Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

Paniek op de handgranaatbaan. Vrijdag 26 juni 1964.

 

Op verlof

Er is wat verschil van mening over wanneer we voor het eerst met verlof mochten. Ik heb mensen ontmoet die beweren, dat wij al na anderhalve week weer met verlof mochten. Ik zelf ben er eigenlijk van overtuigd dat wij pas na twee en een halve week naar huis mochten en wel op vrijdag 26 juni 1964. 64-3 was de eerste lichting met de nieuwe uniformen en niet alle maten daarvan waren al voldoende en overal verkrijgbaar. En vaak moesten die nog vermaakt en aangepast worden.

 

Geen verlof zonder inspectie

14 juni 1964. Opleidingspeloton. 3e Instructie-afdeling, B-Batterij.
Staand: 2e v.l. sld. Tosserams, 6e v.l. Wilbrink, dan de korporaal van de KMA.
Hurkend: 2e v.l. Kees Blokker, 3e: sld. Tuijnman, 4e: Wiek Borghans.
Zittend: 2e v.l. Bert Reijnders, 4e: sld Al.

Nog bijna 14 dagen wachten, dan mag dit opleidingspeloton voor het
eerst op verlof. Er zal nog veel geleerd worden in die 14 dagen. Foto: Kees Blokker.

We hadden in de voorbije 16 dagen alles over de rangen en standen geleerd, konden marcheren en wisten voldoende van de krijgstucht om weer terug te keren in het burgerleven en dan geen schande te zijn voor Het Leger, dat was tenminste de bedoeling. De afgelopen dagen hadden de laatste makkers hun uniformen gekregen. We waren er dus klaar voor. En zo maakten we op die vrijdag kennis met een ander militair fenomeen: De Inspectie.

Van der Velde had ons zoveel mogelijk op deze gebeurtenis voorbereid. De schoenen waren gepoetst, de koppels waren nog eens in de Blanco gezet (waarom dat nodig was is me nog steeds niet duidelijk, er zat al zo’n dikke laag van die troep op), de eventuele vlekken uit het uniform verwijderd, de vouw in de broek nog eens extra gestreken en daarbij bijna de broek laten verbranden, de baretten hadden we voorzien van de emblemen van de Verbindingsdienst, de badges zaten op het uniformjack, we hadden de vrij vervoertjes, enzovoort. Wat ons betreft konden we gewoon vertrekken.

Maar als je dat denkt, is er volgens Het Leger juist een Inspectie nodig. Die werd uitgevoerd door onze BC. Die man zagen we eigenlijk alleen als er appel was en nu dus ook tijdens de inspectie. Hij liep langs de bedden en controleerde of alles in de kasten wel messcherp recht lag, de uniformen goed waren en of we niet te lange haren hadden. Hij controleerde de stand van de stropdas en hier en daar trok hij aan een koppelriem. Waarschijnlijk werden we strenger gecontroleerd omdat hij zelf nog niet wist hoe hij moest omgaan met de nieuwe uniformen.

 

Militaire treinen

Uiteindelijk kreeg van der Velde de toestemming om ons naar de poort te marcheren. Waar we in de bus van de, ik meen BBA, stapten. Die reed ons naar Roosendaal. In de hoop dat we nu eindelijk in de trein konden stappen, sprongen we als uitgelaten jonge honden uit de bussen.

Helaas, we moesten met een militaire trein die op een afgelegen perron stond te wachten. Normaal kost een ritje per trein tussen Roosendaal en Heerlen een kleine twee uur. De militaire trein reed echter alleen als het spoor vrij was. En zowat alles wat in Nederland beschikbaar was om over ons spoor te rijden, hadden ze ingezet om onze reis zo lang mogelijk te laten duren. Na een kwartiertje stonden we dus alweer stil op een zijspoor.

Een trein vol soldaten, die zich langzaam beginnen te vervelen en de krijgstucht beginnen te vergeten, is heel interessant om te zien. Ik zal over het verloop van de gebeurtenissen verder geen doekje open doen. Maar waarschijnlijk werden hier toen de eerste Ajax en Feyenoord hooligans geboren.

Na meer dan vijf uur was ik dan thuis en maakte de familie kennis met een brok Nederlands Hoop. Of ze er blij mee waren?

Ik was in onze wijk de eerste met het nieuwe uniform. Dat ging als een lopend vuurtje rond. Ik werd opvallend vaak op de thee gevraagd. Vooral bij families met dochters op de huwbare leeftijd.

 

Maandag 29 juni 1964. De opleiding gaat verder.

 

Wachtlopen: wedstrijdje bang zijn

In de daarna volgende weken leerden we nog veel meer nuttige militaire zaken. Wachtlopen was zo’n nuttige zaak. Er moest per slot van rekening iemand zijn, die op de Rijkseigendommen lette. Maar of het veel nut had? Je stond daar in het stikdonker met je geweer. Als er onraad was moest je roepen: “Wie daar?” En als je wel (of geen) antwoord kreeg moest je roepen: “Halt of ik schiet”. Maar waarmee? Om ongelukken te vermijden zaten er namelijk geen kogels in je wapen. Het was altijd maar de vraag wie is er banger: de indringer of de bewaker? De keer dat ik op wacht stond heb ik 24 uur zitten duimen dat er niets zou gebeuren. Want van “Halt of ik schiet” verwachtte ik ook niet veel verdediging.

 

Beter laat dan nooit


Kaartlees gradenboog. De schaalverdeling rond het vierkantje is aan alle zijden

anders. Beter moeten opletten tijdens de les. Foto: Jo Debets.

Zo kregen we ook lessen in tank- en vliegtuigherkenning en verkenning. Het was belangrijk om aantal vijanden en afstand tot de vijand vast te stellen. Zo waren er wat vuistregels: kon je de ogen zien dan was de afstand ongeveer 25 meter, het gezicht als witte vlek: 100 meter en kon je niets herkennen dan was het oppassen geblazen, want dan kon het ook wel iemand van ons zelf zijn.

Kaartlezen was ook zo’n les. Daar was ik minder goed in. Je kreeg een kaart en een schaalverdeling met in het midden een vierkant gat dat je op de kaart moest leggen. Pas toen ik het leger uitging, kwam ik er achter dat de schaalverdeling rond het vierkante gat aan voor- en achterkant en onder- en bovenkant steeds een andere schaalverhouding had. Toen begreep ik ook waarom ik al bij de eerste kaartleesoefening met mijn groep in België terecht kwam.

Onderdeel van het kaartlezen was ook de richting te bepalen. Daar heb ik wel altijd veel voordeel van gehad. Even naar de stand van de zon kijken en op je horloge en dan kun je al ruwweg het Noorden en Zuiden bepalen. En scheen de zon niet, dan kun je aan de stand van de bomen zien waar het Westen is. Ja, sommige dingen kon je ook in het burgerleven nog wel gebruiken.

 

EHAF: het is maar film

Een van de andere militaire lessen was EHAF (Eerste Hulp Aan het Front). Deze les was in hoofdzaak een theoretische les. Maar wel eentje met gevolgen. Van der Velde vertelde iets over de verwondingen die je in oorlogstijd (hij noemde het: tijdens de uitvoering van onze plicht) kon oplopen. Hij demonstreerde het gebruik van het noodverband dat ook in de PSU zat, legde uit hoe je een drukverband moest aanleggen, het maken van een tourniquet en het geven van een atropine spuit aan jezelf of een getroffen makker. En nog wat noodzakelijk dingen. Daarna gingen we een instructiefilm bekijken. Van der Velde zei nog speciaal bij het naar binnen gaan: “Jongens, denk eraan, het is maar een film”. Dat was iedereen allang vergeten toen de eerste beelden op het scherm verschenen.

We hadden al veel oorlogsfilms gezien, maar wat we hier te zien kregen was wel even andere koek. Gedemonstreerd werd het gebruik van het noodverband, maar ook van onze messtins en zakdoeken met bajonetten om tourniquetten aan te leggen. Het duurde dan ook niet lang of voor en na ging er iemand van de sokken. Hospikken moesten er aan te pas komen om deze weer bij de les te krijgen. De les EHAF veranderde zo in een les EHAT (Eerste Hulp Aan Toeschouwers). Maar we wisten toen wel alles van mond-op-mond beademen en andere levensreddende acties.

 

Paniek op de handgranaatbaan


MK2 handgranaat. Pin

eruit trekken en dan

zo ver mogelijk weg

gooien. Foto: X.

We leerden alles van en over handgranaten. We ontdekten waarom er groeven in een handgranaat zitten. En dat een granaat tenminste 30 meter moet worden weggegooid, omdat hij binnen een straal van 25 meter vrijwel altijd dodelijk is. We leerden een paar technieken om een granaat ook 30 meter van je af te kunnen gooien. Het is namelijk altijd handig om je eigen handgraten te overleven. En we gingen ook het gooien van echte scherpe handgranaten oefenen.

 

Er was een speciale handgranaatbaan in Ossendrecht. Dat was eigenlijk niet meer dan een hoge aarden wal.

Wij stonden aan de ene zijde van de wal. Er stond een instructeur bij die nog eens extra vertelde wat de bedoeling was. Je moest de handgranaat, met de veiligheidsbeugel in de palm van je hand, stevig vast pakken. En dan de pin eruit trekken. Op het moment dat je de granaat daarna los laat, springt de veiligheidsbeugel weg. Waarna het nog vijf, maximaal zes, seconden duurt voordat de granaat ontploft. Het is belangrijk dat zo'n granaat, op het moment van zijn ontploffing, minstens dertig meter bij je vandaan is. Anders is het daarna heel waarschijnlijk, dat je niet meer met een plate voor het avondeten langs de luiken in het cafetaria zult lopen.

Nadat we de pin uit de granaat hadden getrokken, moesten we omhoog springen en tijdens het opspringen de granaat met een grote boog over de aarden wal heen gooien. Dan sprong de beugel weg en een paar seconden later hoorden we een enorme knal.

Het beste was hem onder een hoek van 45 graden te gooien, dan kwam hij het verste. Er werd niet echt gekeken of je hem ook wel 30 meter ver gooide. Men ging ervan uit, dat als de nood aan de man is, je wel sterk genoeg zou zijn om de granaat zo ver en zuiver mogelijk richting vijandelijke partij te gooien.

 

De juiste houding. Foto: Handboek Onder Officier.

Ai, het loopt fout

Het hele peloton stond, op van de zenuwen, op zijn beurt te wachten. Afijn, alles ging goed. De een na de ander was aan de beurt geweest en de granaten waren met een harde knal aan de andere zijde van de wal uit elkaar gebarsten. Tot één van de Pathologen*) aan de beurt was. Hij was nog zenuwachtiger dan de rest, waarschijnlijk omdat het juist zijn medische taak is om mensen beter te maken, niet te verwonden. De instructeur gaf hem een granaat in zijn handen. De Patholoog was compleet de kluts kwijt, hij trok de pin uit de veiligheidsbeugel. En gaf toen pardoes direct de granaat terug aan de instructeur. De veiligheidsbeugel sprong weg en daar stond de instructeur met een granaat in zijn handen, die binnen 5 seconden een paar maten zou opzwellen. De instructeur werd lijkbleek, slikte en sprong omhoog om de granaat over de wal te knikkeren. Een fractie daarna ontplofte het ding.

Het liep met een sisser af, er was niemand gewond. Maar ik heb in de basisopleiding nooit iemand harder horen vloeken en schelden dan die instructeur.

 

Kees Blokker, Voerendaal, 13 december 2010. Met bijdragen van Jo Debets, LFFD en X.

 

*) Pathologen zijn medische studenten die in hun vakantieperiode de basisopleiding konden doen. Zie: Het bijzondere van lichting 64-3.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.