Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

Mata Hari en de Verbindingsdienst

 

Mata Hari


Mata Hari zoals we haar kennen:
exotisch en erotisch. Foto: X.

De Verbindingsdienst hield zich ook bezig met het verzamelen van inlichtingen. In de volksmond wordt deze bezigheid ook wel spioneren genoemd.

Vrouwelijk schoon en verleidingskunsten zijn vaak gebruikt om geheimen los te peuteren. Denk maar eens aan Delilah die aan Samsom het geheim van zijn krachten ontfutselde en dit vervolgens aan de Filistijnen doorbriefde.

Eén van de bekendste personen waarvan gezegd werd dat zij zich met spionage bezighield, was Mata Hari.

Mata Hari werd op 7 augustus 1876 in Leeuwarden geboren als Margaretha Geertruida (Griet) Zelle. In 1895, op 18-jarige leeftijd, trouwde zij met een kapitein van het KNIL leger en vertrekt met hem naar Nederlands-Indië, waar zij de Indonesische cultuur en tradities bestudeerde. Zij werd daar lid van een dansgroep en begon als danseres op te treden onder de naam Mata Hari (Oog van de Dageraad). Het huwelijk strandde en in 1902 keerde het gezin terug naar Nederland. Waarna Griet naar Parijs vertrok en daar als de artieste Mata Hari in haar onderhoud probeerde te voorzien. Haar optredens bestonden uit exotische dansen waaraan ze een flinke dosis erotiek had toegevoegd. En ach, erotiek trok ook al in die jaren de aandacht van welgestelde mannen en hooggeplaatste officieren. Waarmee ze warme banden opbouwde en onderhield. Vooral tussen de lakens. Een mens moet toch leven, nietwaar?

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal. Mata Hari kon als Nederlandse tussen Nederland en Frankrijk heen en weer reizen, maar die reizen moesten wel steeds via Engeland en Spanje verlopen.

Haar vele reizen en haar relaties met hoge officieren bleven niet onopgemerkt. En plots was daar het vermoeden dat onze Friese schoonheid de vele bedgeheimen die haar werden toevertrouwd, doorspeelde aan de tegenpartij. Ze werd gearresteerd en na een kort proces ter dood veroordeeld. Op 15 oktober 1917 werd het doodvonnis in Vincennes door een vuurpeloton voltrokken.

Al direct waren er vele protesten en tot op dag van vandaag is het onduidelijk of ze werkelijk een spionne is geweest. De mystiek om haar heen en de verhalen die later ontstonden zorgden er voor dat zij wereldberoemd werd. In 2017 wordt haar gerechtsdossier openbaar en dan komen we meer over haar veroordeling te weten. Dus nog even een paar jaartjes wachten.

 

De Verbindingsdienst


Logo van 898Vbdbat.
Foto: Ben ten Brink.

In het verhaal De Verbindingsdienst en de Vliegende Tijgers komen een aantal Verbindingszusjes voorbij, die allemaal een bijzondere taak hadden.

Een heel speciaal onderdeel was het 105Verbindings-Verkenningsbataljon (105VbdVerkbat). Dit kreeg in latere jaren een aantal andere namen: 105Radiocie, 890Radiocie en als laatste de naam 898Verbindingsbataljon-Radiocompagnie (898Vbdbat-Radcie).

De mannen van 898Vbdbat hadden als thuisbasis Kamp Holterhoek in Eibergen. De club was een supergeheime eenheid, die zich bezig hield met het onderscheppen, ontcijferen en lokaliseren van (mogelijk) vijandig berichtenverkeer. Zoals al eerder gezegd: het verzamelen van inlichtingen was een heel belangrijke taak van de Verbindingsdienst. Niet voor niets was de Militaire Inlichtingen Dienst (MID) een onderdeel van de Verbindingsdienst. En 898Vbdbat was een rechtstreeks onderdeel van de MID.

Het symbool van 898Vbdbat-Radcie is een schild met daarop een zwaard met twee bliksemschichten en op de banier in Latijn: "Audio - Video - Taceo" (horen - zien - zwijgen).

 

Oude raven

In de Noordse mythologie dienden de twee raven Huginn en Muninn de god Odin als zijn ogen en oren. Elke morgen vlogen zij uit en keerden ‘s avonds terug. Vervolgens namen zij plaats op de schouder van Odin. En fluisterden hem alle nieuwtjes in die ze die dag hadden gehoord. Zo was de oude baas op de hoogte van alle ontwikkelingen in zijn rijk. En kon daarop zijn maatregelen treffen. Terwijl niemand in de gaten had, dat die zwarte lieverdjes spionnen van de baas waren.

De raaf is het symbool van de Elektronische Oorlogvoering (EOV). In het algemeen spraakgebruik worden raven ook wel kraaien (Engels: Crows) genoemd. Old Crows is een bijnaam voor mannen die zich (in het verleden) bezighielden met EOV.

 

11Verbindingsbataljon


Baretembleem Verbindingsdienst. Foto: Kees Blokker.

In de basisopleiding hadden we al geleerd hoe belangrijk het is om zoveel en zo nauwkeurig mogelijk te weten hoe en waar je vijand zit, hoe sterk hij is en wat zijn plannen zijn. Om dat uit te vinden leerden we op verkenning te gaan, afstanden te schatten, uniformen en onderscheidingstekens te herkennen. Enzovoort.

Ik zelf was, eerlijk gezegd, al blij dat ik de onderscheidingstekens op onze eigen uniformen kon herkennen. Dus voor spionage was ik niet zo in de wieg gelegd. Ik hield me meer bezig met het leggen en onderhouden van de verbindingen. Wat ik wel zo leuk vond.

In geval van oorlogsdreiging verzorgden de A, B en C-Verbindingsbedieningscompagnie van het 11Vbdbat de verbindingen tussen de verschillende gevechtsonderdelen van de 1e Divisie en de 1e Divisie zelf. Al die verbindingen kwamen samen bij het commandocentrum, het Logistiek, van de Divisie.

 

Het Logistiek

In het Logistiek zaten de staven van de Divisie. Maar ook de staven van verschillende gevechtsonderdelen. En de leiding van de verbindingscompagnie die op dat moment de verbinding verzorgde. Bij een verplaatsing werd een volgend Logistiek ingericht en daar verzorgde één van de andere compagnieën de verbinding.

Zo gauw de plaats van het Logistiek was vastgesteld, begon de betreffende compagnie met het inrichten van de verbindingen. Het was dan een levendige drukte in het Logistiek. Alle pelotons probeerden elkaar zoveel mogelijk voor de voeten te lopen. Als het ene peloton ergens een aggregaat neer zette, bleek dat net op de plaats te staan waar een ander peloton de antenne mast wilde neer zetten. Waardoor het aggregaat verplaatst moest worden. Vervolgens werd pal ernaast een slaaptent opgezet, die na een onrustig nachtje in razend tempo ook weer verplaatst werd. En zo waren er nog wel wat strubbelingen. Maar de verbindingen werden altijd in record tijd gelegd.

 

Wie deed wat?

Het Radiopeloton van vaandrig Vis en sergeant Fred Sijnhorst klapten hun sprietantennes uit en mannen als Wim Schipper en Wim Peppelman begonnen met het leggen en testen van de verbindingen met hun tegenposten.

Ook het Radioschakelpeloton van vaandrig Rob van Kordelaar was druk bezig. Drie of vier van zijn schakelwagens waren gedetacheerd bij de gevechtsonderdelen waarvoor ze de verbinding moesten verzorgen. In het Logistiek stonden de resterende wagens. Zij waren de tegenposten van de gedetacheerde wagens. Elke wagen had een sergeant als postcommandant. Dat waren mannen als Appie Aalbers, Jan Brans, Jo Debets, Peter de Pijper en Ger Vossen. Op hun wagens stond radio- en draaggolf apparatuur, maar ook had elke wagen een Lorentz telex met bijbehorend Ecolex vercijferapparaat. Naast de postcommandant bestond de bemanning van een schakelwagen uit ‘n chauffeur, twee bedieningsmannen voor de radioschakelapparatuur en twee telexisten. Het Schakelpeloton was één van de grootste pelotons met mannen als Adri de Bie, Lex Bosveld, André Brennikmeijer, Frits Diks, Frits Haen, Leen van de Hor, Cor Keet, Leo Leenaarts, Evert Meuwissen, Johan Sacré, Wim Smeltink enzovoort, enzovoort.

De mannen liepen het vuur uit de sloffen om de verbinding zo snel mogelijk te kunnen leggen. Het was altijd een genoegen om als eerste tegen de tegenpost te kunnen zeggen als de verbinding er in zat: “Waar bleven jullie toch? We zitten al meer dan een dag op jullie te wachten”.

 

Typesoldaat of schrijfsoldaat


Voorbeeld van een tijdens oefening Hou Doe I gebruikt berichtenformulier.
Foto: Ger Vossen.

Het BK Telexpeloton van vaandrig Peter Moeys zette het Berichtenkantoor op en richtte de telexwagen in. Hij beschikte onder meer over de sergeanten Henk den Hartog en Harry Kuijpers. En mannen als Louis Eyck, Peter van Lith, Gerrit ter Reehorst, Jan Rikken, Paul Rybakowski en Henk Verbakel.

Zo’n berichtenklerk had het niet gemakkelijk. Denk er even aan: dit was de tijd dat er (bijna) geen kopieerapparaten waren. Ook het zelf kopiërend carbonpapier bestond nog niet. Berichtenformulieren zaten in dikke blokken. Om een kopie van het geschreven bericht te krijgen, werd er tussen de verschillende bladen een vel zwart carbon papier gelegd. Door tijdens het typen hard op de toetsen te rammen of bij het schrijven hard op de pen te drukken, werd het geschrevene doorgedrukt op het onderliggende blad en zo werd een kopie gemaakt.

Een bericht dat aan meerdere geadresseerden moest worden verzonden, moest eigenlijk voor elke geadresseerde opnieuw worden geschreven of getypt. Met de kans om bij elke overschrijving een fout te maken. Om dat zoveel mogelijk te vermijden, werden er net zoveel vellen carbonpapier tussen de bladen gelegd als er geadresseerden waren. Om nog een leesbare afdruk te krijgen moest het bericht met steeds grotere kracht worden geschreven. Toch moest vaak de geadresseerde die de achterste afdruk kreeg, maar raden wat er op het papier stond of had moeten staan.

 

EHBO

Het Lijnpeloton van vaandrig Adriaans beschikte ondermeer over de sergeanten Bram de l’Ecluse, Henk Nijhuis, Jan van Vegchel, Han Verkaart en Henk Verhees en vele mannen zoals Willy Broens, Appie Hammink, Kees Tijs, Jan Wanders.

Tot de uitrusting van het peloton behoorde de telefooncentralewagen. Het Lijnpeloton legde met de dikke 1DA kabelrollen de lijnen tussen hun centralewagen, de verschillende radio schakelwagens en de telexwagen. Voor enkele lijnverbindingen beschikten ze over het taaie WD-1/TT draad. Dit was koperdraad dat versterkt was met staaldraden. Als je dat moest afknippen of aansnijden was je nog niet klaar. Bij het kabelstrippen veroorzaakten die staaldraden nog wel eens een jaap in je vingers. Dus moest de kabel gestript worden, dan lieten we dat meestal door een Filler doen (iedereen moest het vak leren, niet waar?). Liep die Filler daarna met bloedende vingers rond, heette het: “Ik haal de pleisters wel”.

Het Lijnpeloton installeerde ook de telefoons in de verschillende commandoruimtes. De gebruikers hoefden daarna nog maar ‘n keer aan de veldtelefoon te slingeren om verbinding te krijgen met een van de centralisten als Leen den Boer of Han Neeskens. Die vervolgens de gewenste verbinding tot stand probeerde te brengen.

 

Een motto


Het logo en motto van het
regiment Verbindingstroepen.

Het motto van de Verbindingsdienst is: “Nuntius Transmittendus”. In het Nederlands: “Het bericht moet door”. En dat is wat we dan ook zoveel mogelijk probeerden te bereiken. Als in het Logistiek één van de commandanten een bericht wilde versturen, werd dat bericht aangeboden bij het Berichtenkantoor van het BK Telexpeloton. De dienstdoende berichtenklerk nam het bericht in ontvangst en zette het op een berichtenformulier. Daarna werd het geclassificeerd. Aan de hand daarvan werd besloten hoe het bericht vercijferd en verzonden zou worden: via telex, een motorordonnans of radio telegrafisch via het Radiopeloton.

De classificatie van berichten liep uiteen van Ongeclassificeerd, Dienstgeheim, Geheim tot Top geheim. Ongeclassificeerd was het minst geheime, maar goede ongeclassificeerde berichten mochten toch niet in de handen van de vijand vallen. Bij valse berichten lag dat anders. Hoe meer de vijand daarvan in handen kreeg, hoe meer wij ons in de handen wreven.

Na classificatie ging het bericht naar één van de vercijferaars en vervolgens werd het bericht op de gekozen manier verzonden.

 

Ecolex 4

Telexberichten konden onversleuteld worden verzonden, maar ook via een Ecolex 4 vercijferapparaat. Hierbij werden de telexsignalen versleuteld door er een signaal bij op te tellen. Dat signaal werd er in de ontvangende Ecolex weer afgetrokken en dan stond er het oorspronkelijke telexbericht weer. Dat, als het door een vercijferaar gecodeerd was, natuurlijk daarna eerst nog eens door een vercijferaar gedecodeerd moest worden.

De Ecolex 4 werkte met twee gelijke papieren ponsbanden. Voor het verzenden moesten die banden in de verzendende en de ontvangende Ecolex precies gelijk worden gelegd. Anders werd niet het juiste teken opgeteld, respectievelijk afgetrokken. Als dat gebeurde stond er iets op de telex wat Chinees leek en door werkelijk niemand te ontcijferen was.

 

Eet smakelijk

Top geheimen mochten alleen via motorordonnansen verzonden worden. In het dreigende geval dat ze in handen van de vijand zouden vallen, moesten ze de berichten opeten. Vandaar dat er bij hen stemmen opgingen om de berichten op eetbaar papier te printen.

 

Een praktijk voorbeeld


Jan Rikken druk bezig voor de tent van het Berichtenkantoor
in La Courtine. Foto: Jan Rikken.

Laten we nu eens kijken hoe dat berichtenverkeer verliep en eruit zag. Om geen geheimen te onthullen neem ik een eetbaar voorbeeld. De commandant van de keuken (Henk Heidema) verantwoordelijk voor het in leven houden van de manschappen wilde dit bericht verzenden: “De piepers staan op. Ik doe er soep en spruiten bij. Eten over een uur”.

Zoals je wel kunt bedenken, is dit een bericht dat van groot belang is voor alle mannen. De keuken-kapitein liep er mee naar het Berichtenkantoor en gaf het aan één van de dienstdoende berichtenklerken van het BK Telexpeloton.

Je moet verder ook nog even weten dat het van belang is, dat de vijand niet wist of te weten kwam wat onze etenstijden waren. Dan waren we namelijk minder op onze hoede en zou het een fluitje van een cent zijn om de 1e Divisie buiten gevecht te stellen. En dat was iets wat het Nederlandse volk niet van ons verwachtte, toen ze ons voor onze verdedigende taak had opgeroepen.

De berichtenklerk besloot derhalve om het bericht de classificatie “Geheim” te geven. En alle berichten met een classificatie “Geheim” of hoger moesten vercijferd worden. Nadat hij het bericht op een berichtenformulier had gezet (Het Leger had nu eenmaal zijn procedures), liep hij naar een ruimte waar de Vercijferaars zaten. Dit was een afgescheiden ruimte. Op de deur daarvan stonden de woorden: “Verboden voor onbevoegden”. En, jullie wisten het nog niet, de Vercijferaars waren speciaal gescreende mensen. De Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) had een onderzoek gedaan naar hun achtergronden,  hun politieke voorkeuren en of ze lid waren van verdachte organisaties. Dat was niet zo verwonderlijk, want deze jongens beschikten over de handboeken en de kennis om al het Nederlandse berichtenverkeer te coderen en te ontcijferen. En daar had Boris Ruskie buitengewoon veel belangstelling voor.

 

Coderen

Goed. De dienstdoende Vercijferaar (ook van het BK Telexpeloton) greep een van zijn handboeken en zette zich aan het vercijferen van het bericht. Hij moest opschieten, want etenstijd kwam dichterbij en Henk Heidema had er een hekel aan als zijn mannen koude prak kregen.

Nadat hij (de vercijferaar, niet Henk Heidema) met zijn codeerwerk klaar was, zag het bericht er zo uit: “Grootmoeder wat heb je een grote mond. De appel valt niet ver van de boom. Wie het eerst komt, het eerst maalt”.

Ook stonden er nog wat codes op. Zoals: de identificatiecodes van de zendende en de ontvangende telex, aan wie het verzonden moest worden, de datum en de TVZ (Tijd van Zenden) met een letter erachter (A voor Alpha tijd als het Nederlandse tijd was. Of  Z voor Zulu tijd als het de Greenwich Mean Time was). Ook stond er een aanwijzing voor de ontvanger op welk handboek deze moest gebruiken om het bericht weer terug te zetten in normale taal.

Een telex kende alleen maar hoofdletters. De classificatie en het eigenlijke bericht stond tussen de letters BT. Getypt op een telex zag het bericht er ongeveer zo uit:

 

RR RXFBNH

DE RXFBNI 00 011600A

011555A (dit zijn de datum en tijd waarop het bericht aan het berichtenkantoor werd aangeboden).

FM : 1DA

TO : ALLEN

BT

GEHEIM GO18

EXERCISE DESSERT STORM

GROOTMOEDER WAT HEB JE EEN GROTE MOND. DE APPEL VALT NIET VER VAN DE BOOM. WIE HET EERST KOMT HET EERST MAALT.

BT


Johan Scholten poseert hier nog als aspirant-
ordonnans. Maar binnenkort mag hij die
Matchless G3L de zijne noemen.
Foto: Johan Scholten.

 

Even opletten

Het bericht kon nu verzonden worden. De berichtenklerk kreeg het gecodeerde bericht terug. Hij keek waar het heen moest. Omdat het een Geheim bericht was, moest het met een motorordonnans verzonden worden. Dat was heel lastig. Want dat betekende dat de meeste mannen geen of koud eten zouden krijgen. Hij bedacht daarop een trucje (“creatief initiatief nemen” noemde Het Leger dat): alle berichten voor de hoofdkantoren liet hij per motorordonnans verzenden. De berichten voor alle anderen declasseerde hij tot “Ongeclassificeerd“.

Daarna liep hij naar de tent waar de motorordonnansen zoals Gerrit Tijsterman en Johan Scholten zaten te rikken of te klaverjassen. Hij overhandigde hen de berichtentas met de verzendlijst en een getekende rijopdracht. De motorordonnansen trokken hun lederen jassen aan, zochten naar hun motorhelm zonder binnenpot en de motorbril. Ze haalden hun Matchless op en startten de motor met een flinke trap op de kickstarter. Wat ook wel eens tricky kon zijn. Stond de schuifhandel van de voorontsteking namelijk nogal in de vóórstand, dan kreeg je een enorme terugslag van de kickstarter. En liep je de rest van de oefening met een ontwricht linkerbeen rond.

 

 

 

 


Koos Verbruggen achter de Lorenz TT 3015A telex met rechts op de voorgrond
de Ecolex 4 cryptograaf. Kees Blokker komt net binnen. Foto: Marinus van Schaijk.

Ontcijfer dit maar eens

Vervolgens ging de berichtenklerk naar de Telexwagen en liet de gedeclasseerde berichten aan de andere geadresseerden verzenden. Dat gebeurde als Ecolex versleuteld telexbericht. Het bericht zag er daarna zo uit:

 

 “E@31 5%^AL H$ @!?/¿ HIK{+@#$% ^&KJP(09. K!@#$%^&*(). P)(*&^%$#@!1234“.

 

Dit ziet er er alarmerender uit dan het is. Er is pas echt reden tot schrik wanneer deze tekst ook zo op de ontvangende telex zou worden afgedrukt. Maar als de verzendende en de ontvangende telexist de ponsbanden in de Ecolex exact gelijk hadden gelegd, werd het bericht perfect op de ontvangende telex afgedrukt.

 

Bij de ontvanger werd nog even in het codehandboek gekeken om het terug te zetten in normale taal. En vervolgens repte iedereen zich daarna als een speer naar het Logistiek voor de soep en de aardappelen met spruiten. Behalve dan de mannen die het bericht via de ordonnansen kregen. Dat duurde wat langer. Zij kregen meestal koude soep en wat er over was van de aardappelen en de spruiten.

 

Nog een motto

In tegenstelling tot het voorgaande voorbeeld, werden in werkelijkheid de door ons gelegde verbindingen vooral gebruikt om inlichtingen te verzamelen en aan de hoofdkwartieren door te geven. Of om gevechtsinstructies aan de infanterie, of cavalerie door te geven. De telexverbindingen werden vooral gebruikt voor het doorgeven van richt- en correctiecoördinaten aan de artillerie. Vergeleken bij het werk van deze onderdelen was het werk van de Verbindingsdienst vrijwel onzichtbaar. Maar er gebeurde niets in het leger of de Verbindingsdienst was er bij betrokken.

 

Mijn instructeur in de basisopleiding in Ossendrecht was wachtmeester van der Velde. Hij was een artillerist in hart en nieren. Hij omschreef de Verbindingsdienst als: De Verbindingsdienst is het zenuwstelsel van het leger. Als het brein besluit dat een arm of een been moet bewegen, geeft het dat via het zenuwstelsel door aan die arm of dat been. Zonder zenuwstelsel gebeurt er niets, ligt alles stil. De Verbindingsdienst zorgt ervoor dat het leger kan functioneren. En daar mogen jullie best trots op zijn”. Die van der Velde was een hele aardige man.

De Verbindingsdienst zorgde er voor dat alle berichten hun bestemming bereikten en we klopten ons niet voor elk verzonden bericht op de borst. Het tweede motto van de Verbindingsdienst was namelijk: “Bescheidenheid siert de mens”.

 

Kees Blokker, Voerendaal, 28 april 2011. Met bijdragen van Ben ten Brink, Charley Knijff, Jan Rikken, Marinus van Schaijk, Johan Scholten, Ger Vossen, X.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.