Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

Mini Rokjes en Afscheid. De basisopleiding loopt ten einde. Vrijdag 31 juli 1964.

 

Schuttersputje


Frits Diks graaft een schuttersputje

voor de hele batterij. Foto: Frits Diks.

Tegenover de kazerne lag de Ossendrechtse Heide. Deze heide bleek het favoriete speelterrein van van der Velde te zijn. Regelmatig gingen we daar heen en liet hij ons daar uit. We gingen er op bivak (wat dat was wisten we toen nog niet). Op het eerste bivak leerden we om twee halve pubtentjes aan elkaar te knopen en om in het aldus ontstane “hol” met je maatje te overnachten. De term “holmaatje” was snel geboren en was nogal dubbelzinnig.

We leerden om alles goed te camoufleren. Het was heel belangrijk om de voorkant van de tent dicht te maken. Het zwarte gat was heel opvallend in het landschap. Met een open tent had de vijand je snel opgespoord.

Schuttersputjes graven was ook zo’n belangrijke militaire bezigheid. Doel was om vanuit een schuttersputje een eventuele aanvallende tank of vliegtuig buiten gevecht te stellen. Ik heb ook wel eens een oorlogsfilm gezien waarin dat lukte, maar met onze .30-M1 Karabijn leek me dat toch echt niet haalbaar. Van der Velde was niet onder de indruk van onze argumenten. “In dat geval graaf je de put maar als tijdverdrijf”, zei hij.

Dus moesten we toch onze pionierschop gaan testen. Het was de kunst om de put zo klein mogelijk te maken, vooral als de grond hard was. En gek genoeg, moesten we altijd in keiharde grond graven.

Toch had je nog altijd van die enthousiaste jongens (waarschijnlijk waren dat mijnwerkers) die in plaats van zo’n éénpersoons putje, gelijk maar een nieuw Panamakanaal groeven. Die hadden ze beter bij de Genie kunnen indelen.

 

Na veldloop overleden

Op de Ossendrechtse Heide was een steile zanderige heuvel. Van der Velde ging altijd aan de voet van de heuvel zitten en riep vervolgens zo iets als “Charge”. Waarna wij de heuvel moesten bestormen. Op zich viel dat wel mee, ware het niet dat hij ons dat altijd liet doen in veldtenue en met volle bepakking. En met onze .30-M1 Karabijn (serienummer mij nu niet meer bekend) in de aanslag.

 

Zoals ik al eerder heb gezegd, was de zomer van 1964 heel warm en zonnig. Het is duidelijk dat dit soort werkjes door ons in die warmte niet met vreugde werden begroet. Totdat er midden juli 1964 in een andere kazerne, bij een ander onderdeel tijdens de militaire basistraining twee dienstplichtige soldaten van de lichting 64-3 waren overleden.

Onmiddellijk ging de rem op alle basisopleidingen in Nederland. Vanaf dat moment werden we aangemoedigd om niet meer als eersten, maar juist als laatsten binnen te komen. Wat we eigenlijk wel zo lekker vonden.

De overleden twee dienstplichtigen heb ik nooit gekend en waren ook geen makkers van de Verbindingsdienst. Maar altijd als ik aan mijn eigen basisopleiding denk, komen ook deze twee overleden jongens terug. We gingen in dienst omdat het moest en gingen ervan uit dat we ook weer gezond de dienst uit zouden komen. Maar het had ook heel anders af kunnen lopen. En we hebben geluk gehad, dat datgene waar we voor getraind werden, nooit hebben hoeven uit te voeren. Meer informatie over de overleden militairen vind je op de pagina: In juni en juli 1964 na veldloop overleden.

 

Kaartleesoefening


De stormbaan kende voor ons geen geheimen meer. Foto: LFFD.

Eind juli 1964. De basisopleiding liep langzaam ten einde. We hadden inmiddels al de nodige keren over de Ossendrechtse Heide gerend en de hindernisbaan op de Legerplaats had voor ons ook geen geheimen meer. Er waren eigenlijk niet veel militaire zaken meer die we nog niet snapten, dus werd het tijd om de kroon op het werk te gaan zetten. Dat was de vuurdoop op de stormbaan van de Harskamp. Om daar op voorbereid te zijn was er nog een oefening op de Ossendrechtse Heide.

We werden tegen het vallen van de avond in verschillende groepen gedropt en moesten de weg terug vinden naar het PMT net buiten de kazerne. Dat leek makkelijk. Om het moeilijk te maken hadden ze op verschillende plaatsen vijandelijke mitrailleurposten geplaatst die op ons zouden schieten met echte kogels. Die posten zagen we niet, maar we hoorden ze natuurlijk wel.

 

Ervaren Cowboy

Ik was aangewezen als leider van één van die gedropte groepen. Omdat ik vroeger veel cowboytje had gespeeld, waarbij ik regelmatig was “dood geschoten” (en me dus daarna niet meer mocht bewegen), had ik al wat ervaring opgedaan om in leven te blijven. Ik besloot om met mijn groep in een zo groot mogelijk boog om die mitrailleurposten heen te trekken. Er geen rekening mee houdende dat het met het verder invallen van de duisternis steeds moeilijker zou worden om ons te oriënteren (bij het cowboytje spelen moest ik namelijk altijd al voor donker thuis zijn). Om half elf waren we dan ook al compleet verdwaald en tureluurs van het in de rondte lopen. Uiteindelijk heeft een door van der Velde opgezette reddingsgroep ons rond twee uur ‘s nachts in België terug gevonden.

 

Ondanks die misser mochten we toch naar de stormbaan in de Harskamp. Hier kregen we dan de vuurdoop. We moesten 25 meter met volle bepakking onder prikkeldraad door tijgeren, terwijl er boven ons met scherp werd geschoten. Iedereen, ook de Pathologen, slaagden voor deze test en aan het eind van die dag werd er in ons RIMO boekje geschreven: “Geoefend soldaat”. Vanaf dat moment hoefden we bij de exercitieles ook niet meer: “Links…Rechts” te schreeuwen.

 

Open Dag


Open Dag in Ossendrecht. De mini rokjes zorgden voor veel afleiding. Foto: X.

Tegen het eind van basisopleiding was er een Open Dag. Op die dag waren alle ouders, verloofden, partners, echtgenotes, kortom iedereen die er geïnteresseerd in was, uitgenodigd voor een Open Dag in Ossendrecht. De bedoeling was om aan al de bezoekers te tonen wat een geweldige soldaten we wel niet waren geworden. Er waren schietdemonstraties en nog wat militaire krachtpatserij. We mochten onze kamers laten zien en de andere ruimtes waar wij onze tijd hadden doorgebracht.

De Open Dag begon met een parade die ik nooit vergeten zal. Alle op de kazerne gelegerde onderdelen stonden aangetreden op de enorme exercitieplaats. Ook de Artilleriejongens. Om iedereen een plaats te geven, maar vooral om zoveel mogelijk te imponeren, stonden we niet in rotten van 4, zoals we dat altijd geoefend hadden. Maar in rotten van 16, zoals de Russen ook altijd op het Rode Plein voorbij marcheerden.

Voor die jongens van de Artillerie was dat niet zo moeilijk. Die hadden dat waarschijnlijk ook al een paar keer geoefend. Maar als je dat de jongens van de Verbindingsdienst laat doen, is dat vragen om moeilijkheden. Zeker als je ze daar van te voren niets van verteld hebt.

Afijn, we stonden daar in lange rotten van 16 personen. Zoals altijd die zomer scheen het zonnetje. Aan alle kanten van het exercitieterrein stonden de aanwezige familieleden te kijken. Hier en daar stond een verloofde te zwaaien naar haar vriend, die natuurlijk niet mocht terugzwaaien. De vrolijke en kleurrijke zomerjurkjes waren heel wat leuker om te zien dan een soldaat in gevechtspak. Vooral door het vrouwelijk schoon in minirok werden we behoorlijk afgeleid. De kazernecommandant stond op een verhoging en hield een toespraak, vertelde hoe goed we wel niet de opleiding hadden doorlopen, hoe trots onze familie op ons was en nog wat van die opbeurende woorden.

 

Mini rokjes

Toen hoorden we heel ver weg iemand schreeuwen: “Geef…Acht”. We hadden er geen flauw idee van of dat voor ons bedoeld was. Een aantal van ons nam toch maar het zekere voor het onzekere en sprong in de houding. Helemaal vergetend dat het niet meer nodig was, riepen een paar er toch nog “Links…Rechts” bij. Dat leidde ertoe, dat een paar twijfelaars, die eerst nog besloten hadden om te blijven staan, alsnog in de houding sprongen. Inmiddels hadden er een paar ontdekt, dat het commando niet voor ons bedoeld was. Dus die gingen weer in de ruststand staan. Kortom: er ontstond één grote chaos.

Om verdere wanorde te vermijden greep één van de officieren in en zette het hele zooitje weer in de rusthouding. Hij keek er zo woest bij, dat we besloten voorlopig even niet naar al die minirokjes te kijken.

De artillerieafdeling waar het commando voor bedoeld was marcheerde af en na hen nog een paar en toen waren wij aan de beurt. We werden in de houding gezet en we begonnen te marcheren. Aan het eind van het exercitieterrein moest de 16-brede-rotten-colonne links af richting de sporthal en onze gebouwen en daar ging het mis. De bocht omgaan met 4-brede-rotten was al een kunst. De man aan de binnenbocht moest zijn pas in houden en pas als de buitenman de bocht had genomen verder gaan met marcheren. Nu moesten we niet alleen de bocht nemen, maar ook nog eens van het brede exercitieterrein teruggaan naar de breedte van de rijweg. Dus dichter bij elkaar gaan lopen.

 

Rozen maaien

Helaas de binnenmannen marcheerden net of er rotten van 4 waren. Het gevolg was dat de buitenmannen zevenmijl stappen moesten nemen en van sommigen hoorde je gewoon het broekkruis scheuren. Bovendien bleven de binnenmannen ook nog eens midden op straat lopen, waardoor er veel te weinig ruimte overbleef. De buitenmannen vlogen op die manier met hoge snelheid door de bocht en marcheerden dwars door de zorgvuldig aangelegde rozenstruiken aan de zijkant van de weg. Na afloop leek het wel of een stoomwals door de perkjes was gegaan. Er stond geen struik meer recht.

 

Mannen nemen afscheid van wachtmeester van der Velde


Klaar om naar de vervolgopleiding te gaan. Foto: John Ernst.

Vrijdag 31 juli 1964. De basisopleiding was teneinde en we werden overgeplaatst naar een andere kazerne om daar de vervolgopleiding te gaan doen die Het Leger nog voor ons in petto had. De mensen die voorbestemd waren om kok te worden gingen naar de Kokschool in Leiden, de administrateurs naar de Militaire Administratieopleiding in Vlissingen en hospikken naar, ik meen Amersfoort. De meesten gingen echter naar een opleiding van de Verbindingsdienst. Het grootste gedeelte daarvan naar het VOC (Verbindingsdienst Opleidings Centrum) in de Simon Stevinkazerne of de Elias Beeckmankazerne in Ede en een paar naar de Hojelkazerne in Utrecht. De Pathologen*) gingen naar huis en zouden pas volgende jaar terugkomen voor hun vervolgopleiding.

We namen uitgebreid afscheid van WMR1 van der Velde, die gedurende die tijd als een vader over ons gewaakt had. Hij had ons in die twee maanden veranderd van schuchtere, onzekere snotapen in zelfbewuste mannen. We liepen rechtop en zonder handen in de zakken. Zelfs de meest timide jongen was veranderd en liep met opgetrokken schouders. Iedereen tilde zijn voeten op en niemand slofte meer met de schoenen. Niemand durfde meer te lopen over die rekruten van het peloton van wachtmeester van der Velde.

We hadden twee maanden lang intensief met elkaar geleefd en met elkaar opgetrokken. We gingen er toen vanuit dat Het Leger een kleine club was, waarin we nu even uit elkaar gingen. Maar waarna we elkaar gewoon weer tegen het lijf zouden lopen. Dat bleek een totaal verkeerde inschatting.

De plunjezakken werden gepakt en ieder ging op weg naar zijn volgende opleiding. We hebben elkaar nooit meer gezien. En ik had toch nog graag wachtmeester van der Velde een keertje willen bedanken voor zijn wijze lessen.

 

Kees Blokker, Voerendaal, 10 januari 2011. Met bijdragen van Frits Diks, John Ernst, LFFD, X.

*) Pathologen zijn medische studenten die in hun vakantieperiode de basisopleiding konden doen. Zie: Het bijzondere van lichting 64-3.

 

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.