de afgelopen maanden had lopen mekkeren, dat zijn strozak niet goed gevuld was, kon nu bewijzen dat hij het zelf beter kon.

Zo’n zak vullen kan eigenlijk niet door één persoon worden gedaan. Daar is hulp bij nodig. En het is ook niet in één kwartiertje gebeurd. Dat was natuurlijk helemáál geen probleem. De mannen hadden toch geen andere plannen voor die dag. Men nam er alle tijd voor.

Het personeel van de fouragehandel had de vrachtwagen inmiddels leeg gestapeld en er stonden hoge stapels geperst en gebonden stro op het wegdek.

 

Het werd een hilarische dag. Allereerst moesten de zakken één voor één geleegd worden in de afvalbak. Het leegkiepen van zo’n lange zak is geen sinecure. Dat moest met twee, liefst met drie mannen gebeuren.

Rinus Kweekel, Henk Pierik en Jan ten Zende, drie vaste maten van kamer acht, vormden een groepje en zouden het spits gaan afbijten. Alle anderen stonden naar hun verrichtingen te kijken.

Jan ten Zende hield de opening in de afvalbak. In het midden stond Rinus Kweekel die de zak ondersteunde. Henk Pierik stond achteraan een beetje op zijn tenen te dansen en probeerde al hutselend de zak leeg te frunniken. Dat lukte van geen meter. Nadat Jan en Henk van plaats verwisseld waren, ging het een stuk beter. Jan klopte onder de strozak, terwijl hij hem steeds hoger hield. Met een enorme stofwolk plopte de inhoud in de afvalbak. Het trio zag er na het legen van hun zak uit als een stel bakkersknechten. Die een paar zakken meel in een deegbak hadden leeggegooid en vervolgens in de bak waren gevallen.

 

Reuzen worsten

Daarna moest de strozak weer met vers stro gevuld worden. De mannen namen een pak stro van de hoge stapel, sneden de touwen door en begonnen het samengeperste stro uit elkaar te trekken. Vervolgens werden lange dotten stro vanaf het einde in de strozak gestopt. Ze werkten zich zo langzaam naar voren tot de zak geheel gevuld was. Daarna werd de zak met een grote steek dichtgenaaid en kwam er een schoongewassen tijk omheen.

 


Zo, die zijn weer goed gevuld, nu eerst een Bavaria. Foto: John Ernst.

Klaar was strozak nummer 1. Onder luid gejuich van de overige dienstmakkers werd de strozak door de drie noeste werkers naar hun kamer gedragen. En de tweede groep van drie soldaten begon aan de renovatie van ‘n strozak.

Zo kwam iedereen aan de beurt. Iedereen mocht dat ook naar eigen goeddunken doen. En zo ontstonden er de mooiste creaties strozakken. Stoer dik, dun, slank en elegant. Ook waren er mannen die nog lang moesten dienen en daar alvast rekening mee hielden. Tegen alle goede raad in, duwden ze de zakken propvol. Tot deze zo dik en rond waren als een reuzen worsten. Daar zouden ze die avond spijt van krijgen.

Halverwege de middag was iedereen klaar en waren alle zakken opnieuw gevuld. De omgeving van de compagnie zag eruit of er een tropische zandstorm over de O.K. was gegaan. Het grootste gedeelte van het rondgewaaide stof en stro werd door de mannen bij elkaar geveegd en de rest werd aan de krachten van de natuur overgelaten.

Die avond ging iedereen op een nieuw bed slapen. En dat was weer even wennen. Er zaten altijd nog wel een paar dikke stukken in het stro. Dat zou na verloop van een paar dagen minder worden.

De mannen met de dikke worsten ontdekten nu een probleem: het was niet mogelijk om op die worsten te slapen. Ze rolden er gewoon vanaf. Zelfs nadat ze er nog op hadden staan springen of met de pionierschep op hadden geslagen. Die moesten midden in de nacht de zak weer half leeg maken.

 

Andere tijden

Na het hervullen van de strozakken konden de mannen weer even vooruit. Maar er dienden zich langzaam maar zeker andere tijden aan in het leger. Dienstplichtigen werden steeds mondiger en begonnen meer en meer kritiek te hebben op de noodzaak van de dienstplicht, de betaling, de groetplicht, de legering en de strozakken. Het begon te rommelen in het leger. De dienstplichtigen begonnen zich te roeren.

 

VVDM

Er zaten pientere mannekens bij de Verbindingsdienst en Loebas Oosterbeek was er zo eentje. Hij was dienstplichtig en gelegerd in de Elias Beeckmankazerne in Ede. Een andere dienstplichtige had onder een appel laten weten het allemaal maar een belachelijke vertoning” te vinden. Als dank voor zijn constructieve bijdrage aan het militaire leven, kreeg hij vijf dagen verzwaard arrest. En dat was de directe aanleiding voor Loebas om op 4 augustus 1966 de VVDM (Vereniging van Dienstplichtige Militairen) op te richten.

In de loop der daaropvolgende jaren kreeg de VVDM veel publiciteit en wist een groot aantal zaken voor dienstplichtigen te veranderen. Tegen eind 1967 werd de soldij afgeschaft en kregen dienstplichtigen een meer normale beloning. De groetplicht ging er uit. Een van de opvallendste zaken die de VVDM bereikte was het vrijlaten van de haardracht. Dat tot gevolg had dat de Nederlandse dienstplichtigen (demonstratief?) met langere haren rondliepen dan de jongens in de burgermaatschappij. De VVDM bereikte ongelooflijk veel voor de dienstplichtigen. Hoewel in latere jaren de steun voor de VVDM afnam ten gunste van een andere vereniging: AVNM.

 

Terug naar 1965


Op de sergeanten- en korporaalskamers sliep het
één hoog met gewone matras 'n stuk beter.
Foto: Jan van Vegchel.

Maar zover was het nog niet. Het was nu nog pas 1965. Grote gebeurtenissen werpen hun schaduw vooruit. Er gingen dingen veranderen. De eerste signalen daarvan merkte men zo in het midden van dat jaar.

Tot die tijd sliepen soldaten en korporaals altijd gewoon bij elkaar op de kamer. Plotseling moesten in juni/juli 1965 mannen die bevorderd waren tot korporaal (gewoonlijk was dit vier-vijf maanden vóór het afzwaaien) verhuizen naar ‘n korporaalskamer. Dit was één van de legeringskamers in hetzelfde gebouw en op dezelfde gang. Daar kregen de korporaals ongestapelde bedden met binnenvering matrassen en lakens.

Ook werd er in het Cafetaria (De Vreetschuur) een ruimte afgetimmerd. Deze ruimte kreeg de veelbelovende naam Korporaalsmess. Maar hij was precies hetzelfde als de gewone eetzaal en had ook dezelfde tafels en daaraan vast gelaste stoelen.

De korporaals die nog maar een paar maanden hadden te dienen, weigerden om die laatste paar weken nog afscheid te moeten nemen van hun vertrouwde maten. Maar tegen oktober 1965 sliepen alle korporaals toch op een aparte kamer.

Ook onze Kees had die pech. Hij werd op 1 augustus 1965 bevorderd tot korporaal. Net hersteld zijnde van de stoflongen opgelopen bij het vervangen van het stro in zijn strozak, moest hij nu verhuizen. En zo sliep hij de laatste paar maanden van zijn militaire dienst tussen de lakens. Helaas, ook nu weer zonder zijn droomvrouw Brigitte. Die had al na de eerste nacht op 10 juni 1964 het leven op een militaire strozak voor gezien gehouden. Ze was vertrokken en keerde niet meer terug.

 

B. Cornelis, 22 mei 2011. Met bijdragen van Anefo/R. Mieremet, John Ernst, Hans van de Gender, Historische Collectie Regiment Bevoorradings- & Transporttroepen, Rinus Kweekel, Marinus van Schaijk, Piet Toonstra, Jan van Vegchel, Henk Verhees.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.