Home

Legerplaats Ossendrecht

11Verbindingsbataljon

Verhalen & anekdotes

La Courtine 1964

Gezocht

Laatste nieuws

Oranje-Kazerne

Leiding C-Cie okt. 1964

Updates

Verhalen La Courtine '64

Links

Donaties

Fotopagina's

Personeelslijst

Gastenboek - Reacties

La Courtine 2009

Contact

De Koningin, de Keuring en de Uitslag

 

Soldij of Wedde

De meeste soldaten hadden een gruwelijke hekel aan hun dienstplicht. En dat werd vooral veroorzaakt door de uitgang “plicht” in het woord “dienstplicht”. Het feit dat het MOEST, was iets wat velen tegen de borst stuitte. Vandaar dat dienstplichtigen iedereen die vrijwillig dienst nam met de nek aan keken. Terwijl dit vaak de slimmeriken waren. Zij kregen een betere behandeling, sliepen beter (op matrassen en met lakens) en kregen een normaal salaris (wedde heette dat) in plaats van 1 gulden fooi per dag. Met na afloop ook nog eens een vorstelijke premie. En op hun 65ste zelfs nog pensioen. En daarvoor hoefden de vrijwilligers slechts minimaal 24 maanden langer te dienen. De dienstplichtigen noemden de K.V.V.ers (Kort Verband Vrijwilliger) Kort Verstand Verbijsteraar of kreten van gelijke orde. Maar dat had beter Kien Van Verstand kunnen heten.

 


Koningin Juliana: "Ik nodig
je uit om deel te nemen
aan mijn leger". Foto: X.

De Koningin

Onze eerste kennismaking met onze dienstplicht was een brief die namens koningin Juliana (Sjuultje noemde mijn moeder zaliger haar liefkozend) door de burgemeester van onze woonplaats aan ons was verzonden. De brief bevatte de mededeling dat we waren in geschreven voor de dienstplicht. De reden voor onze dienstplicht werd ook genoemd: artikel 194 (nu artikel 97) van onze Grondwet (tot dat ogenblik wist ik niet eens dat de Grondwet zoveel artikelen had. Ik dacht dat er maar 10 waren, net als in de 10 Geboden). Dat artikel 194 luidde: “Alle Nederlanders, daartoe in staat, zijn verplicht mede te werken tot handhaving der onafhankelijkheid van het Rijk en tot verdediging van het grondgebied.”

Ook stond in de brief van de burgemeester een aantal redenen hoe we onder de dienstplicht uit konden komen en dus een ander voor onze Grondwettelijke plichten konden laten opdraaien (onmisbaarheid, gewetensbezwaar, broederdienst, gesneuvelde vader en nog wat redenen). Onze inlijving (het stond er echt) was voorzien in ons 19e of 20e levensjaar.

Op dat ogenblik wisten we nog niet hoe belangrijk dat tussenzinnetje “daartoe in staat” in artikel 194 was. Een keuring moest vaststellen wie aan dat tussenzinnetje voldeed.

 

Registratienummer

Voorafgaand aan deze eerste kennismaking met De Krijgsmacht was er al veel gebeurd. De geboorte van alle jongens was doorgegeven aan het bureau Dienstplicht van Defensie. Daar had men per geboortedag lange lijsten gemaakt, waarop alle geboren Nederlandse mannekens stonden gesorteerd op naam. Op die lijsten kreeg iedereen een nummer dat bestond uit de geboortedatum achterste voren. Dus eerst het jaar (zonder 19), dan de maand en daarna de dag. En daarachter een volgnummer. Dat hele nummer noemde men het registratienummer, afgekort (in het leger werd alles afgekort) tot: rnr. Stel, ik ben geboren op 1-1-1938. Mijn rnr. begon dan met 38.01.01 en omdat de beginletter van mijn naam vooraan in het alfabet ligt, had ik een laag volgnummer: 015. Mijn hele rnr. was dus 38.01.01.015. Iemand van dezelfde geboortedatum met bijvoorbeeld de naam Zchwarzenegger had een veel hoger volgnummer en zou het volgende rnr. kunnen hebben: 38.01.01.512.

Nou moest je dat rnr. zo vaak opdreunen, dat het bijna onmogelijk was om het ooit te vergeten. Maar ik heb toch werkelijk mensen ontmoet die echt niet meer wisten wat hun rnr. was. Heerlijk als je zo gemakkelijk iets achter je kunt laten.

De datum van de brief met de uitnodiging van Sjuultje (Ja mam, ik gebruik het nog een keer, ter herdenking aan jou) om haar wapenrok te gaan dragen was 1 februari 1962.

 

Nerveus


Maart 2011. Het monumentale Groene Kruisgebouw aan de Swalmerstraat
in Roermond is nu te koop. De prachtige rococo inrichting is een lust voor
het oog. Als je 1.350.000 euro hebt liggen, beslist even gaan kijken.
Foto: Kees Blokker.

Een jaar later, op 3 april 1963 kreeg ik weer post van haar. De oproep om te kijken of we “daartoe in staat” waren. Voor de keuring dus. Dit keer was de toon een stuk zakelijker en strenger. Er stond precies aangegeven hoe en hoe laat ik moest reizen en waar ik me moest melden: 3 mei 1963 bij het Groene Kruisgebouw in de Swalmerstraat 59 in Roermond. De keuring begon al om 8 uur. Zo konden we, nog niet in dienst zijnde, al vast wennen aan het regime van De Krijgsmacht.

En daar zat ik dan op een zonnige vrijdagmorgen 3 mei 1963 al om 6.49 uur in de trein naar Roermond. In de trein zelf zag ik wel een paar jonge mannen, maar of ze ook op keuring moesten kon je niet aan hun neuzen zijn. Maar wel aan hun trillende handen. Wat waren we toch allemaal nerveus op die dag. Om 7.45 uur arriveerden we in Roermond en als we dachten dat we nu op ons gemak de weg konden zoeken, dan hadden we verkeerd gedacht. Bij de uitgang van het station werden we opgevangen door een paar strenge mannen in blauwe uniformen. We leerden later dat dit de Marechaussee was. Omdat die mannen zo veel op politieagenten leken en in die tijd iedereen nog veel respect had voor gezagsdragers (tegenwoordig krijgen ze een opgestoken vinger te zien) deden we maar wat die meneren vroegen en een paar minuten later waren we al in het gebouwtje aan de Swalmerstraat.

 

De Keuring

Maart 2011. Het voormalige keuringsgebouw aan de Bisschop

Lindanussingel 13 heeft nu huisnummer 43.

Het is sinds enige jaren een wijkcentrum. Foto: Kees Blokker.

Rond 8.00 uur had zich een groep van 50-60 jonge personen van het mannelijke geslacht in het gebouw verzameld. van iedereen werden een paar röntgenfoto's gemaakt. Toen dat klaar was wandelden we met zijn allen naar het eigenlijke keuringsgebouw.

 

We hadden al een beetje met elkaar kennis gemaakt. In zijn algemeenheid wilde niemand in dienst. Maar afgekeurd worden wilde eigenlijk ook niemand. Immers, afgekeurd worden, betekende toch dat er iets met je gezondheid niet in orde was. En bij elke sollicitatie stond de vraag: “Bent u in militaire dienst geweest. Zo neen, waarom niet?”. En moest je dan opgeven dat je was afgekeurd, dan kon je de baan wel op je buik schrijven. Persoonlijk heb ik later tenminste twee banen gehad, die ik alleen gekregen heb omdat ik in dienst had gezeten. Afgekeurd worden, dat wilde dus eigenlijk niemand. Maar ja, het leger in, dat was weer andere koek.

 

Rond half negen arriveerden we in het gebouw aan de Bisschop Lindanussingel 13. We werden in groepjes gedeeld en de artsen begonnen met de keuring van de jongelingen. De Krijgsmacht had toen al duidelijk een hekel aan mannen die boven het maaiveld uitstaken en diegenen die niet tot het maaiveld reikten. Die werden er gelijk al uitgepikt: zij die groter waren dan 2 meter en zij die kleiner waren dan, ik meen, 155 cm konden al gelijk huiswaarts keren. “Geen uniformen en geen bedden voor” was de uitleg. De Krijgsmacht kon die langerds niet eens gebruiken voor een baseballteam.

 

ABOHZIS

Voor de Tweede Wereldoorlog was de keuring heel eenvoudig: 20 diepe kniebuigingen en stond je dan nog overeind, dan was je geschikt. Dit systeem was vervangen door het Canadese ABOHZIS systeem. Die letters stonden voor Algemeen, Bovenlichaam, Onderlichaam, Horen, Zien, Intelligentie, Stabiliteit. Voor al deze onderdelen werd een cijfer gegeven van 1 tot 5. 1 betekende: niets aan de hand, gezond en geschikt, 2, 3 en 4 waren minder geschikt of alleen geschikt voor bepaalde functies. Totaal ongeschikten kregen het cijfer 5. De kreet S5 kennen we allemaal nog wel. Met S5 was je mentaal niet helemaal in orde. Maar het betekende in werkelijkheid dat je in een stress situatie als oorlog, zonder strakke leiding helemaal in paniek zou raken en niets zou presteren. Zeg maar: helemaal door het lint zou gaan.

Er zijn er nogal wat die probeerden met S5 afgekeurd te worden en die dat later bij een sollicitatie verzwegen. Want geen werkgever zit op een potentiële stress bom te wachten, die onder druk helemaal het hoofd verliest.

 

Kom nog maar eens terug.

In het cijfer voor Algemeen zaten de andere cijfers verwerkt. Als je voor één van de onderdelen een 2, 3, 4 of 5 had dan had je voor Algemeen ook een 2, 3, 4 of 5. Het was niet nodig dat je voor alle onderdelen een 1 had. De Krijgsmacht kon je nog steeds goed gebruiken, als je een 2 of 3 had. Dat was niet het probleem. Maar iemand met Z2 was niet meer geschikt als jachtvlieger en zou waarschijnlijk ook geen scherpschutter worden.

We werden op diverse punten gekeurd en getest. Zo werd het gewicht en de lengte opgenomen. Er werden röntgenfoto’s gemaakt. En nog zo wat testjes.

 

Even stil zijn jongens

Interessant was de gehoor- en zichttest. Meerdere kandidaten werden tegelijk in één grote ruimte aan die testen onderworpen. In een paar hoeken stonden dokteren zachte woordjes te fluisteren die de kandidaten dan moesten horen (of raden). Het was onvermijdelijk dat de ene kandidaat de woordjes van een ander hoorde en dan ook dat antwoord aan die woordjesfluisteraar gaf. Een heerlijke verwarring. Resultaat was dat die dag iedereen H1 had. Gecorrigeerd om praktische redenen zal men dat wel genoemd hebben.

Afhankelijk van de behoefte van De Krijgsmacht aan meer of minder personeel waren de keuringen meer of minder streng. Als men in de basisopleiding personeel te weinig had, ging er een telefoontje naar de keuringsraden en werd gezegd: “Jongens, deze maand niet zo streng” en dan hadden ze twee maanden later weer genoeg rekruten voor de basisopleiding. Ach, als het personeel niets kost en de rekruten toch verplicht waren te verschijnen, welke Piet Leut maakte dan een probleem van een mannetje meer of minder?

 

MOS nummer

Na de testen kreeg je ook een gesprek met een psycholoog annex beroepskeuzeadviseur. Die beoordeelde je scholing en motivatie en bepaalde alvast je MOS nummer. MOS stond voor Militair Opleiding Systeem. En aan de hand van dat nummer werd bepaald bij welk onderdeel je zou komen en naar welke basis- en vervolgopleiding je zou gaan. Hoe lager je nummer was, hoe belangrijker de functie en hoe hoger je in de militaire organisatie terecht kwam. Ik meen dat men zelfs aan het nummer kon zien welke rang je uiteindelijk zou krijgen. Mijn MOS nummer werd 29211(d). Dat was de functie van Bedieningsman Radioschakel apparatuur. Die (d) gaf aan dat ik opgeleid werd voor Duitse Telefunken en Bell apparatuur. Maar niets is perfect. Ook De Krijgsmacht niet. Uiteindelijk heb ik met die goede oude en kloeke Amerikaanse CF1 gewerkt. Maar goed ook. Van die pietepeuterige Duitse Telefunken en Bell had ik waarschijnlijk alle knopjes afgefriemeld.

 

Als je het RIMO boekje (dat boekje waarin ook je schietscores werden bijgehouden) nog hebt, kijk dan eens op pagina vijf. Daar staat rechtsboven je MOS nummer. Laat me dat eens weten, samen met je functie. Lijkt me bere interessant om dat eens te vergelijken.

 

Geschikt.

De Uitslag

Aan het eind van de dag kwamen alle doktoren en testers bij elkaar en maakten lijsten met daarop de namen van alle kandidaten en de uitslagen van de keuringen. Die lijsten werden buiten op een publicatiebord opgehangen. Tot teleurstelling van velen en vreugde van enkelen waren de woorden “daartoe in staat” vervangen door “Geschikt”. Een paar werden met het woord “Ongeschikt” “daartoe niet in staat” verklaard. En een enkeling (waaronder ik) was een twijfelgeval en mocht voor herkeuring nog eens terug komen.

 

Op 13 mei 1963 werd er een nieuwe lijst opgehangen met achter mijn naam: “Geschikt”. En in de code die erbij stond kon ik ook al opmaken bij welke lichting ik moest opkomen: 64-3.

 

Kees Blokker, Voerendaal, 16 maart 2010.

Het copyright van de foto's en artikelen op deze site berust bij de eigenaar van de betreffende foto of het artikel of bij de oorspronkelijke maker van de foto of het artikel. Merken en Merknamen worden alleen vermeld ter identificatie van het product en zijn eigendom van de betreffende eigenaar van dat Merk of die Merknaam. Mocht u menen zekere rechten te kunnen doen gelden, neem dan even contact met mij op.