Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

Het bijzondere van lichting 64-3

 

1. La Courtine


Ingang Camp La Courtine. Foto: Marinus van Schaijk.

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog waren we in Nederland volop bezig met de herbouw van het land. We hadden niet veel en gek genoeg waren we daar nog tevreden mee ook. Van alle nood werd een deugd gemaakt. We waren niets gewend en alles vonden we prachtig. Onze wereld was niet groot en als we al een uitstapje maakten voelden we ons ontdekkingsreizigers. Een dagtochtje naar Valkenburg was zo’n wereldontdekkende belevenis.

Een dienstplichtig soldaat maakte in die tijd vaak voor het eerst een treinreisje of kwam voor het eerst buiten zijn eigen woonplaats. Het Leger opende voor velen een compleet nieuwe wereld. En niet alleen door de nieuwe dingen waarmee men in het leger kennis maakte.

 

Er waren in Nederland niet genoeg terreinen om de manschappen goed te kunnen oefenen en in 1958 besloot Het Leger in La Courtine te gaan oefenen. La Courtine ligt in Frankrijk op het plateau van Limoges tussen Limoges en Clermont-Ferrand in. Op ruim duizend kilometer van Nederland. De trip naar La Courtine werd in drie dagen gereden en was voor vele Nederlanders de eerste kennismaking met het buitenland. In La Courtine maakten de meesten voor het eerst kennis met een totaal nieuwe wereld, taal en cultuur. Enige honderdduizend militairen hebben tussen 1959 en 1964 in La Courtine geoefend en hebben er nostalgische herinneringen aan.

 

In de tijd dat een uitstapje naar Valkenburg al een geweldige belevenis was, heeft het verblijf in La Courtine op de Nederlandse militairen die daar voor oefening heen werden gestuurd een onuitwisbare en onvergetelijke indruk achtergelaten. Maar dat was altijd achteraf. Vooraf zag iedereen altijd erg op tegen dat vaak langdurig verblijf in La Courtine. Meestal bleef men 5-6 weken en ging dan weer naar huis. Maar de Verbindingsdienst verzorgde de verbindingen voor de oefenende cavaleristen en infanteristen. Gingen die na 6 weken weer naar huis, dan werd het aanwezige Verbindingsdetachement gewoon toegevoegd aan de nieuw gearriveerde onderdelen en zo zaten de Verbindingsmannen vaak 13 weken of meer in La Courtine. Dat had een enorme invloed op de manschappen en hun mentaliteit. De verbindingen werden altijd perfect verzorgd. Zoals dat van echte Verbindingsmannen verwacht werd. Maar zat de dienst erop dan ging men heel wat losser met de discipline om. Op een douwtje meer of minder werd niet gekeken. Het deerde niet, want men kon toch niet naar de geliefde die thuis zat te wachten (of niet meer).

Het was de bedoeling om in La Courtine van deze mannen een stel goed getrainde elite soldaten te maken. Wat echter terug kwam was een zooitje ongeregeld, dat na een paar maanden van huis, een heel andere kijk had op orde en gezag.

 

In 1964 besloot men om in het vervolg op de Lünenburgerheide te gaan oefenen en was het afgelopen met de uitstapjes naar La Courtine en de avonturen die men daar beleefde.

64-3 was de eerste lichting die niet meer naar La Courtine ging. Maanden nadien kon je diegenen die in La Courtine waren geweest er zo tussen uit pikken. En niet alleen omdat ze nog een "Eerste Grijs" uniform droegen. We zijn er niet geweest en weten dus niet wat we gemist hebben, maar op sommige verhalen waren we best wel jaloers. Op de pagina La Courtine 1964 lees je alles over het verblijf van de C-compagnie van het 11Verbindingsbataljon in La Courtine.

 

2. Het nieuwe uniform


Kees Blokker en Evert Meuwissen in hun
nieuwe uniformen. Foto: Kees Blokker.

Het uniform dat tot begin 1964 bij de Landmacht in gebruik was, was gebaseerd op het uniform compleet met puttees (beenwindsels) van het Engelse leger. Het was oerdegelijk en gemaakt van een harige stof, die men heel oneerbiedig paardendekenstof noemde.

Begin 60er jaren ging men over op een tweekleurig uniform dat gebaseerd was op de uniformen van het Amerikaanse leger. Het was nog steeds van een oerdegelijke stevige kwaliteit, maar het kleedde gewoon veel mooier en je had er veel meer succes mee (bij de meiden). In de burgermaatschappij dwong het nieuwe uniform veel meer respect af. Het eerst kregen de beroepsmilitairen en de KVV’ers het nieuwe uniform, maar vanaf lichting 64-3 ging het leger volledig daarop over. Dit uniform droeg met recht de naam "uitgaanstenue".

Het nieuwe uniform had echter ook een groot nadeel (voor de 64-3ers, althans). Alle nieuwelingen (fillers) die de parate hap instroomden, probeerden hun uniform en baret zo snel mogelijk te verouderen. Zodat het niet meer opviel dat ze groentjes waren en ze niet meer voor filler werden uitgemaakt. Na twee maanden kwamen dan de nieuwe fillers en werden die het mikpunt van hoon en spot. De 64-3 mannen konden hun uniform en baret verouderen wat ze wilden, het bleef toch opvallen dat ze in de splinternieuwe uniformen rondliepen. We bleven dus mikpunt tot een maand of zes na het instromen, omdat toen het nieuwe uniform door meerdere lichtingen werd gedragen en langzaam gemeengoed begon te worden. Langzaamaan konden we die zielenpieten met hun oude kloffie terugpesten.

 

3. Medische studenten


Soldaat Tuijnman, één van
onze medische studenten
Foto: Kees Blokker.

Maar er was nog iets bijzonder aan lichting 64-3. Hoewel dat eigenlijk gold voor alle 3-lichtingen. De 3-lichting was namelijk de lichting van de medische studenten. In werkelijkheid waren het niet allemaal medische studenten maar ook studenten van andere universitaire opleidingen. Hoewel het toch vooral medische studenten waren.

Universitaire studenten konden namelijk in hun zomervakantie elk jaar een gedeelte van de militaire dienstplicht doen. Ze deden eerst twee maanden de basisopleiding. Dan gingen ze weer het leger uit. En een jaar later kwamen ze vervolgens voor twee maanden terug en deden dan het eerste deel van de vervolgopleiding. Ze waren meestal alles van de basis al weer vergeten, maar dat maakte de pret alleen maar groter. Het was toch nooit de bedoeling dat ze ooit echt voor een compagnie zouden staan en commando’s moesten geven. Een jaar daarna deden ze dan de rest van de vervolgopleiding. Nadat ze hun bul hadden gekregen, kwamen ze terug om het nog openstaande stuk van de dienstplicht te vervullen. Ze werden meestal direct vaandrig arts en konden naar lieve lust oefenen op de dienstplichtigen.

64-3 was dus ook zo’n 3-lichting waarin het barstte van de medische studenten. Je begrijpt dat mensen die weten dat over acht weken hun dienstplicht er (voorlopig) opzit en ze weer bij hun geliefde zitten, heel wat lichter aan de dienstplicht tilden dan diegenen die alles in één ruk moesten doen.

 

Pathologen

Ongeveer een kwart van onze batterij bestond uit deze medische studenten. Een paar dagen na de opkomst begon het ijs tussen de kamergenoten te breken en werden ervaringen uitgewisseld. En de medische studenten begonnen uitgebreid over hun studie te vertellen.

Dat waren voor ons allen hele bijzondere en onverwachte verhalen. Vooral de verhalen over hoe zij op de universiteit wegwijs werden gemaakt in het menselijke lichaam waren heel beeldend en kleurrijk.

Dat wegwijs worden in het menselijke lichaam gebeurt namelijk aan de hand van overleden landgenoten, die hun lichaam aan de wetenschap hebben afgestaan. Voor de duidelijkheid: hun verhalen waren altijd vol respect voor de overledenen, maar het effect was soms, op z’n zachts gezegd, opvallend. Vooral hun beeldende ooggetuige verslagen van het binnen brengen van de lichamen en van het veelvuldig openen en sluiten ervan leidde er regelmatig toe dat fijnbesnaarde toehoorders van de sokken gingen. Waarna de medische studenten eerste hulp verleenden (“Ga met je hoofd tussen de benen zitten. Ik leg mijn hand op je hoofd. Probeer nu je hoofd omhoog te drukken”). Die jongens maakten echt van de nood een deugd.

De medische studenten werden dan ook al direct aangeduid met de term “Lijkensnijders”. Een lugubere bijnaam, laat ik ze in het vervolg maar de ”Pathologen” noemen. Dat doet meer recht aan die jongens. Het waren nl. geweldig fijne makkers om mee op te trekken.

 

4. Drie soldaten na veldloop overleden

De zomer van 1964 was een hele mooie en warme zomer. De rekruten van lichting 64-3 maakten dat aan den lijve mee en hebben wat afgezweet tijdens de marsen en trainingen.

In het midden van de maand juli 1964 werd de militaire training plotseling op een laag pitje gezet. Op de betreffende dag stonden we met volle bepakking al klaar om een veldloopje over de Ossendrechtse heide te maken. Onze pelotonsinstructeur wachtmeester van der Velde kwam de kamer op en vertelde dat er in een andere kazerne na militaire trainingen twee dienstplichtigen waren overleden. Daarom werden de veldlopen en andere zware trainingen voorlopig opgeschort. We konden de bepakking in de kast bergen. En die morgen, in plaats van over de Ossendrechtse heide te rennen, liepen we op ons dooie gemak naar een schaduwrijke plaats. Daar gingen we heerlijk ontspannen tegen een boom zitten wachten op de Volkswagen bus van de CADI.

Later bleek dat er niet twee, maar drie militairen waren overleden. En dat de Legerleiding het hele oefenschema opnieuw zou beoordelen en herzien. Op de pagina In juni en juli 1964 na veldloop overleden kun je meer over die gebeurtenissen lezen.

 

Lichting 64-3 markeerde een totaal nieuw beeld in het leger: nieuwe uniformen en brave jongens met korte haren.

 

Kees Blokker, Voerendaal, 6 september 2010. Met bijdragen van Marinus van Schaijk.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.